Home

Marijke Schermer: ‘Liever kijken dan bekeken worden – die positie cultiveer ik als schrijver natuurlijk ook’

Liefhebbers van Marijke Schermer kunnen zich met In het oog verheugen op een typisch werk van haar hand. Weer is de hoofdpersoon een denkende figuur, die moet kiezen tussen buitenstaander blijven of deelnemer worden – iets wat zij in zichzelf herkent.

Sinds haar vorige roman de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2020 haalde, heeft Marijke Schermer aan belangstelling geen gebrek, vertelt ze na afloop van het interview, op de drempel van haar Amsterdamse bovenwoning. ‘Ik had geluk dat het lang duurde voordat de winnaar bekend werd, vanwege corona. Zo heeft Liefde, als dat het is veel extra aandacht gekregen.’ Voor haar nieuwe roman In het oog, die dit weekend verschijnt, mag ze onder meer aanschuiven bij Eus’ Boekenclub. ‘Ik werd ook uitgenodigd voor VPRO Boeken, maar Eus was eerder.’

Marijke Schermer (1975) is auteur van vier romans, toneelschrijver en regisseur van eigen en andermans werk; in november ging het toneelstuk Fokker Blankers Tol in première, waarvan Schermer de tekst schreef. Haar boeken zijn meer dan eens vergeleken met het werk van Ian McEwan (‘Ik heb weleens met hem gemaild over mijn roman Noodweer, waarvan ik een filmscript aan het maken ben – hij heeft ook zelf meegewerkt aan de verfilmingen van zijn boeken’). Haar uitgever presenteert haar als de Nederlandse Deborah Levy, Rachel Cusk of Juli Zeh.

Liefhebbers van haar werk kunnen zich nu weer verheugen op een echte Schermer-roman, met een grote psychologische diepgang, fijngeslepen zinnen en een uitgekiende plot. Op de eerste pagina’s ziet microbioloog Nicola haar leven ontsporen: haar geliefde gaat bij haar weg en ze krijgt geen geld voor onderzoek naar een bacterie die revolutionair zal zijn voor de toekomst van kweekvlees – vermoedt zij. Nicola laat het er niet bij zitten en gaat steeds verder om de werkelijkheid naar haar hand te zetten.

‘Dat vind ik een moeilijke vraag, omdat ik aan het begin nog niet wist dat dit het verhaal zou worden. Ik wist al wel dat het over een microbioloog zou gaan, dat was het startpunt. Ik wilde schrijven over iemand die liever kijkt dan bekeken wordt, die de werkelijkheid bestudeert en zelf graag in de schaduw blijft. En die daardoor in de problemen komt. De microbioloog vond ik een sterke metafoor voor die positie.

‘Ik wist ook dat ik de hoofdpersoon binnen een paar bladzijden alles uit handen moest nemen: geliefde weg, onderzoek weg, haar enige dochter is het huis al uit. Niets houdt Nicola tegen om haar eigen, eenzelvige pad te volgen.’

‘Helemaal niet. Dat was best ingewikkeld, want de mensen die mij daarover informeerden, waren lang niet altijd navolgbaar. Ik heb een heel intelligente buurman die microbioloog is en mij heeft rondgeleid in het biomedisch lab van de VU, waar hij werkte. Later heb ik de hulp van Rosanne Hertzberger ingeroepen, omdat ik dacht: misschien kan zij de informatie die ik nodig heb beter toegankelijk maken. Zij liet me proefjes doen en heeft ook de naam van Nicola’s bacterie verzonnen, de Leptotrichia animalis. Die bestaat dus niet echt, maar het is wel een aannemelijke bacterie.’

‘Ja, maar het levert ook veel op. Ik schrijf graag over denkende figuren: nu is het een microbioloog, in Noodweer was het een statisticus. Ik heb zelf niks met bètawetenschappen, maar ik vind de research naar zoiets wel heel leuk. Doordat ik iets moet begrijpen wat ik niet begrijp en daar moeite voor moet doen, krijg ik een bepaalde alertheid. Als ik tijdens mijn research stuit op iets dat in mijn boek past, is dat zo’n cadeau. Juist omdat het uit zo’n andere wereld komt.’

‘Al vrij snel wist ik dat Nicola in de ban zou raken van een man, Louis, maar wie hij precies was, daarop heb ik eindeloos zitten puzzelen. Hij heeft allerlei gedaanten gehad, is een echte pianist geweest in plaats van een amateur, zoals nu. Hij heeft drie kinderen gehad in plaats van één. Ik had bedacht dat zijn zoon een oor zou verliezen, maar dat is toch nog wat dramatischer uitgepakt.

