Home

Het raadsel van het Romeinse twaalfvlak (nu ook gevonden in Engeland): wat deden ze hiermee?

Het begon met een schreeuw. Een ongeluk, dacht amateur-archeoloog Richard Parker, maar in de kuil aan de overkant van het veld stond zijn collega (en naamgenoot) Richard met iets wat hij net had opgegraven: een 8 centimeter groot, perfect regelmatig bronzen twaalfvlak. Het was de voorlaatste dag van de opgraving, iets buiten het dorpje met de schilderachtige naam Norton Disney, tussen Nottingham en Lincoln, en Richard-in-de-kuil had zojuist een Gallo-Romeinse dodecaëder gevonden. ‘In bijna ongeschonden staat. De vondst van een leven’, aldus Parker, secretaris van de Norton Disney Archaeology and History Group.

‘Ik had weleens iets over de dodecaëders gelezen, maar je verwacht in je wildste dromen niet dat je ooit zoiets vindt’, vertelt Parker via een videoverbinding. ‘We hebben een minuut of tien alleen maar zitten kijken, in totale verwondering.’

Eén probleem. Of noem het een uitdaging. Niemand weet wat de dodecaëders zijn of waarvoor ze dienden. Sinds 1739 vonden archeologen bij opgravingen (en soms toevallig) bij benadering 130 exemplaren, variërend van 4,5 tot 8,5 centimeter groot en, met uitzondering van één zilveren exemplaar, allemaal gegoten uit brons en versierd met bolletjes op de hoekpunten.

De objecten stammen uit de 2de en 3de eeuw en hebben een Romeinse oorsprong, maar, zegt Parker: ‘De oude Romeinen leverden er bepaald geen gebruiksaanwijzing bij.’ De dodecaëders staan niet op oude afbeeldingen en er zijn geen geschriften bekend waarin ze voorkomen.

Over de auteur
Ernst Arbouw is schrijver en wetenschapsjournalist en schrijft voor de Volkskrant over onderwerpen die uiteenlopen van Groningse otters tot Franse oorlogsbrieven.

Nog een raadsel: de twaalfvlakken lagen bijna zonder uitzondering aan de noordkant van de Alpen. Ze werden gevonden bij de muur van Hadrianus in Noord-Engeland, aan de Rijn of langs Romeinse wegen, zoals in het Belgische Tongeren, maar in het hart van het Romeinse Rijk komen ze niet voor. Vandaar de aanduiding Gallo-Romeins, die verwijst naar de Gallische of Keltische achtergrond.

‘Voor de duidelijkheid: ik heb géén idee waar ze voor dienden’, zegt Jasper de Bruin, conservator Romeinse archeologie in Nederland van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het museum bezit drie dodecaëders, voor zover bekend de enige Nederlandse exemplaren, gevonden bij Elst in de Betuwe en op de terp van het Friese Hartwerd, net ten oosten van Bolsward. Van het derde exemplaar werd alleen een stukje gevonden, bij baggerwerkzaamheden in de Waal ter hoogte van Nijmegen.

Speculaties over hun functie lopen uiteen van militair meetinstrument via breihulpje voor wollen wanten tot kaarsenstandaard of zaaikalender, maar een eenduidig antwoord is er niet, vertelt De Bruin.

Wat niet helpt: van een aanzienlijk deel van de dodecaëders ontbreekt vondstinformatie of zijn de gegevens zo beperkt dat ze onbruikbaar zijn voor interpretatie. Van de drie Nederlandse dodecaëders is destijds, in de tweede helft van de 19de eeuw, alleen de vindplaats geregistreerd, en niet de context waarin ze zijn gevonden. Juist die archeologische context is belangrijk voor de duiding, legt De Bruin uit. ‘Van vrijwel alle voorwerpen uit de Romeinse tijd weten we wat het is. Daarvoor heb je niet per se geschriften nodig. De omstandigheden waarin je iets vindt, zijn ook van belang. Is het een tempel of een werkplaats of een graf? En wat vind je op zo’n locatie verder nog?’

Zelfs de vindplaatsen van twee van de drie Nederlandse exemplaren zijn volgens De Bruin niet met zekerheid te zeggen. ‘Bij ‘Elst’ moet je het houden op ‘ergens tussen Arnhem en Nijmegen’ en het fragment dat is gevonden in de Waal is op basis van onze collectiegegevens het best te plaatsen als ‘in de regio Nijmegen - Xanten’.’

Alleen van de dodecaëder van Hartwerd is de vondstlocatie zeker, maar het blijft giswerk hoe het bronzen object terechtkwam op een Friese terp, meer dan 100 kilometer ten noorden van de Limes, de noordelijke grens van het Romeinse Rijk. ‘Tot voor kort dachten we bij Romeinse vondsten in Noord-Nederland aan handel, of aan veteranen die na hun diensttijd terugkeerden naar hun terp, maar je zou ook kunnen denken aan boeren die seizoensarbeid deden in Romeins gebied.’

