Bezorgde onderzoekers vragen zich af of deze grote groepen leerlingen aan het eind van de middelbare school wel op het vereiste niveau zullen zitten. Volgens de Inspectie van het Onderwijs, die het onderzoek heeft laten uitvoeren, brengt een gebrek aan rekenvaardigheden de toekomst van leerlingen in gevaar.
Bij de tweedejaars scholieren op het vmbo gaat dat om het zogenaamde 1F-niveau. Dat geldt als minimale standaard voor het einde van het basisonderwijs. De leerlingen hebben vooral problemen met het aflezen van een meetinstrument en het omrekenen van maten.
Op het havo en vwo halen 20 procent van de leerlingen het 2F-niveau niet. Volgens de inspectie is dat niveau nodig om zelfstandig in de maatschappij te kunnen functioneren. Daar hebben leerlingen moeite met tijd en geld, algemene oriëntatie en meetvaardigheden.
Een mogelijke oorzaak is volgens de onderzoekers dat het rekenonderwijs tussen het basisscholen en middelbare scholen niet goed op elkaar aansluit. Ook denkt de inspectie dat het lerarentekort een aanleiding kan zijn. Daardoor staan vooral in het vmbo bij rekenvakken docenten voor de klas die niet voor die vakken bevoegd zijn.
De inspectie wil dat het voortgezet onderwijs meer aandacht besteedt aan het aanleren van basisvaardigheden in het rekenen.
Source: Nu.nl algemeen