Home

Hoe een fotografiedocent doorbrak met foto’s van zijn leerlingen en het daarna stil werd. Tot nu

In de zomer van 1983 begaf fotograaf Ed van der Elsken zich naar een opening in het Stedelijk Museum Amsterdam. Hij was er om een foto te maken voor zijn Parool-rubriek ‘Eds Amsterdam’, waarvoor de tekst door verslaggever Bart Middelburg zou worden geleverd. Aanleiding was de tentoonstelling 24 portretten van Ivko-leerlingen, met foto’s gemaakt door André Bogaerts, de docent fotografie van het Individueel voortgezet kunstonderwijs.

Middelburg maakte een praatje met de docent en noteerde het volgende: ‘Iets zéggen over mijn werk? Nou, nee ikkehhh... Ik ben zo bang dat het geouwehoer wordt. Ik bedoel, júist als je het over fotografie hebt, moet je heel goed weten wat je zegt, net als met fotograferen. Eer je een goede foto hebt gemaakt daar gaat zó veel aan vooraf, zó veel denkwerk gaat daar overheen en dan weet je misschien niet eens precies wát eraan is voorafgegaan. Het is toch een vak apart hè.’

Over de auteur
Mark Moorman is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over series, fotografie en populaire cultuur.

Op de foto van Van der Elsken die bij de rubriek afgedrukt werd, zien we een groep leerlingen staan en liggen, met op de achtergrond, bijna verstopt, André Bogaerts. Hij is op zoveel manieren de tegenvoeter van de grote fotograaf, die het tafereeltje ongetwijfeld op luidruchtige manier heeft geregisseerd. Ruim veertig jaar later zijn de portretten van de Ivko-leerlingen weer terug op het Amsterdamse Museumplein. Ditmaal als onderdeel van de fototentoonstelling Express Yourself, die in het Rijksmuseum naast de grote Frans Hals-expositie loopt.

De tentoonstelling biedt twee sterk contrasterende blikken op jeugdcultuur, met de extraverte foto’s van Gerard Wessel die het uitgaansleven van jongeren vanaf halverwege de jaren tachtig tot 2012 vastlegt, naast het veel minder bekende werk van Bogaerts, door Rijks-fotocurator Hans Rooseboom omschreven als ‘verstild en intiem.’ Bogaerts studeerde begin jaren tachtig nog aan de Rietveld Academie toen hij, als docent fotografie, lessen ging geven aan het Ivko. Tegelijk werkte hij aan zijn eindexamenproject van de Rietveld, dat zou uitmonden in het scholierenproject.

Bogaerts maakte zwart-wit mediumshots; de jongeren presenteren zich zoals ze zijn, met een serieuze uitdrukking op hun gezicht. De achtergronden verschillen, van bakstenen muren tot schuttingen. We zitten hier in de postpunkperiode en de stijlkeuzen van de jongeren beginnen alle kanten uit te waaieren. Onderdeel van het project zijn de korte interviews die Odette de Bont met de geportretteerden maakte en die op 13 november 1982 in de roemruchte fotobijlage van Vrij Nederland zijn verschijnen.

Het is een wereld waarin ‘vintage’ nog gewoon tweedehands wordt genoemd en de Waterloopleinmarkt redding biedt voor jongeren die niet of nauwelijks een budget hebben. De 17-jarige Katja, die zichzelf ‘ex-punk’ noemt: ‘Ik begeef mij nooit op de Kalverstraat, waar al die koopzieke mieren hun geld besteden. Walgelijk die confectiekleren.’ De 13-jarige Pierre heeft een hondenriem om zijn nek: ‘Ik had een hond, maar als ik naar school ging kon ik hem niet uitlaten en ik mocht hem ook niet meenemen.’

Het zijn treffende, zelfs ontroerende foto’s, een soort vervolg op het klassieke fotoboek Wij zijn 17 van Johan van der Keuken uit 1955 (portretten van zijn Amsterdamse generatiegenoten). André Bogaerts is er zelf niet meer bij om deze herontdekking van zijn werk mee te maken. Hij overleed in 2022, maar was jaren daarvoor al helemaal gestopt als professioneel fotograaf, lang genoeg om enigszins in vergetelheid te raken. Na zijn dood bracht fotoverzamelaar Akko Dekkers, oud-buurman van Bogaerts, de serie onder de aandacht van het het Rijksmuseum, dat de foto’s graag in de collectie wou opnemen.

Met veertig jaar afstand ziet het scholierenproject er uit als een klassieke, grote doorbraak. En het is niet alleen de tijdloze kwaliteit die de kinderen van toen voor de eeuwigheid lijkt vast te leggen; het werk werd in de jaren tachtig gezien en erkend en Bogaerts kreeg nieuwe opdrachten.

Na de publicatie in Vrij Nederland volgt een prestigieuze opdracht van het Stadsarchief van de gemeente Amsterdam. Bogaerts begint aan een serie ‘mensen in beroepskleding’, naar voorbeeld van zijn favoriete fotograaf August Sander. Hij krijgt diverse beurzen en begint aan series over scouts en portretten van kinderen op scholen in de Amsterdamse wijk de Pijp. Hij komt ook nog heel even in de bladenwereld terecht. Hij stond in bladen als Man (met de Ivko-serie) en vanaf 1988 was hij even freelancer voor de Viva.

Bij hem thuis in Amsterdam laat Akko Dekkers een oud nummer van Man zien. ‘Moet je eens zien hoe mensen toen op foto’s stonden.’ We kijken naar modellen die allemaal te lang onder de zonnebank hebben gelegen, met een licht waanzinnige blik in hun ogen. Maar dan die zwart-witfoto’s van André, in hetzelfde nummer. Verstild, om met het Rijksmuseum te spreken, maar ook foto’s die zonder moeite de sprong naar deze tijd maken, terwijl de rest van dit nummer ergens in de overspannen jaren tachtig achterblijft.

André Bogaerts heeft tentoonstellingen in het buitenland, in Duitsland en in het Zuid-Franse Arles. Als in 1991 de grote fototentoonstelling Het beslissende beeld in de Nieuwe Kerk plaatsvindt, wordt er beeld van hem geselecteerd. Waarmee hij is opgenomen in de ‘Hoogtepunten uit de Nederlandse fotografie van de 20ste eeuw’, zoals de ondertitel van de expositie luidt.

En daarna houdt het op.

Eind jaren tachtig zijn ook de problemen met zijn gezondheid begonnen, die hem de rest van zijn leven in de weg zouden zitten. Begin jaren negentig werd hij afgekeurd, sindsdien was hij volledig arbeidsongeschikt.

Dekkers leerde hem pas daarna kennen, als buurman in de Pijp. Hij wist niets van Bogaerts carrière. ‘Toen ik André leerde kennen, had hij gebroken met de fotografie.’ Dekkers liep tegen het oeuvre aan toen hij op hun gezamenlijke zolder de poster zag staan voor de expositie Foto’s voor de stad in Museum Fodor (de voorloper van fotografiemuseum Foam), met de hoogtepunten van de documentaire foto-opdrachten van 1983 tot en met 1985. ‘Andrés naam stond tussen alle bekende fotografen van die tijd.’ Als dragend beeld voor de expositie was een van Bogaerts’ jongerenfoto’s gebruikt.

Behalve de poster trof Dekkers het hele oeuvre van Bogaerts aan, waaronder tientallen prints, weggemoffeld in tassen en vuilniszakken, als een opgeborgen hoofdstuk uit zijn leven. ‘Hij wilde er niets meer van weten.’ Dekkers deed iets waar de fotowereld hem nu dankbaar voor mag zijn: hij haalde de fotoschat van de vochtige zolder en legde de prints tussen zuurvrij papier in dozen. ‘Dat vond hij uiteindelijk toch wel leuk.’