‘Ik heb ook overwogen dat Nicola hem nooit zou ontmoeten, dat ze op afstand zou blijven. Maar het dilemma tussen kijken en bekeken worden, tussen toeschouwer zijn en deelnemen aan een situatie, kon ik het best beschrijven door haar verliefd te laten worden.’

‘Dat roept de grootste nood op, volgens mij, om toch te willen meedoen. Om geen buitenstaander te blijven. Ik ben me er bewust van dat je dit personage als lezer ook kwijt kunt raken. Je zou kunnen denken: dit gaat wel ver, die is knettergek geworden. Ik hoop dat er voor lezers net genoeg herkenbaarheid is om toch bij haar betrokken te blijven.’

‘In sommige dingen wel. Die positie als observator van het leven, van liever kijken dan bekeken worden, cultiveer ik als schrijver natuurlijk ook.

‘Nicola kan er bijvoorbeeld slecht tegen dat Bee, haar geliefde, haar altijd maar ondervraagt over wat ze werkelijk voelt. Ik laat haar zeggen: ‘Hoe meer ze naar mijn gevoelens vragen, hoe minder ik er blijk te hebben, alsof ze me met elke vraag ernaar ervan beroven.’ Dat gevoel herken ik wel, dat je tekortschiet als je daar niet goed in bent. Terwijl je ook kunt denken: misschien past zo iemand gewoon niet bij me, kan ik beter iemand zoeken die niet zo veel vragen stelt.’

‘Ik ben erg met de lezer bezig. Niet met één specifieke lezer, maar met het idee dat mensen moeten willen doorlezen. Ik probeer spanning te creëren, elk hoofdstuk zo te eindigen dat je denkt: ik wil weten hoe het verdergaat.’

‘O, die voel ik zeker. Ik ben in de beste toestand als ik aan een boek werk. Het is voor mij een manier om tot inzichten te komen over mijn eigen leven en het houdt mijn gedachten actief. Als ik niet schrijf, heb ik het idee dat ik een soort sluimerend bestaan leid.’

‘Nee, dat vind ik niet. Het is een behoorlijk onuitputtelijk thema; het is niet voor niets dat zo veel mensen zich ermee bezighouden, dat er zo veel boeken en films over gaan. Ik sta mezelf ook niet toe om gemakzuchtig te zijn. Volgens mij heb ik nu weer iets heel anders gedaan dan in Liefde, als dat het is. Daar wilde ik het perspectief zo vloeibaar mogelijk maken. Dat vond ik passen bij de constellatie van een gezin, waarover dat boek gaat: van individuen die samen ook een geheel vormen.

‘In deze roman zit je in het hoofd van Nicola, een solistische vrouw. Aan de ik-vorm heb ik wel getwijfeld: je bent zo veroordeeld tot die ene persoon, die per definitie een vertekend beeld van de werkelijkheid geeft. Maar ook bij een ik-perspectief zijn er manieren om te laten zien dat iemand het mis heeft, dat bepaalde dingen niet waar kunnen zijn.’

‘Nee, absoluut niet. Tijdens het schrijven ben ik op zoek naar welk verhaal het echt moet zijn. Nu het af is, denk ik niet dat Louis drie kinderen zou kunnen hebben, of dat ze samen in een auto naar Italië zouden vertrekken, zoals ik ook nog had bedacht. Ik geloof nu wel, tot ik weer begin te twijfelen, dat dit de beste versie van het verhaal is.’

‘De laatste fase is bij mij altijd heel intens. Ik slaap slecht, kan weinig afleiding verdragen, ben alleen maar met dat boek bezig. Dan komt er een moment... het is vrij intuïtief, eigenlijk. Misschien heeft het ermee te maken dat ik een aantal twijfelpunten dan helemaal heb verkend, door veel te schaven, te puzzelen, erover te praten met mijn redacteur en met een meelezende vriendin. Tot ik zeker weet: dit moet het zijn, en niet anders.’

‘Eindeloos slijpen. Aan het eind van het proces ken ik bijna het hele boek uit mijn hoofd. Je zou een willekeurige zin kunnen voorlezen en dan weet ik wat de volgende is. Dat begint nu te verdwijnen, omdat het boek weer uit mijn systeem, uit mijn gedachten raakt. Ik ben een echte herschrijver. Daarom schrijf ik zulke dunne boeken, denk ik. Met een dik boek kan dat niet, volgens mij, dat moet je veel meer in een flow verzinnen.

‘W.F. Hermans kreeg eens de vraag hoe je een roman schrijft, en hij antwoordde: je grijpt de lezer bij zijn oor en sleurt hem het verhaal door. Dat vond ik zo’n mooie uitspraak dat ik hem voor een achterflap heb gebruikt. Geen verheven praatjes, maar gewoon: je moet hem grijpen, die lezer.’

‘Nee, ik denk het niet. Maar wat is plot? De ontwikkeling van een karakter is ook plot. Er moet iets op het spel staan, er moet iets kunnen mislukken. Misschien heeft dat ook wel te maken met mijn onderwerpen: er zit veel gedachte, veel overpeinzing in mijn boeken. Dat zou zich slecht verdragen met een roman zonder actie.’

‘Ik heb tot nu toe veel geluk gehad. Uit mijn werk voor het toneel weet ik wat het is om een slechte recensie te krijgen, maar daar werkt het anders. Dat is teamwork. Een toneelrecensie kan het team tegen elkaar uitspelen, dat is het ergste. Dat er staat: de acteurs redden de slappe tekst. Of dat de ene acteur erg geprezen wordt en de andere niet. Dat kan het enthousiasme uit een productie trekken.

‘Bij een boek weet je dat zowel de lof als het commentaar voor jou is bedoeld. Dan is het duidelijk.’

‘Je ontwikkelt natuurlijk interne wapens om terug te slaan. Tegen jezelf zeggen dat ze er niks van snappen, dat soort dingen. Maar de ergste kritiek zou denk ik zijn dat dat wat mijn jarenlange interesse had voor een ander niet boeiend of betekenisvol is. Dat hetgeen ik over de mensen of de wereld op het spoor dacht te zijn een zuiver particuliere interesse bleek.’

‘Ja, dat las ik ook! Het is niet zo dat hij die namen tegenover mij ooit heeft genoemd. Het zijn wel schrijvers die ik graag lees en ook bewonder, hoewel Deborah Levy erg over zichzelf schrijft. Dat zou ik niet snel doen.’

‘Het heeft een risico om koket te worden. Autofictie is een fikse trend, ook in de Nederlandse literatuur, maar ik ben er niet altijd weg van. Mijn boeken gaan in die zin over mezelf dat ik schrijf over thema’s die me ook in mijn eigen leven bezighouden. Maar ik zou niet snel schrijven: ‘Ik was gescheiden en ik keek uit het raam en ik dacht...’

‘Ik vind het ook gewoon leuk om een structuur en personages te bedenken, om dingen uit te vergroten. Zo’n vrouw als Bee, die Nicola steeds naar haar innerlijk leven vraagt, die ken ik wel. Maar er is geen vrouw in mijn leven die zichzelf in het boek zou herkennen, hoop ik maar, want lezers zijn soms ook een soort hypochonders die denken dat alles over hen gaat. Ik ken zo’n vrouw, maar ik zou haar nooit zo onverbloemd opvoeren.’

‘Ik weet het niet. Misschien wel, omdat mijn boek niet snel door een man geschreven zou worden, maar het zou ook niet door een andere vrouw worden geschreven, toch? Er zijn relatief weinig mannelijke schrijvers die een vrouwelijke hoofdpersoon nemen, misschien zit het alleen al daarin.

‘Dat ik een vrouw ben, is voor mij geen factor in het schrijven. Of het is een blinde vlek, dat weet ik niet eens. Ik ben er niet mee bezig.’

‘Ik geloof niet dat ik me thuis voel bij een bepaalde schrijver of beweging. Ik bewonder Juli Zeh, maar ik schrijf heel anders dan zij. Ik bewonder Ian McEwan, maar ik schrijf heel anders dan hij. Dat je iemand goed vindt of bewondert, is niet per se verwantschap. Het is toch een hoogst individuele aangelegenheid, dat schrijven.’

Marijke Schermer (1975) werd geboren in Amsterdam, groeide op in Groningen en doorliep in Arnhem de Toneelschool. Zij debuteerde in 2013 met Mensen in de zon. In 2016 verscheen Noodweer, dat de shortlist van de ECI Literatuurprijs haalde. Schrijver Ian McEwan, met wie Schermer vaak wordt vergeleken, noemde de Engelse vertaling een ‘excellent novel, packed with emotional truth and elegantly turned narrative’. Haar derde roman Liefde, als dat het is stond op de shortlist van de Libris Literatuurprijs.

Schermer is ook toneelschrijver en regisseur, maar beperkt zich voorlopig tot het schrijven van romans. ‘Zes weken in een repetitielokaal met acteurs is heel leuk, maar het vraagt om een ander soort concentratie dan het werk aan een roman. Ik vond het steeds lastiger samengaan.’

Marijke Schermer: In het oog. Van Oorschot; 216 pagina’s; € 23,50.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next