Home

Zelfs de vrienden van Israël zetten vraagtekens bij de tijdelijkheid van de bezetting van Palestijns gebied

Kan een in 1967 begonnen bezetting nog wel ‘tijdelijk’ zijn? Het is een van de vragen waarop het Internationaal Gerechtshof een antwoord moet geven in een door de VN-assemblee geïnitieerde zaak over de Israëlische bezetting van Palestijns gebied.

Eén woord sprong eruit, de afgelopen week bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Het woord is ‘annexatie’: dat waar Israël volgens veel landen al jarenlang sluipenderwijs mee bezig is op de Westelijke Jordaanoever.

Die annexatie ‘de facto’ maakt de kans reëel dat de rechters van het hof straks in hun eindoordeel – misschien dit jaar al – zullen vaststellen dat de Israëlische bezetting van Palestijns gebied als zodanig onwettig is. Zo’n uitspraak is niet bindend (het hof moet een ‘adviserende opinie’ uitbrengen), maar het zou de internationale druk op Israël vergroten om de bezetting op te geven.

Voor de goede orde: Israël staat al decennialang te boek als schender van het internationaal humanitair recht. Dat is echter niet vanwege de bezetting op zich, maar omdat Israël nederzettingen bouwt en kolonisten vestigt in bezet gebied. Dat is een ‘flagrante schending’ van de Geneefse Conventies (oftewel een oorlogsmisdrijf), om resoluties van de Veiligheidsraad te citeren.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.

Bezetting als zodanig is in beginsel wettig noch onwettig. In de Geneefse Conventies wordt het geaccepteerd als iets dat nu eenmaal kan voorkomen als resultaat van een gewapend conflict, zoals de geallieerden na de Tweede Wereldoorlog Duitsland enige tijd bezet hielden. Het oorlogsrecht stelt alleen de gedragsregels vast die gelden voor de bezettende macht.

Een bezetting is echter per definitie tijdelijk. En dat is iets dat van de in 1967 begonnen Israëlische bezetting van Palestijns gebied steeds moeilijker gezegd kan worden. Integendeel, zo voerden in Den Haag ook landen aan die zich vriend van Israël noemen: door het nederzettingenbeleid heeft de bezetting steeds meer een permanent karakter gekregen.

‘Zo ziet etnische zuivering eruit’
Joodse kolonisten op de Westoever misbruiken de Gaza-tragedie om Palestijnen te verjagen, ziet correspondent Rob Vreeken in het dorp Rashash. Zij krijgen daarbij hulp van de Israëlische regering.

Die vaststelling kan grote implicaties hebben voor het oordeel van het hof over ‘de wettelijke gevolgen van het beleid van Israël in de bezette gebieden’, zoals de kwestie luidt waarover de rechters – op verzoek van de Algemene Vergadering van de VN – hun licht moeten laten schijnen. Een voorschot nam het hof mogelijk al in 2004, toen het vaststelde dat de Israëlische veiligheidsmuur een ‘voldongen feit’ schept dat permanent kan worden en dan neerkomt op de facto annexatie.

De rechters worden gevoed door de juridische opinies van ruim vijftig landen, die de afgelopen week ter zitting werden gepresenteerd (maandag was de laatste zittingsdag). Het eindoordeel zal geen gewogen gemiddelde daarvan worden. De vijftien rechters maken elk hun eigen afweging en besluiten dan bij meerderheid van stemmen. De bijdragen van de landen kunnen echter invloed hebben en een indicatie geven van welke kant het oordeel uitgaat.

In veel bijdragen werden de verwijten jegens Israël herhaald die al zo vaak klinken: schenden van mensenrechten en van de Geneefse Conventies, het dwarsbomen van het recht van de Palestijnen op zelfbeschikking, de politiek van apartheid. De constatering dat de bezetting is overgegaan in een geleidelijke annexatie echter, kan de juridische bodem wegslaan onder het gehele Israëlische beleid op de Westoever.

Het scherpst werd dat namens Palestina onder woorden gebracht door de Amerikaanse rechtsgeleerde Paul Reichler. Het voortdurend stichten en uitbreiden van nederzettingen wijst er volgens hem op dat Israël geenszins van plan is de Westoever ooit op te geven.

Daarnaast citeerde hij een reeks uitspraken van Israëlische leiders en officiële beleidsdocumenten, waarin onomwonden wordt gesteld dat de Westoever ‘tot in de eeuwigheid een onafscheidelijk deel is van de staat Israël’ (premier Benjamin Netanyahu). De recentste duit in dit zakje was de kaart van het ‘Nieuwe Midden-Oosten’ die Netanyahu in september toonde op het spreekgestoelte van de VN in New York, met een Israël dat zowel de Westoever als Gaza omvat. Geen Palestina te bekennen.

Overigens, stelden onder andere Ierland en Japan, is het voor het vaststellen van een annexatie helemaal niet nodig dat een land expliciet toegeeft een stuk grond te hebben ingelijfd. Anders zou het verbod op gebiedsverovering – een basisregel in het internationaal recht – eenvoudig kunnen worden omzeild door een formele verklaring van annexatie achterwege te laten.

Precies het schenden van die basisregel werd door een groot aantal landen aangevoerd als mogelijke rechtsgrond voor het onwettig verklaren van een bezetting op zich. Ook Nederland zong mee in dit koor, zij het met een louter theoretisch juridisch betoog, waarin de woorden ‘Israël’ en ‘Palestina’ niet voorkwamen. De vraag of Israël zich daadwerkelijk schuldig maakt aan annexatie werd door Nederland niet beantwoord.

Veel Israëlgezinde landen kozen in Den Haag een andere juridische route. Zij benadrukten dat het in de kern gaat om een conflict tussen twee partijen, dat alleen door bilaterale onderhandelingen kan worden opgelost. Dit ‘vastgelegd kader’ bouwt voort op de beroemde resolutie 242 van de Veiligheidsraad uit 1967, van na de Zesdaagse Oorlog, en op de Oslo-akkoorden van de jaren negentig.

Bemoeienis van het Internationaal Gerechtshof in deze, aldus Canada, zou juist de polarisatie kunnen aanwakkeren, zodat een vreedzame oplossing verder uit zicht raakt. Canada en enkele andere landen bepleiten daarom (waarschijnlijk tevergeefs) dat het hof gebruikmaakt van de optie de zaak niet in behandeling te nemen.

Opvallend genoeg is dit niet het standpunt van Israëls trouwste bondgenoot, de Verenigde Staten. Zij zien wél een rol voor het hof. ‘De uitdaging voor het hof is een advies op te stellen dat het vastgelegd kader ondersteunt, in plaats van de balans te verstoren.’ Rusland – ook opvallend – sluit zich daarbij aan. Een onmiddellijke en onvoorwaardelijke terugtrekking van Israël uit bezet gebied, zoals Palestina en zijn bondgenoten willen, zou volgens de VS fnuikend zijn voor de veiligheid van Israël.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next