Dekkers schetst het beeld van een teruggetrokken, compleet ‘autonome’ figuur. Maar ook iemand met een groot en onoverbrugbaar wantrouwen tegen het hele fotowereldje, zoals hij het zag. Commerciële opdrachtgevers met eisen, het hele idee dat je jezelf moest verkopen in een wereld waar een zeker haantjesgedrag toen tot aanbeveling strekte; daarop was hij afgeknapt. Bogaerts was heel zuinig met de anekdoten, maar Dekkers herinnert zich het verhaal dat omroep EO beeld uit de Ivko-serie wilde gebruiken, naar later bleek om de ‘ontsporing van de jeugd’ te illustreren. Nee, dan kon je de foto’s maar beter op zolder leggen, al was het maar om de kinderen, die je ooit hun vertrouwen hadden gegeven, niet te verraden.

Al zijn passie zat in het maken en vervolgens afdrukken van de foto’s. Dekkers: ‘Ik ben de enige particuliere verzamelaar die ooit foto’s van hem heeft mogen kopen.’ De foto’s moesten volledig op zichzelf staan; hij noteerde geen namen van de geportretteerden. Het is dat de Ivko-foto’s een gezamenlijk project met Odette de Bont waren, anders hadden we nooit geweten dat de 16-jarige Rinia kleren alleen maar onbelangrijk vindt ‘als ik ga slapen’.

Dekkers haalt een aantal oude series tevoorschijn. We zijn het meest onder de indruk van de serie die halverwege de jaren tachtig bij een basisschool in de Rustenburgerstraat in de Pijp zijn gemaakt, de straat waar Bogaerts en Dekkers woonden. Op zijn cv zien we dat hij toen leefde van een werkbeurs van het ministerie van WVC. De prints zien er uit alsof ze vanochtend uit de doka zijn gekomen. Kinderen (zonder naam) van elke achtergrond kijken rustig in de lens van de fotograaf, tegen een decor van klimop.

‘Hij keek in de ziel van die kinderen’, zegt Dekkers, die het als zijn missie ziet het werk van Bogaerts een nieuw leven te geven. Er is een set naar de Ivko gegaan, waar ze in de centrale hal hangen; het Stadsarchief Amsterdam heeft, naast het negatievenarchief, een aantal van de basisschoolleerlingen uit de Pijp in de collectie opgenomen en de foto’s zijn nu dus in het Rijks te zien. Met de prints die Bogaerts zelf thuis in zijn doka heeft gemaakt.

Wie zijn naam zoekt in de digitale beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam komt uit bij een reeks vermeldingen van de beroepskledingserie uit 1984. Maar de beelden ontbreken. We kunnen aan de aanduidingen aflezen hoe Bogaerts in die dagen met zijn camera door de stad zwierf. De ‘chauffeur van de GG&GD op de Dam’ wordt gevolgd door de ‘hoofdportier van Hotel Krasnapolsky, Dam 9’. Waarom de beelden niet doorgezet zijn naar de beeldbank, vragen we telefonisch aan Anneke van Veen, inmiddels gepensioneerd als fotocurator van het Stadsarchief. Er is een eenvoudige reden. ‘We hadden de handtekening van de fotograaf nodig voor zijn toestemming, maar hij heeft nooit gereageerd op onze oproepen.’ Er is inmiddels contact met de nazaten, en binnenkort zijn de beelden wel te zien.

Van Veen herinnert zich Bogaerts als heel schuchter. ‘Er was eigenlijk geen echt contact.’ Maar ze was indertijd onder de indruk van zijn werk, dat de overgang markeert van een periode waarin de maatschappelijk-geëngageerde fotografie domineerde naar een tijd waarin stilistische keuzes voorop stonden. ‘Hij wilde met zijn beroepskledingserie aansluiten bij het werk van August Sander.’ De Duitse fotograaf maakte in het begin van de 20ste eeuw een soort typologieën van Duitse beroepen en maatschappelijke klassen. Zijn hoofdwerk Menschen des 20. Jahrhunderts verscheen pas jaren na zijn dood, in 1980, net toen Bogaerts zelf een houvast in de fotografie zocht. En ze herinnert zich ook iets anders: de kwaliteit van zijn prints, die je zo aan elke museummuur kon hangen.

