Home

Hard oordeel fraudebeleid: machtige instellingen blind voor mensen, burgers jarenlang vermorzeld

Dat is de harde conclusie van de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening in het rapport 'Blind voor mens en recht' dat maandagmiddag is gepubliceerd.

"De staatsmachten waren blind voor de gevolgen van beleid en besluitvorming", schrijft de commissie in het rapport van ruim vijfhonderd pagina's. "Ze waren blind voor mensen. Blind voor het recht. Blind voor de rechten van mensen. Een overheid die mensen niet ziet, raakt het vertrouwen kwijt."

De commissie noemt het daarom ook "onvergeeflijk" als hier geen lessen uit worden getrokken.

Er wordt een guur klimaat geschetst waarin vrijwel iedere instantie of organisatie die vanwege uitkeringen met burgers in contact stond, fout op fout kon stapelen.

De politiek maakte slechte wetten en was niet in staat die te verbeteren. Uitvoeringsorganisaties zoals de Belastingdienst bestempelden burgers jarenlang onterecht als fraudeur. De rechtspraak hield veel te lang vast aan regels die te streng waren. Burgers hadden geen schijn van kans om zich te verweren tegen het onrecht dat hen werd aangedaan.

Deze commissie wilde weten waarom het fraudebeleid van de afgelopen decennia zo slecht heeft kunnen uitpakken, terwijl het juist was bedoeld om mensen te helpen. Dat het fout is gegaan, wisten we al dankzij eerdere uitgebreide onderzoeken vanuit de Kamer over het toeslagenschandaal en de problemen bij uitvoeringsorganisaties. De commissie kreeg vanuit de Kamer de opdracht om hierop verder te borduren.

Zo'n fout ligt bijvoorbeeld bij de totstandkoming van de wet voor de toeslagen voor zorg, kinderen en wonen uit 2005. Het kabinet maakte bij deze zogenoemde Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (afgekort als Awir) volgens de commissie "een opeenstapeling van verkeerde keuzes". Sommige fouten zijn er volgens de commissie al twintig jaar en zijn nog steeds niet opgelost.

De wet had vanwege de massale omvang, ongeveer 8 miljoen mensen krijgen maandelijks een toeslag, onvoldoende oog voor de bescherming van de burger. De Belastingdienst, verantwoordelijk voor de uitvoering, was gewend om geld te innen, niet om uit te betalen. Bovendien konden de ICT-systemen van de fiscus het toeslagensysteem helemaal niet aan.

Er werd door de Belastingdienst gewerkt met voorschotten, waardoor burgers zelf hun inkomen moesten inschatten, zonder dat duidelijk was wat er precies onder dat inkomen viel. Er was geen mogelijkheid om af te wijken van regels als die (onbedoelde) negatieve gevolgen hadden.

De Awir was onduidelijk over wanneer je een toeslag precies moest terugbetalen. Het gevolg was dat burgers voor het minste of geringste, zoals het verkeerd doorgeven van de geboortedatum van een kind, hun volledige toeslag kwijtraakten. "Dit heeft de alles- of- nietsbenadering mogelijk gemaakt, waardoor levens van mensen zijn vermorzeld", concludeert de commissie.

Zo kon het gebeuren dat een wet (in dit geval de Awir) die juist was bedoeld om toeslagenstelsel eenvoudiger te maken, door allerlei ontwerpfouten zorgde voor "een kettingreactie aan problemen voor mensen".

Dat zijn ook nog eens mensen die het meest kwetsbaar zijn. Want degenen die de toeslagen het hardst nodig hadden, mensen met een laag inkomen, werden het hardst geraakt als zij die moesten terugbetalen.

De risicomodellen van de Belastingdienst leidden er sowieso toe dat naast groepen met een laag inkomen, ook alleenstaande moeders en ouders met een buitenlandse achtergrond vaker de dupe waren. "Dat was geen toeval", schrijft de commissie. "Maar volgde uit de wijze waarop risicoselectie werd toegepast." Deze mensen werden doordat ze als risico worden gezien veel vaker gecontroleerd door de Belastingdienst.

Er waren de afgelopen jaren wel signalen dat de wet- en regelgeving op dit gebied niet deugde. De Raad van State, uitvoeringsorganisaties, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Nationale ombudsman wezen allemaal op knelpunten. Maar het kabinet "heeft gefaald om deze problemen met de Awir serieus te nemen en de wet fundamenteel aan te passen", concludeert de commissie.

Ook de rechtspraak faalde in de ogen van de commissie. De Raad van State, de hoogste bestuursrechter in het land, keurde jarenlang de alles- of- nietsbenadering goed. Terwijl de "rampzalige consequenties" bekend waren. Tot op de dag van vandaag heeft de Raad van State niet erkend dat dit fout was. "Ernstig", vindt de commissie.

Geld speelde ook een belangrijke rol bij het fraudebeleid. Door "ondoordachtzame bezuinigingen" en "perverse prikkels" werden mensen onzichtbaar, concludeert de commissie. De nadruk op de financiën heeft het fraudebeleid verhard en de kwaliteit van de dienstverlening verslechterd.

Dit gebeurde in de periode na 2010 toen er fors bezuinigd moest worden vanwege de financiële crisis. De politiek, zo constateert de commissie, koos liever voor bezuinigingen op de uitvoering dan op maatregelen die mensen direct raakt, zoals het verlagen van de uitkeringen. Onterecht werd gedacht dat deze bezuiniging "pijnloos" kon.

De perverse prikkel zit hem in het feit dat het opsporen van fraude, ook geld opleverde. De overheid kon zo 'onterecht' verkregen uitkeringen en boetes innen. Er werd net zo lang gecontroleerd totdat de financiële doelstellingen werden gehaald.

Het gaat in het rapport veel over 'het kabinet' dat fouten heeft gemaakt, maar ook de Tweede Kamer heeft de problemen niet kunnen voorkomen. "Het parlement heeft in meerderheid gefaald in haar wetgevende en controlerende taak", schrijft de commissie. Daarmee is de Tweede Kamer medeverantwoordelijk voor de ellende voor de mensen, luidt de conclusie.

De Tweede Kamer heeft namelijk met de "kwalitatief slechte wetten" van het kabinet ingestemd en heeft de fouten vervolgens niet weten te herstellen.

De commissie gaat ook in op de rol van de journalistiek. In politiek en media overheersten vooral "beelden", waardoor de waarheid werd ondergesneeuwd. Kamerleden en journalisten hebben zo "een aanjagende rol" gehad in de verharding van het fraudebeleid en haalden "het slechtste in elkaar naar boven".

Er is in de media vooral aandacht voor ophef en conflict en minder voor het inhoudelijke debat, vindt de commissie.

De commissie waarschuwt tot slot dat de conclusies verklaren waarom het zo fout heeft kunnen gaan. Maar veel fouten zitten nog steeds in het systeem. "Zonder de juiste maatregelen, veranderingen en waarborgen kan een volgend schandaal zomaar weer gebeuren", staat er in het rapport.

"De blindheid van de overheid voor mens en recht is niet weg." Daarom wordt er een klemmend beroep gedaan op de Tweede Kamer om met de aanbevelingen aan de slag te gaan.








Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next