De laatste grondige wetenschappelijke analyse over de twaalfvlakken is meer dan dertig jaar oud. De toenmalig conservator van het Gallo-Romeins Museum in het Belgische Tongeren inventariseerde voor een publicatie destijds 77 exemplaren. Van vijftig dodecaëders was geen of slechts beperkte archeologische context bekend. Van veertien stuks was niet eens bekend waar ze gevonden zijn.

De dodecaëder in Norton Disney lag in een afvalkuil bij een Romeinse villa, vertelt amateur-archeoloog Parker. Toch houdt hij er rekening mee dat het object niet zomaar is achtergelaten. ‘Dit is niet een alledaags voorwerp en het is zeker niet iets dat je afdankt of kwijtraakt.’ Parker vermoedt dat de afvalkuil (‘hoofdzakelijk keramiek en scherven van dakpannen, waarvan één met de pootafdruk van een hond in de destijds natte klei’) ook een offerplek was. ‘De laatste eigenaar heeft hem daar bewust neergelegd.’

Het belang van het Norton Disney-exemplaar is moeilijk te benoemen, zegt onderzoeker Lorena Hitchens, die aan de universiteit van Newcastle promoveert op de Gallo-Romeinse dodecaëders. ‘Gelet op de ouderdom is dit exemplaar in opvallend goede staat. Dat is ongebruikelijk. In de loop der eeuwen zijn heel wat objecten bijvoorbeeld geraakt door een ploeg, maar deze is onbeschadigd. Hij is bovendien bijzonder goed gemaakt, door een zeer vaardige metaalbewerker.’

Hitchens wil niet ingaan op nog ongepubliceerd onderzoek, maar ze wil wel bevestigen hoe ‘bijzonder’ het is dat het twaalfvlak in Norton Disney werd gevonden op de plek waar het in het verleden is achtergelaten. ‘Het lijkt erop dat de dodecaëder hier door de laatste eigenaar bewust is geplaatst’, zegt ook zij.

Daarbij plaatst ze direct een kanttekening: ‘We hebben een beperkte dataset van ongeveer 130 exemplaren. Dat betekent dat iedere vondst belangrijk is. Begin 2023 vond een metaaldetectorzoeker in België een klein fragment van een dodecaëder. Dat was wereldnieuws.’

Hoe moeten archeologen de dodecaëders duiden als een groot deel van de context ontbreekt en er geen overgeleverde bronnen zijn? Los van de gebruikelijke vragen – context, samenstelling van het metaal, gebruikssporen – heeft De Bruin een suggestie die bij eerder wetenschappelijk onderzoek nog niet beschikbaar was. ‘Je zou alle bekende dodecaëders kunnen laten scannen, zodat je ze daarna kunt 3D-printen. Dan kun je ze allemaal bij elkaar zetten en classificeren.’

Nog een suggestie van De Bruin: laat er een namaken door een metaalgieterij, volgens de methode die de Romeinen vermoedelijk gebruikten. ‘Dan krijg je een idee van de moeite die het kostte om zo’n voorwerp te maken. Dat helpt om een idee te krijgen van de waarde en tot op zekere hoogte ook van de betekenis.’

‘Ik hoop er nog wel bij leven en welzijn achter te komen wat de dodecaëders zijn’, zegt De Bruin. “Maar als je me vraagt te speculeren, dan denk ik dat het toch ergens in de religieuze of magische sfeer ligt.’

Parker is het met hem eens. ‘Als het een kaarsenstandaard was, of een hulpje bij het breien van wollen wanten, dan hadden ze het wel van hout gemaakt. Dit is geen alledaags gebruiksvoorwerp.’

Bij een opgraving in het Duitse Arloff, 25 kilometer ten zuidwesten van Bonn, vonden archeologen begin jaren negentig een bronzen twintigvlak. Deze zogeheten icosaëder van Arloff is het enig bekende object in zijn soort en is zo mogelijk nog raadselachtiger dan de twaalfvlakken die verspreid over Noordwest-Europa worden gevonden.

Het belangrijkste raadsel is en blijft de functie. Net als bij de dodecaëders zijn geen geschriften of afbeeldingen overgeleverd. Andere belangrijke vraag: waarom is er maar één twintigvlak teruggevonden terwijl er meer dan honderd twaalfvlakken bekend zijn?

Opvallend is dat de bronzen icosaëder van Arloff versieringen heeft die vergelijkbaar zijn met die van de dodecaëders: bolletjes op de hoekpunten en zogeheten ‘gepunte cirkels’ (letterlijk: een cirkel met een puntje erin) op de vlakken.

De icosaëder lag in een Romeins graf, wat mogelijk wijst op een ceremoniële of religieuze betekenis.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next