Op een vroege woensdagochtend in het Rijks, vlak na de opening, ontmoeten we Flora Bogaerts. Zij is de nicht van André; haar vader Rob is zijn broer. Flora en Rob Bogaerts beheren de nalatenschap en worden door het Rijksmuseum de ‘begunstigers’ genoemd. Flora was weliswaar eerder bij de opening, maar nu, in een stille, lege zaal grijpt het haar weer aan. Hoe het werk van haar geliefde oom opeens op dit hoofdpodium is terechtgekomen. En hoe deze expositie een erkenning is van zijn talent. ‘Ik zie in de foto’s van deze kinderen een spiegelbeeld van wie hij was. Een gevoelige, lieve man, die heel veel voor me heeft betekend.’

We staan voor de foto van de 13-jarige Pierre, een van haar lievelingsfoto’s, die ze thuis ook aan de muur heeft hangen. ‘Mensen die ik best aardig vind, willen vaak geen vrienden met mij worden omdat ik er zo uitzie’, zegt Pierre in Vrij Nederland. Brutaal gastje, met een hondenriem om zijn nek, toen nog een statement van formaat. ‘Ik herken de openheid en het speelse in deze foto, de manier waarop deze jongen zijn gevoeligheid en kwetsbaarheid laat zien.’ Flora was een tijd lang advocaat en is tegenwoordig werkzaam in de jeugdzorg.

Na de scheiding van haar ouders kwam Flora haar oom vooral in de weekenden tegen, als ze bij haar vader was. ‘Ik voelde me altijd erg op mijn gemak bij hem als kind. Hij kon zich goed in mijn wereld verplaatsen. Iets wat ik nog meer kan waarderen nu ik zelf moeder ben geworden.’ Bogaerts was weliswaar uit de fotografiewereld gestapt, ‘maar hij had altijd een camera bij zich’. Hij richtte zijn liefdevolle blik toen op zijn nichtje. Zij was toen te jong om zijn unieke positie in de fotowereld te begrijpen: ‘Hij hield niet van aandacht.’ En hij was perfectionistisch op een manier waar hij anderen eigenlijk niet mee kon lastigvallen.

Bogaerts leed lang aan kanker en overleed in 2022, met achterlating van een handgeschreven briefje aan zijn familie over die bijzondere nalatenschap: ‘Doe ermee wat je wilt.’

In 1983 staat André Bogaerts op een belangrijk punt in zijn leven met een tentoonstelling in het Stedelijk Museum, als een deur die zich naar een toekomst als toonaangevende fotograaf lijkt te openen. Maar tegenover een verslaggever met een opschrijfboekje weet hij het op dat moment allemaal niet zeker onder woorden te brengen. Hij ziet beren op de weg: ‘Ik zou er best wel iets over willen zeggen hoor, maar dat zou dan heel weinig zijn, dat zou eerder ernáást liggen dan dat het eróver zou gaan, begrijp je. Omdat je natuurlijk vaak dingen zegt die voor velerlei uitleg vatbaar zijn, doordát je de juiste woorden niet te pakken kunt krijgen.’

Express Yourself, Rijksmuseum Amsterdam, t/m 9 juni in de fotogalerij, met werk van André Bogaerts en Gerard Wessel. De expositie loopt parallel met de Frans Hals-tentoonstelling.

Gerard Wessel (1960) beschrijft zichzelf als een straatfotograaf. Zijn eigen definitie van die straat: ‘De Wallen, de stadsnomaden, de zwervers, de pleinen, het Vondelpark, het Waterlooplein, de jeugdcultuur in het algemeen en het extravagante nachtelijke uitgaansleven.’ Wessel werkte jarenlang voor het tijdschrift Nieuwe Revu.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next