Home

Ooit de trots van een Rotterdamse volkswijk, nu verpauperd en onveilig – oudgediende moet Crooswijkseweg opknappen

Als buurtbewoners door de Crooswijkseweg in Rotterdam moeten, gaan ze soms liever een blokje om. Straatontwikkelaar Ron van Gelder (72) heeft de pittige opdracht gekregen om er weer een aantrekkelijke straat van te maken. ‘Malafide ondernemers trekken onguur volk aan.’

Halverwege de Crooswijkseweg houdt Ron van Gelder (72) even halt bij een buurtwinkel, een zieltogend pand uit de jaren tachtig. De oudgediende, die in het verleden de beruchtste straten van Rotterdam onder handen nam, wijst naar de met vogelpoep besmeurde luifel. Daaronder omlijsten rotte en afgebladderde kozijnen een gebarsten ruit. ‘Hier lopen mensen met een boog omheen’, zegt Van Gelder.

Het is lang niet de enige winkel die in slechte staat verkeert. De Crooswijkseweg, ooit de bruisende winkelstraat van de volkswijk Crooswijk, maakt een ‘verpauperde indruk’, aldus Van Gelder. Hij is door de gemeente aangesteld om met een plan te komen om de straat weer aantrekkelijk te maken. Er is veel zwerfvuil op straat en de weinige planten- en bloemenperkjes liggen er verlept bij.

Veel bewoners vinden de Crooswijkseweg bovendien onveilig, en dat is niet alleen vanwege overlastgevende hangjongeren en daklozen. Er zijn signalen dat er drugs worden verhandeld. Vorig jaar april waren er in een week tijd drie explosies in de straat, en ook nog eens een mislukte aanslag. ‘Dat suddert nog altijd na’, zegt Van Gelder. ‘Bewoners met kinderen zijn bang dat het opnieuw gebeurt.’

Over de auteur
Abel Bormans is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland. Eerder was hij mediaverslaggever en een van de drie journalisten die schreven over de misstanden bij De Wereld Draait Door.

Oud-Crooswijk is een van de armste wijken in Nederland. 31 procent van de bewoners leeft op of onder de armoedegrens. Hoewel er veel geld in de omgeving wordt geïnvesteerd, onder meer in woningen in Nieuw-Crooswijk en Nieuw Kralingen, blijft de Crooswijkseweg zichtbaar achter.

Met name witte Crooswijkers mijden de multiculturele winkelstraat en doen hun boodschappen elders. Daar hebben alle ondernemers op de Crooswijkseweg last van. ‘Zeventien jaar geleden was ik hier de enige kapper’, zegt Kourosh Tayebi, een 60-jarige Iraniër met heldergroene ogen, eigenaar van Kapsalon Miko. ‘Nu zijn er op en rondom de Crooswijkseweg elf buitenlandse kappers. Elf! Er is te weinig variatie in de winkels en de mensen vinden het onveilig.’

De gemeente vestigt de hoop op Van Gelder om de straat uit het dal te trekken. Eerder werkte hij acht jaar op de West-Kruiskade (centrum) en vijf jaar op de Beijerlandselaan (op Zuid). In die straten, die eveneens kampten met verloedering en zware criminaliteit, behaalde hij met miljoeneninjecties vanuit de gemeente aanzienlijke resultaten.

Van Gelder – kort militair kapsel, sportief blauw jack – was aanvankelijk een hoge pief bij woningcorporatie Woonstad Rotterdam (als lid van het directieteam), toen hij in 2010 naar de gemeente werd gedetacheerd om de West-Kruiskade te ‘revitaliseren’. Hij was gewend een pak te dragen, maar de bewoners van die straat waren daar niet van onder de indruk. Pas toen hij zich onder de bewoners ging mengen, drong Van Gelder tot ze door.

‘Ik meldde me aan bij een kickboksschool van een Marokkaans-Nederlandse man die veel aanzien had binnen de wijk’, vertelt Van Gelder boven een kop thee bij Café Kaktus op de Crooswijkseweg. ‘Hij waardeerde mijn inspanningen en zei tegen de jongens uit de wijk dat ze mij moesten respecteren. Dat werkte. Ik bleef daar wekelijks kickboksen en merkte dat ik door mijn omgang met die gasten ook veranderde’, zegt de zeventiger glimlachend. ‘Ik kreeg hetzelfde trotse loopje en nam ook zo’n strak kapsel.’

Van Gelder liet zijn pak voortaan thuis en ontwikkelde een band met de overlastgevende jongeren. ‘Daardoor schopten ze minder herrie’, zegt hij. De zware criminaliteit werd daarentegen keihard aangepakt. Van Gelder: ‘Ik heb een kort lijntje met de politie.’

Het aangezicht van de straat verfraaide Van Gelders team in samenspraak met de gemeentereinigingsdiensten en door kunstenaars aan het werk te zetten. Hun kleurrijke muurschilderingen staan nu bekend als het Rotterdam Street Art Museum.

‘De West-Kruiskade stond bij mijn aantreden in de Lonely Planet. Ga daar vooral niet heen, werd er geschreven. Vier jaar later stond de straat erin als aanrader’, zegt Van Gelder trots. Dezelfde werkwijze wil hij nu op de Crooswijkseweg toepassen.

Uiteindelijk gaat het erom of hij de ondernemers mee krijgt, zegt Van Gelder. ‘Malafide ondernemers onderhouden hun café, winkel, stoep en terras niet of nauwelijks. Ze trekken onguur volk aan’, zegt Van Gelder. ‘Voor leuke ondernemers geldt het tegenovergestelde.’

Eigenaren en ondernemers worden geacht zelf hun gevels, luifels en kozijnen op te knappen. Dat gaat de gemeente niet zomaar voor ze doen. En dus probeert Van Gelder de komende tijd om hun vertrouwen te winnen en ze te inspireren om in de buidel te tasten. Van een aantal ondernemers hoopt Van Gelder ‘afscheid’ te nemen: er worden controles verricht naar mogelijke witwaszaken.

In de ogen van de oorspronkelijke Crooswijkers staat het vertrek van slagerij Haak symbool voor de teloorgang van de Crooswijkseweg. Haak verkocht gehaktballen van bekroonde kwaliteit en buurtbewoners konden er, in tegenstelling tot bij de islamitische slager verderop, nog een speklap of een karbonaadje kopen. In navolging van vrijwel alle Hollandse winkels sloot Haak in 2018 na 122 jaar de deuren vanwege te weinig klanten.

Van Gelder: ‘Bewoners vinden het pijnlijk dat die winkels er niet meer zijn. Ik snap dat. Op de West-Kruiskade en de Beijerlandselaan was die hang naar vroeger precies hetzelfde. Maar dit is het nieuwe Rotterdam. Het heeft geen zin om daar aan te morrelen.’

Van Gelder wil de (relatieve) nieuwkomers juist helpen om zich ook Rotterdammer te laten voelen. ‘We moeten niet zeggen: jij moet dit of dat doen. Nee, wíj gaan jou helpen.’ Van Gelder wil ondernemers adviseren hoe zij ook de witte Crooswijkers naar hun winkels kunnen lokken.

Hij wijst verderop in de Crooswijkseweg naar Bakkerij Rif, dat als lichtend voorbeeld geldt. Zij verkopen naast Marokkaanse smida (griesmeelbrood) en briwat (bladerdeeggebak) ook krentenbollen en tompoucen. Er staan altijd rijen voor de deur. Van Gelder ziet het tevreden aan. ‘Zij hebben het begrepen.’

Source: Volkskrant

Previous

Next