‘Het kabinet en het parlement hebben gefaald, de uitvoering heeft onrechtmatig gehandeld en de rechtspraak is tekortgeschoten in het bieden van bescherming aan mensen.’ Het is in één zin de harde conclusie van de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening. In het commissierapport krijgen ‘alle drie de staatsmachten’ een flinke veeg uit de pan.
Over de auteur
Hessel von Piekartz is politiek verslaggever voor de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid, pensioenen en sociale zekerheid.
Lees hier alles over de kabinetsformatie.
De afgelopen twee jaar deed de commissie onderzoek naar de wijze waarop de overheid fraude bestreed en naar de gevolgen die dat had voor burgers. Aanleiding hiervoor was het schandaal met de kinderopvangtoeslag, waaruit bleek dat burgers jarenlang de dupe werden van strenge wetgeving en uitvoering. Velen kwamen in ernstige financiële problemen.
Omdat in 2020 een parlementaire ondervragingscommissie al harde conclusies had getrokken over wat er fout was gegaan, moest de enquêtecommissie zich ditmaal vooral buigen over de vraag waarom dat kon gebeuren.
Omdat hardvochtig fraudebeleid zich niet beperkte tot toeslagen, keek de commissie ook naar het beleid rondom andere regelingen in de sociale zekerheid, zoals de uitkeringen.
De commissie noemt het ‘pijnlijk’ dat juist het systeem van sociale zekerheid – dat is bedoeld om mensen te ondersteunen – ‘diezelfde mensen in de vernieling heeft geholpen’. Daaraan liggen volgens de commissie ‘verschillende patronen’ ten grondslag die ‘tot op de dag van vandaag nog niet zijn doorbroken’.
Een van die patronen is dat het onderscheid tussen burgers die bewust fraudeerden en burgers die fouten maakten steeds verder verdween. Dit gebeurde niet alleen bij de kinderopvangtoeslag – waar mensen die verkeerde gegevens hadden aangeleverd hoge bedragen moesten terugbetalen – maar ook bij uitkeringen.
Zo introduceerde de Fraudewet van het kabinet Rutte I hoge boetes die vervolgens ook werden opgelegd aan mensen die onbewust een fout maakten.
De grondslag voor de problemen ligt volgens de commissie met name bij opeenvolgende kabinetten die ‘fouten en verkeerde keuzes’ maakten bij wetsontwerpen en het invoeren en uitvoeren ervan. Het legde de basis ‘voor veel ellende voor mensen’.
De commissie wijst er op dat sommige fouten al twintig jaar in wet- en regelgeving zitten en nooit zijn opgelost, ook nu nog niet.
Het fraudebeleid verhardde nog meer doordat de politiek in een tijd van economische crisis geen duidelijke keuzes maakte over bezuinigingen en de invulling daarvan overliet aan uitvoeringsorganisaties, zoals de Belastingdienst.
Oftewel: ambtenaren moesten zelf een manier bedenken om het benodigde geld op te halen. Een van de manieren was om fraude op te sporen en onterecht uitgekeerd geld terug te halen. Door de financiële ‘perverse prikkel’ werd actief gezocht naar extra fraudegevallen, ‘ook als die er niet waren’.
Ook de Tweede Kamer gaat allerminst vrijuit. Het parlement heeft volgens de commissie ‘in meerderheid gefaald in haar wetgevende en controlerende taak’. Daarom is de Kamer ‘medeverantwoordelijk’.
De commissie benadrukt in het rapport dat Kamerleden instemden met ‘kwalitatief slechte wetten’ en dat ze vervolgens de ontwerpfouten in die wetten ook niet hebben hersteld.
Bovendien hadden Kamerleden samen met journalisten een ‘aanjagende rol’ in het verharden van beleid. Zo leidde de berichtgeving over de zogenoemde Bulgarenfraude in 2013 – waarbij een criminele organisatie misbruik maakte van toeslagen – in de Kamer tot fel debat over strengere maatregelen.
Dat de commissie zo nadrukkelijk de rol van de Tweede Kamer benoemt, is belangrijk in het licht van de bredere discussie over het fraudebeleid. Veel gehoorde kritiek was dat Kamerleden in de afgelopen jaren weliswaar hard uithaalden naar het kabinet, maar niet zelf in de spiegel durfden te kijken.
Een van de belangrijkste redenen dat de onrechtvaardige situatie zo lang kon voortbestaan, zit volgens de commissie in gebrekkige rechtsbescherming.
Benadeelde burgers kunnen zich altijd nog beroepen op het recht en een zaak aanspannen. Maar de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State negeerde volgens de commissie schrijnende gevallen. ‘Dit terwijl ze hiervan wel op de hoogte was.’
De commissie benadrukt in het rapport dat de basis voor het ontspoorde fraudebeleid nog altijd niet is weggenomen en dat een volgend schandaal ‘zomaar weer kan gebeuren’.
Daarom adviseert de commissie om in de sociale zekerheid weer een duidelijk onderscheid te maken tussen fouten en fraude. Daarnaast moet juridische bijstand laagdrempeliger worden en benadrukt de commissie dat Kamerleden hun wetgevende en controlerende rol ‘goed en gedegen’ moeten invullen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden