Het is de donderdag voor de Braziliaanse Grand Prix als we een afspraak hebben met Günther Steiner. Het is de twintigste race van het jaar en iedereen in de paddock loopt op zijn laatste benen. Niettemin maakt de Italiaan een montere indruk als hij tegenover Motorsport.com plaatsneemt in de Haas-hospitality. Gevraagd waar hij aan het einde van een lang en slopend Formule 1-seizoen zijn energie vandaan haalt, laat hij weten: “Ik houd van kwalificeren en racen. Dat is waarom ik hier ben. Het is hard werken, maar het gevoel dat ik krijg als de wagens naar buiten gaan om te kwalificeren of te racen… Als het resultaat niet goed is, dan voelt het natuurlijk niet fijn, maar als je een goed resultaat behaalt, is dat het lekkerste gevoel dat er is. Dat uur kwalificeren op zaterdag en die twee uur racen op zondag, dat zijn de momenten waarvoor iemand die gek is van racen leeft.”
De vraag hoe zijn liefde voor de sport geboren is, vindt hij lastig om te beantwoorden. “Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in auto’s. Hoe de passie precies is ontstaan, dat weet ik eigenlijk niet”, aldus de slagerszoon uit het Noord-Italiaanse Merano. “Ik heb echt geen idee waar het vandaan komt. Mijn ouders keken nooit naar autosport op tv en het gebied waar ik ben opgegroeid, heeft er ook helemaal niets mee. De fascinatie voor auto’s en racewagens heeft denk ik gewoon altijd in me gezeten.” Steiner begint de Formule 1 serieus te volgen in de jaren zeventig. “Niki Lauda reed voor Ferrari. Ik woonde vlak bij Oostenrijk, waar hij heel groot was, en zodoende werd hij ook een grote held van mij”, vertelt hij. “Ik keek elke race op tv. Alles was toen nog in zwart-wit. De kwaliteit van het beeld was zo beroerd dat je de auto’s nauwelijks kon herkennen. Een heel verschil met nu. Vervolgens begon ik tijdschriften te kopen over racen en zo ontwikkelde het zich verder.”
Wie de Wikipedia-pagina van Steiner bezoekt, ziet staan dat hij engineering heeft gestudeerd. Die informatie blijkt niet te kloppen. “Ik heb nooit een technische studie gevolgd. Ik ben ergens in de leer gegaan om monteur te worden en vervolgens moest ik in dienst”, aldus Steiner. “Toen mijn diensttijd erop zat, ben ik naar België vertrokken om daar voor een raceteam te gaan werken. Ik heb dus geen studie engineering gevolgd of iets dergelijks. Ik ging meteen de autosport in.” Steiner gaat in 1986 aan de slag bij het in België gevestigde Mazda Rally Team Europe. “Ik zag een advertentie in een tijdschrift, waarin stond dat ze een monteur zochten. Ik reageerde en kreeg de baan.” Hoe er thuis gereageerd werd op het nieuws dat hij naar België vertrok? “Mijn vader was toen al overleden. Maar mijn moeder vond het prima. Ze had zoiets van: ‘Als je dat wil graag doen, dan moet je het zeker gaan doen. Als het niet bevalt, kun je altijd nog terugkomen.’”
Günther Steiner, voormalig teambaas van het Haas F1 Team.
Foto: Andy Hone / Motorsport Images
Het is niettemin een flinke stap voor de dan 21-jarige Günther. “Het was zeker spannend. Het gebeurde toentertijd niet vaak dat er iemand naar het buitenland ging om te werken. Het waren andere tijden. Er waren nog geen mobiele telefoons. Je belde misschien één keer per week naar huis, omdat een internationaal telefoongesprek heel duur was. Het was een spannende maar ook leerzame tijd voor me. Als je altijd op de dezelfde plek blijft hangen, kom je ook niet verder, was mijn gedachte. Dus ik vertrok, terwijl ik geen woord Engels sprak.” Het onder de knie krijgen van de Engelse taal gebeurt in de pub. “Misschien dat je dat nog een beetje kunt horen!”, zegt hij met een brede glimlach. “Er werkten veel Engelse monteurs en engineers bij het team en ’s avonds na het werk gingen we altijd met zijn allen ergens wat eten. En zo leerde ik Engels. Dus gewoon door met andere mensen te praten. Ik ben één keer naar Engelse les gegaan. Ik ben toen na een half uur vertrokken omdat er mensen waren die er echt helemaal niets van begrepen. Ik stond op en zei dat ik wel betere dingen te doen had dan een half uur lang ‘yes’ proberen te zeggen.”
Na drie jaar als monteur te hebben gewerkt bij Mazda Rally Team Europe, wordt hij assistent-teammanager bij het Italiaanse Top Run Srl. Vervolgens vindt hij emplooi bij het eveneens in Italië gevestigde Jolly Club Spa, waar hij zich opwerkt tot de functie van technisch manager. In 1997 verkast Steiner naar Engeland om teammanager te worden van Prodrive’s Allstar Rally Team, alvorens een jaar later de overstap te maken naar M-Sport, waar hij onder andere met rallylegendes Colin McRae en Carlos Sainz samenwerkt. Vooral aan het werken met McRae bewaart hij mooie herinneringen. “We hadden een nieuwe auto met de Ford Focus, wat de eerste wagen was die serieus voor het WRC was ontwikkeld. Om daar samen met Colin aan te werken was een mooie ervaring”, aldus Steiner, die tot 2001 in de rallywereld actief blijft.
De leiderschapskwaliteiten die Steiner in het WRC ontwikkelt, blijven niet onopgemerkt. In 2001 stelt Jaguar hem aan als managing director van het Formule 1-team. Dit gebeurt op voorspraak van niemand minder dan zijn jeugdheld Niki Lauda, die dan teambaas is van Jaguar. “Ik kende Niki nog niet persoonlijk. Die aanbieding kwam voor mij compleet uit het niets”, kijkt Steiner terug op dat moment. Hij krijgt als opdracht om het team te reorganiseren en efficiënter te laten opereren. Op een paar mooie raceresultaten na weet Jaguar in 2002 echter niet te imponeren. De bezem gaat door het management en zo is het F1-avontuur van Steiner na een jaar alweer ten einde. “Het was een mooie tijd en het was leuk om met Niki te werken. Zwaar, maar leuk”, zegt Steiner. Hij is Lauda nog steeds dankbaar voor de kans. “Niki heeft de deur voor mij geopend naar de Formule 1. Wie pas om de hoek komt kijken in deze sport, wordt vaak niet serieus genomen. Maar als je iemand als Niki achter je hebt staan, helpt dat enorm! Ik heb daar veel geluk mee gehad.”
Niki Lauda en Günther Steiner in 2002.
Foto: Andre Vor / Sutton Images
Het is niet zo dat Steiner na zijn vertrek bij Jaguar koste wat kost in de Formule 1 wil blijven. “Natuurlijk was ik graag verder gegaan in F1, maar er waren ook nog genoeg andere dingen te doen. Ik was niet wanhopig. Het was een leuke tijd, maar ik ben daarna gewoon wat anders gaan doen.” Steiner komt terecht bij de racedivisie van Opel, dat dan actief is in de DTM. “DTM was destijds een mooie klasse”, herinnert Steiner zich. Om daarna lachend op te merken: “Op de een of andere manier werd een raceklasse steeds minder, nadat ik die had verlaten!” Weer op serieuze toon: “Nee, ik was niet wanhopig om verder te gaan in F1. Ik ben heel gemakkelijk in die dingen.” Steiner kijkt om zich heen. “Zo heb ik ook nooit het gevoel gehad dat ik hier per se moet zijn. Nee, als ik hier morgen niet meer zit, dan heb ik nog steeds een mooi leven.”
Na zijn vertrek bij Jaguar doet er zich vrij snel weer een kans voor in de Formule 1. En wel bij hetzelfde team als eerder, met als verschil dat de formatie niet meer Jaguar heet maar Red Bull Racing. In 2005 wordt Steiner technical operations director bij Red Bull. “Ook dit keer kwam het belletje totaal onverwacht”, lacht hij. Of hij op dat moment al kan zien dat Red Bull kan uitgroeien tot een team dat meerdere wereldtitels kan binnenharken? “Misschien in het begin niet”, antwoordt Guenther. “Maar later wel. Je kon zien hoe vastberaden Mateschitz was om er een succes van te maken. Hij stak het geld erin dat nodig was en deed alles wat moest gebeuren.”
Maar opnieuw is Steiners aanwezigheid in de Formule 1 van korte duur. Om ruimte te maken voor topontwerper Adrian Newey wordt hij na een jaar door Red Bull naar het NASCAR-programma overgeheveld. Aanvankelijk had Steiner zo zijn bedenkingen bij de beslissing van Red Bull om hem op dat project te zetten. “Toen Mateschitz me vroeg om naar Amerika te gaan om een NASCAR-team op te zetten, was mijn eerste reactie: NASCAR? Ik wist natuurlijk wel wat het was, maar ik kende die klasse verder helemaal niet. Daarom was ik in eerste instantie wat sceptisch. Aan de andere kant had ik er wel oren naar om naar de VS te gaan. Het was namelijk wel iets wat ik altijd al een keer wilde doen, in de VS werken, maar dat is erg lastig als je helemaal geen band hebt met iets daar. Ik sprak er met mijn vrouw over en daarna had ik zoiets van: laten we het proberen.” Om daarna zijn moeder aan te halen: “Als het niets wordt, dan gaan we gewoon weer terug.” En zo vertrekken de Steiners naar NASCAR-staat North Carolina. “We voelden ons vrij snel thuis en daarom zijn we ook nooit meer weggegaan. We wonen er inmiddels zeventien jaar.”
In 2008 verlaat Steiner het NASCAR-team van Red Bull. Hij zet een bedrijf op in de VS genaamd FibreWorks Composites, dat koolstofvezel voor racewagens ontwikkelt en produceert. Maar de Formule 1 is nog niet van Steiner af. Als de Amerikaanse ondernemer Gene Haas besluit om met een nieuw team de koningsklasse in te stappen, vraagt hij Steiner om de boel in goede banen te leiden. Zo komt hij aan het hoofd te staan van de eerste Amerikaanse F1-equipe sinds 1986.
Motorsport.com in gesprek met Günther Steiner.
Foto: Michael Potts / Motorsport Images
Het Haas F1 Team koopt zoveel mogelijk onderdelen als de regels toestaan in bij Ferrari en imponeert bij het debuut in 2016 door meteen punten te scoren. Het seizoen wordt daarna afgesloten op een verdienstelijke achtste plek bij de constructeurs. Na een jaar later opnieuw achtste te zijn geworden is er in 2018 zelfs een fraaie vijfde plek in het eindklassement.
In 2019 beschikt Haas niet langer over dezelfde specificatie onderdelen als Ferrari en wordt het team slechts negende in het WK. In het coronajaar 2020 wordt bijna de stekker uit de renstal getrokken. Als de Formule 1 later in het jaar toch nog een seizoen weet af te werken, komt Haas niet verder dan drie schamele punten, wat opnieuw een negende plaats in het kampioenschap betekent. In 2021 brengt het Amerikaanse team met Mick Schumacher en Nikita Mazepin twee rookies aan de start en wordt er helemaal niet gescoord. Haas zet al vroeg in op de auto voor 2022 en dat jaar gaat het inderdaad iets beter, met een achtste plek in het kampioenschap. In 2023 hebben Nico Hülkenberg en Kevin Magnussen de grootste moeite om hun banden goed te houden in de races en eindigt Haas andermaal onderaan in de eindstand van het WK.
In de tussentijd groeit Steiner met dank aan Netflix-serie Drive to Survive uit tot een ware cultheld. Er worden T-shirts gedrukt met zijn uitspraken erop en er verschijnt een boek van zijn hand getiteld Surviving to Drive. Tijdens het vijfde seizoen van Drive to Survive krijgen we wat meer van zijn privéleven te zien. Zo komt zijn vrouw Gertraud aan het woord. Zij omschrijft haar echtgenoot als een ezel met een bepakking die zwaarder en zwaarder wordt. Of Steiner niet bang is dat die bepakking een keer te zwaar voor hem wordt? “Dat gevaar is er”, erkent hij. “Maar ik voel meestal wel goed aan als de last te zwaar dreigt te worden. Ik weet dat ik dan even pas op de plaats moet maken en wat tijd voor mezelf moet nemen. Maar ik kan veel hebben en geniet van wat ik doe. Dat laatste helpt natuurlijk ook. Een ezel die graag zware zakken draagt, kan langer lopen.”
Ondanks de teleurstellende resultaten lijken het Haas F1 Team en Steiner onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op de vraag of hij zichzelf nog bij een ander F1-team ziet werken, antwoordt hij vorig jaar november: “Het hangt ervan af om wie het gaat en om wat het gaat. Ik ben in het verleden wel eens benaderd, maar ik heb hier nog een klus te klaren”, luidt zijn antwoord. “Ik heb dit zelf opgezet. In zo’n geval kun je, vind ik, niet zomaar naar een ander team overstappen, als je denkt dat het gras ergens anders groener is. Ik heb een verantwoordelijkheid naar degene die geld hierin heeft geïnvesteerd en de mensen die ik hiernaartoe heb gehaald. Als je ouder wordt, wordt dat belangrijker. Het gaat dan niet meer alleen maar om de volgende stap die je in je carrière kunt maken. Verder ben ik blij met waar ik nu zit. Natuurlijk ben ik niet blij met onze resultaten. We zullen ons moeten verbeteren. Maar dat gaan we ook zeker doen. We moeten gewoon harder werken.”
Helaas voor Steiner is het geduld van Gene Haas op. In januari wordt bekend dat zijn contract niet is verlengd en dat trackside engineering director Ayao Komatsu de functie van teambaas van hem overneemt.
Source: Motorsport