Op aandrang van platenmaatschappij Philips nam kunstschaatsster Joan Haanappel in oktober 1964 een vrolijk plaatje op, Ik hou van de winter. Ze was 24. Met de ode aan het jaargetijde dat haar als sporter een sterrenstatus had bezorgd, verkende de dochter van een Haagse vertegenwoordiger nieuwe wegen.
Ik hou van de winter
Al duurt ie ook lang
Een kus van de sneeuwman
Die maakt me niet bang
De tekst van een Amerikaanse hit waarin de temperatuur wél oploopt, We all sing in the sunshine, was aangepast door Gerrit den Braber. De muzikale verkenning van de frêle kunstrijdster uit Den Haag was landelijk nieuws. Aan wedstrijden nam ze niet meer deel, maar haar roem was nog steeds groot.
Zingen was niet haar sterkste punt, zo bleek, ze was op te glad ijs beland. Een koor verbloemde op de single haar gebrek aan zangtalent. Op een drukbezochte persconferentie in Hilversum liet ze in het midden of ze een loopbaan in de muziek nastreefde, maar zei ze ook dat Ik hou van de winter méér was dan alleen een grap.
‘Als de plaat het goed doet, wil ik er natuurlijk meer maken.’ Op de vraag of ze ook als zangeres eerzuchtig is, zei ze zelfkritisch en met enige spijt: ‘Misschien wel. In de sport ben ik het te weinig geweest.’
Joan Haanappel overleed in een ziekenhuis in Leuven, ze was 83. De laatste dertig jaar van haar leven woonde ze in Wezenbeek-Oppem, een gemeente onder de rook van Brussel. Sinds 1986 was ze getrouwd met de Australische oud-zwemmer Julian Carroll. In 2020 in het AD: ‘Ik probeer het beste uit alles te halen. Ik drink een glaasje wijn, gezellig. En op zaterdag of zondag een glaasje champagne.’
Aan het zingen gaf ze destijds snel de brui. Haar hele leven lang bleef oorlogskind Haanappel een gedreven ambassadeur en pleitbezorger van haar sport, bijgestaan door haar vriendin en voormalige rivale Sjoukje Dijkstra en in diverse hoedanigheden. Ze stroomde door naar het commerciële circuit (de Wiener Eisrevue, Holiday on Ice) en becommentarieerde drie decennia lang kunstschaatswedstrijden voor Studio Sport.
In Duitsland was ze co-presentator van een legendarisch tv-sportprogramma, Das Aktuelle Sport Studio, en ze trad toe tot het bestuur van de Nederlandse schaatsbond. Geërgerd door het gebrek aan aandacht bij de KNSB voor het kunstrijden, stapte ze na twee jaar op.
Uit liefde voor de sport verscheen ze als jurylid in het tv-programma Dancing on Ice op RTL 4 en later SBS 6. De capriolen van bekende Nederlanders werden door haar streng doch rechtvaardig besproken. Met de later naar haar vernoemde stichting Kunstrijden Nederland ondersteunde ze jonge talenten, hopend op opvolgers: ‘Ik heb geen kinderen, ik houd van deze sport en ik ben dol op kinderen’.
Voordat Nederland in de ban was van het duo Ard Schenk en Kees Verkerk, Ard & Keessie, waren Joan Haanappel en Sjoukje Dijkstra de nationale sterren op schaatsen. Ze vulden het vacuüm op dat Wim van Est en Abe Lenstra, een wielrenner en een voetballer in hun nadagen, hadden achtergelaten. Als de lievelingen van een nieuw medium, televisie, lieten ze Nederland kennis maken met rittbergers, pirouettes, salchovs en dubbele axels.
De hype die de winterkoninginnen ontketenden, hield jarenlang aan. Als ze na weer een succesvol buitenlands toernooi terugkeerden in Nederland, stonden duizenden mensen het duo op Schiphol op te wachten, maakte het Polygoonjournaal een reportage en was een fanfareorkest opgetrommeld.
De beelden die het tv-programma Andere Tijden in 2006 in de aflevering Sjoukje & Joan toonde van zo’n ontvangst, riepen herinneringen op aan de taferelen die gepaard gingen met openbare verschijningen van The Beatles, inclusief het gedrang en het gegil van fans en de stem van voiceover Philip Bloemendal: ‘Duizenden mensen waren naar de nationale luchthaven gekomen om onze meisjes te huldigen’. De aanleiding was in dit geval het Europees kampioenschap in Garmisch Partenkirchen waar in 1960 Dijkstra goud had gewonnen, en Haanappel brons.
Hun levens liepen jarenlang parallel. Ze waren collega’s, concurrenten en vriendinnen. Een verkleedfeestje op de Haagse ijsbaan bracht ze eind jaren veertig samen. Haanappel was een indiaan, Dijkstra Sneeuwwitje. Ze zaten allebei nog op de lagere school toen ze in een vrachtvliegtuig tussen de bloemkolen en kroppen sla naar Londen reisden, voor een wekenlange stage bij de gerenommeerde Arnold Gerschwiler, een Zwitserse kampioenenmaker.
Haanappel was de minst ambitieuze van de twee, zoals ze zelf vaststelde. Zij was, zei hun trainer Annie Verlee-Smid in de aflevering van Andere Tijden, het elegante, sensibele type, mentaal minder sterk ook. Dijkstra was krachtiger en minder nerveus. Op haar erelijst staan vijf Europese en drie wereldtitels en een Olympische zege. Haanappel moest het doen met vier nationale titels en drie bronzen medailles op EK’s, maar jaloezie stak nooit de kop op.
In 1960 was het mooi geweest met de wedstrijdsport. Ze had zich aangesloten bij de Wiener Eisrevue en verkende nieuwe wegen, onder meer als zangeres. Een verslaggever van de Leeuwarder Courant schreef, toen al, over haar tv-ambities.
Hij gaf haar een goede kans: ‘Joan is knap, ze is intelligent en kan haar woordje doen. Dat ze gevoel heeft voor show is ook wel duidelijk.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden