De sancties tegen Rusland doen vooral het Westen pijn. De energietransitie komt precies op het goede moment en biedt kansen om de Europese economie te versterken.
Twee jaar na het begin van de grootschalige invasie in Oekraïne, moet de conclusie luiden dat de economische sancties tegen Rusland weinig hebben geholpen. Ze hebben Rusland in ieder geval geen zichtbare pijn gedaan.
Integendeel. De Russische economie groeit harder dan de economieën in het Westen. Door de oorlog en de opgebloeide wapenindustrie is Rusland bovendien minder afhankelijk geworden van olie en gas, een langgekoesterde wens van Moskou.
Dat is extra pijnlijk omdat Europa zijn uiterste best heeft gedaan om Rusland te raken. De export van veel hoogtechnologische producten werd verboden, zodat Rusland op den duur geen geavanceerde wapens meer zou kunnen maken, en de import van Russische gas via pijpleidingen teruggeschroefd naar (bijna) nul. Een enorme prestatie, want tot 2022 kwam 40 procent van het Europese gas uit Rusland.
De verwachting was dat de sancties steeds meer pijn zouden doen, maar het omgekeerde gebeurde: Rusland slaagde er steeds beter in aan de sancties te ontsnappen.
Het verbod op de uitvoer van technologische producten bleek vrij makkelijk te omzeilen door deze producten eerst naar Kazachstan of een andere Centraal-Aziatisch land te exporteren, van waaruit ze vrijelijk naar Rusland kunnen worden doorgevoerd.
De boycot van Russische gas leidde in de praktijk ook vooral tot een verlegging in plaats van een stopzetting van de gasexport. Het grootste deel van het Russische gas gaat voortaan naar India en China. Die landen betalen minder dan Europa, waardoor Rusland wel een beetje pijn lijdt, maar de goedgevulde Russische schatkist niet serieus wordt geraakt.
Europa ving het wegvallen van het gas op door minder te verbruiken, zwaarder te leunen op wind- en zonne-energie, maar vooral door vloeibaar gas te importeren. Overal werden lng-terminals gebouwd om het gas te kunnen importen. Veel van het vloeibare gas kwam uit landen als Qatar, maar Rusland is ook nog steeds een belangrijke leverancier. In 2023 kwam nog altijd 15 procent van het Europese gas uit Rusland.
Veel westerse bedrijven zijn gewoon in Rusland gebleven. Soms met goede redenen: door halsoverkop te vertrekken zouden alle bezittingen in handen van de Russische staat vallen, verkoop aan een andere partij is vaak lastig. Soms met minder goede redenen: vertrek uit Rusland kost elk bedrijf veel geld.
De Europese Unie heeft vanaf het begin Poetins handlangers aangepakt door ze allerhande sancties op te leggen en beslag te leggen op hun buitenlandse bezittingen. De hoop was dat zij uiteindelijk tegen Poetin zouden opstaan, maar daar zijn vooralsnog geen tekenen van.
Het lijkt onvermijdelijk dat de Russische economie op termijn wel schade lijdt, nu het Westen de banden grotendeels heeft doorgesneden, maar de conclusie moet ook zijn dat het Westen onvoldoende economische macht heeft om een land als Rusland te breken. Zolang andere landen niet meedoen, heeft Rusland te veel alternatieven.
De sancties doen voorlopig vooral Europa zelf pijn. De energieprijs is bijvoorbeeld gestegen nu het gas niet meer uit Rusland komt. Daardoor is de Europese industrie minder concurrerend geworden.
Dé manier om de Europese economie te versterken en Rusland te raken is veel minder fossiele brandstoffen gebruiken. De energietransitie komt dus op een goed moment. Europa moet alle zeilen bijzetten om hierin leidend te worden. De oorlog kan echter alleen gewonnen worden op het slagveld en als Europa erin slaagt voldoende wapens te produceren.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant