Home

We hebben een nieuwe ethiek nodig: een aanval op Palestina is een aanval op ons allen

Enkele jaren geleden was ik betrokken bij een stadstuinproject ergens in Nederland. Via een uitwisselingsproject was er een kinderdansgroep uit Gaza te gast. Ik herinner me een gesprek met een van de kinderen, hij was hooguit 13 jaar. We hadden het over de bomen in de tuin en spraken over olijfbomen die werden vernietigd door Israël.

Niet alleen de natuur, maar ook Palestijnen zijn niet veilig. Door de recente aanvallen op Gaza zijn sindsdien ruim 29 duizend mensen vermoord, waaronder 10 duizend kinderen. Daar komen waarschijnlijk nog 8.000 doden bij als gevolg van de gezondheidscrisis, zelfs als het geweld vandaag stopt.

Ik vraag me af: waar zouden die kids nu zijn? Zijn ze gezond, leven ze nog? En zo ja, zijn ze gedwongen gras te eten om te overleven, omdat Israël uithongeringsmethoden inzet? De situatie is vrij hopeloos. Israëlische projectontwikkelaars fantaseren zelfs over het voortzetten van illegale nederzettingen met nieuwe villawijken op de ruïnes van Gaza. Wat voor ethiek kan weerstand bieden aan zoveel onrechtmatig geweld?

Het moet gezegd worden, de aanval van Hamas op festivalgangers begin oktober was afschuwelijk. Dat keurt niemand goed. Maar wat ik heb gemist was eenzelfde soort verwerping van geweld aan het adres van de Israëlische regering en haar (militaire) bondgenoten. In de huidige discussie rond Gaza mis ik ethische consistentie. Hoeveel Palestijnse burgers moeten worden gedood voordat hun levens ook ‘rouwbaar’ worden?

Over de auteur

Shivant Jhagroe is universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde van Universiteit Leiden. In de maand februari is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Toen Rusland twee jaar geleden Oekraïne binnenviel, kreeg Oekraïne terecht morele, militaire en financiële steun vanuit Nederland. Maar waarom krijgt Palestina niet dezelfde steun om zich te verzetten tegen een inval en voortdurende bezetting? Oekraïne en Palestina zijn juist vergelijkbaar als onderdrukte landen. Waarom zwaaien er nu geen Palestijnse vlaggen naast de Oekraïense vlaggen bij Nederlandse ministeries? Die dubbele standaard zien we ook in de journalistiek. Destijds verraadden sommige westerse journalisten hun expliciet racistische solidariteit met Oekraïne met frasen als ‘dit zijn vluchtelingen die op ons lijken’ en ‘(Kiev) is niet, met alle respect, zoals Irak or Afghanistan – dit is een relatief beschaafde en Europese stad’.

Nederlandse praatprogramma’s proberen een verkapt ‘hoor en wederhoor’ toe te passen, merkte ook socioloog Willem Schinkel op. Aan de tafel bij Op1 sprak een Nederlands-Israëlische vrouw die moeite had verbinding te maken met haar zus, met daar tegenover een Nederlands-Palestijnse vrouw van wie 35 familieleden schuilden in één appartement. Beide gevallen zijn erg, maar de ratio is 1:35.

Blijkbaar geldt de bekende formule over nieuwswaarde ook voor Palestijnse levens: waarde = het aantal doden gedeeld door de afstand. Dat gaat vooral over je sociale afstand tot de witte norm die bepaalt of je überhaupt ‘een mens’ bent. Dit werd expliciet gemaakt toen de Israëlische oud-VN-ambassadeur Dan Gillerman Palestijnen beschreef als ‘verschrikkelijke, onmenselijke dieren’. Vanuit de polder liet onze eigen demissionaire premier Rutte de oorlogswandaden van Israël nog eens bagatelliseren door zijn ambtenaren. Blijkbaar is ontmenselijking van Palestijnen staand beleid.

Helaas gaan universiteiten mee met de dubbele standaard: het expliciet veroordelen van Russische agressie en het nuanceren van Israëlische agressie. Voor veel universiteitsbesturen was de Israël-Palestina-kwestie opeens een ‘complex conflict’ dat ‘veel emoties losmaakt’ waarbij er ‘respectvolle dialoog’ moet bestaan tussen de partijen. Mooie liberale waarden, maar waarom is dat nu wél zo belangrijk? En wat hebben de ruim
1 miljoen gevluchte Gazanen in Rafah in vredesnaam aan een dialoog alhier?

Het gaat hier niet om ‘gewapend conflict tussen gelijke landen’, maar om een relatie tussen onderdrukker en onderdrukte binnen een apartheidsregime dat decennia bestaat. Wat we nodig hebben is collectieve oproep tot een staat-het-vuren, opgevolgd door langdurige materiële en financiële steun voor het Palestijnse volk. Internationaal-juridisch gezien heeft Palestina bovendien het recht op zelfverdediging en zicht op soevereine zelfbeschikking, zoals ook meerdere landen bepleitten bij het Internationaal Gerechtshof.

We hebben dus iets anders nodig dan de vigerende hypocriete ethiek van ‘selectieve menselijkheid’. Ik stel een nieuwe ethische stelregel voor: een aanval op Palestina is een aanval op ons allemaal. Met opzet parafraseer ik artikel 5 van het Navo-handvest, omdat deze solidariteit allang bestaat voor machtige westerse landen. Het is namelijk een aanval op ons aller menselijkheid. Dezelfde ethiek zou tevens gelden voor andere volkeren die geconfronteerd worden met genocidaal geweld, zoals in Soedan, West-Papoea, Congo en Ethiopië. De Frans-Joodse filosoof Emmanuel Levinas spreekt in deze context ook wel over het ‘gelaat van de Ander’ als ethisch appèl.

Het is daarom hoopvol te zien dat Zuid-Afrika ontmenselijking aankaart via internationale rechtszaken tegen Israël, de VS en het Verenigd Koninkrijk. De Nederlandse regering kan van Zuid-Afrika leren hoe je moet strijden voor ‘recht en vrede’. En er is meer beweging gaande: Nederlandse burgers, docenten en maatschappelijke organisaties die zich uitspreken middels demonstraties, sit-ins en teach-ins; maar ook Joodse Israëliërs die demonstreren tegen hun eigen regering. Meer dan 800 Europese en Amerikaanse ambtenaren hebben zich uitgesproken tegen hun politieke leiders. Of denk aan de rechterlijke macht die de Nederlandse regering een verbod op export van militaire F-35-onderdelen oplegt.

Hoe ziet de toekomst eruit? De VN-kinderorganisatie Unicef liet onlangs weten dat ‘ieder kind in Gaza is getraumatiseerd’. Dat is hartverscheurend. Vooral als je bedenkt dat de jeugd de toekomst is. Dat geldt dus ook voor de kinderen die ik ontmoette in de stadstuin. Als ik denk aan Gazaanse kinderen wens ik vooral dat ze met dans, bomen en alles wat hen inspireert toch nog hoop zien in deze donkere tijden. Die hoop kunnen wij creëren door Palestijnen te laten omringen door een solidaire internationale gemeenschap. Wat we moeten doen is onze machthebbers verantwoordelijk houden die in ónze naam en met óns belastinggeld deze geweldsspiraal in stand houden.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Source: Volkskrant

Previous

Next