Home

‘Je zag het leven uit hem wegtrekken’

‘Mijn collega Lisa en ik reden door de buurt toen we de melding kregen van een steekpartij in de wijk Escamp hier in Den Haag. Bij een buurtsupermarktje wenkte een man ons. Met mijn hand op mijn wapen rende ik naar binnen. Daar stond een groep jonge gasten met hoody’s aan, een man of vijftien. Een van hen schreeuwde naar mij: ‘Hij is neergestoken!’

‘De jongen naar wie hij wees, een 15-jarige puber, hing lijkbleek tegen een stapel pallets met blikjes frisdrank. Hij droeg een donzen winterjas en vroeg steeds: ‘Waar is mijn telefoon?’ ‘Dat komt later wel, ga maar zitten, ik ga je helpen’, zei ik, en ik knielde naast hem neer. Met hulp van omstanders trok ik zijn jas en sweater uit, en schrok van de vele steekwonden over zijn hele rug en borstkas, ook bij z’n hart. Uit sommige wonden kwam borrelend bloed door luchtbelletjes, dat betekent dat de longen zijn geraakt. Hij kreunde van de pijn. Ik dacht: jeetje, wat hebben ze jou toegetakeld.

‘Terwijl ik hem uitkleedde, vroeg ik: ‘Hoe heet je? Waar woon je?’ Door de adrenaline schreeuwde ik de antwoorden naar Lisa, die ze opschreef. Ik riep ook tegen haar: ‘Hier hangen camera’s, die beelden moeten bekeken worden! Zorg dat de getuigen hier blijven!’

‘Meteen kwamen er veel collega’s. Een hondengeleider knielde bij me en zei: ‘We gaan chest seals plakken’ – transparante pleisters die voorkomen dat er valse lucht uit je lijf ontsnapt, zodat het slachtoffer gewoon kan blijven ademen. Hondengeleiders hebben die altijd bij zich, in verband met hondenbeten. Ik heb ze ook bij me, omdat ik een cursus levensreddend handelen heb gevolgd.

‘Met z’n tweeën plakten we die pleisters over de ergste wonden aan de voor- en achterkant. Die jongen bloedde hevig en werd steeds bleker, je zag het leven uit hem wegtrekken. Met vier collega’s tilden we hem op een brancard. ‘Hou mijn hand maar vast’, zei ik, en hij kneep er hard in van de pijn. Ik had ontzettend met hem te doen. Pas toen ze hem de ambulance in schoven, liet hij me los.

‘In een tweede ambulance reed ik achter hem aan naar het ziekenhuis. Daar werd hij door wel tien man onderzocht, terwijl ik op de gang wachtte. Zodra ze hem naar een operatiekamer reden, zag ik dat de vloer van die traumakamer onder het bloed zat, net als de witte kleren van het ziekenhuispersoneel. Het leken wel slagers toen ze naar buiten kwamen.

‘‘Ik denk dat hij het overleeft’, zei een van hen. ‘Jullie hebben zijn leven gered.’ Dat doet wat met je, hoor. Lisa, mijn collega, kwam ook naar het ziekenhuis. Ze praatte me bij over het onderzoek op de plaats delict, het bekijken van camerabeelden en het uitlezen van in beslag genomen telefoons. Ook had een verdachte zich op het bureau gemeld.

‘Tijdens onze briefing, ’s avonds laat, hoorde ik van de recherche meer over de toedracht. Diezelfde dag was op een basisschool een jongen in elkaar getrapt. Ook tegen zijn hoofd, terwijl hij al op de grond lag. Het steekincident in die buurtsupermarkt was daarvoor een vergeldingsactie. Het had met drillrap te maken – een hiphopvariant die rivaliserende groepen aanzet tot geweld. Het was groot in het nieuws: in de wijk Escamp werd destijds een samenscholingsverbod afgekondigd.

‘En wat denk je? ‘Mijn’ slachtoffer, wiens leven we hebben gered, is de dader die op dat schoolplein schopte en sloeg. Dat was gefilmd, het filmpje stond op zijn telefoon. Daarom vroeg hij steeds naar zijn telefoon terwijl hij zwaargewond was – het was bewijs tegen hem.

‘De jongen met wie ik zo’n medelijden had, bleek dus een dader te zijn. Eerst sta je iemands leven te redden, je denkt: wat erg dat die klootzakken jou dit hebben aangedaan, en dan hoor je dat hij zelf óók zo’n klootzak is. Je hele perspectief kantelt. Je moet dus nooit afgaan op je eerste gevoel, soms zit er nog een heel andere kant aan een verhaal. Vaak denk ik: waar zijn jullie in hemelsnaam mee bezig? Zulke jonge jongens die messen in iemands nek zetten alsof het niks is, en helemaal niet nadenken over de gevolgen daarvan.

‘Een paar weken later ging de recherche ons slachtoffer aanhouden voor die vechtpartij op school. Ik had dienst. Omdat de recherche niet geüniformeerd is, ging ik met ze mee. Die jongen was inmiddels hersteld en weer thuis na de ziekenhuisopname. Met zes man hielden we hem aan, ik moest hem vervoeren. Ik zag hem kijken: ik kén jou ergens van.

‘Een half jaar geleden kwam ik hem en z’n maatjes tegen op straat. Toen zei hij het hardop: ‘Hee, ik ken jou ergens van.’ Hij keek me indringend aan. Een van z’n vrienden antwoordde: ‘Zij heeft jouw leven gered.’ Daarna sloeg die jongen z’n ogen neer. ‘Doe rustig aan’, zei ik, en ik liep weer verder.’

Kaylees achternaam wordt om veiligheidsredenen niet gepubliceerd.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next