Als één geliefd media-onderwerp mij stelselmatig verwart, is het polarisatie. Hoor ik de ene week dat het allemaal erg meevalt met die polarisatie, word ik de week erop weer opgeschrikt door een tegenbericht. Eind januari zeiden twee van die verstandige onderzoekers in HP/De Tijd dat Nederlanders nog steeds heerlijk in het veilige midden zitten met hun meningen, maar gisteren las ik in het AD dat de polarisatie tussen arm en rijk weleens zou kunnen gaan toenemen.
Zelfs als er werkelijk niets te melden is over polarisatie, is er standaard ruimte voor zorgen en voorspellingen ingeruimd, zoals voor cryptogrammen en het weerbericht, en als er dan echt geen polarisatie te vinden is, wordt er alsnog een totaal nietszeggende polarisatie uitgevonden tussen mensen die ‘friet’ en mensen die ‘patat’ zeggen.
Over de auteur
Emma Curvers is mediaverslaggever en columnist van de Volkskrant.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
We kunnen altijd doorzoeken, want misschien is de polarisatie gewoon nog niet langs de juiste lijnen onderzocht. Vorige maand rapporteerde de Financial Times over een nieuwe mondiale polarisatie tussen jonge mannen en vrouwen, waarbij de mannen steeds conservatiever worden en de vrouwen steeds progressiever. De Stanford-onderzoekers spraken zelfs van een gespleten Gen Z.
Volgens die onderzoekers gaat dat zorgen voor conflicten en impasses op de datingmarkt, wat dan weer zorgt voor een laag vruchtbaarheidscijfer, en dat wordt natuurlijk een probleem als de baby’s van Gen Z samen onze AOW’tjes moeten gaan betalen. Ze wezen − niet verrassend − naar de sociale media als aanjager voor het ontstaan van deze genderpolarisatie.
Ik dacht eraan toen ik van de week de reportage met Femke Halsema in deze krant las, waarin zij haar zorgen uitsprak over de ‘conservatieve wind’ die waait onder jongeren. Ook daar viel op dat op de scholen die Halsema bezocht, de conservatievelingen jongens waren, en de meiden de meer progressieven.
Trouw wijdde vorige week een stuk aan deze polarisatie binnen Gen Z, waarin deskundigen zeiden ook in Nederland te zien dat jonge mannen conservatiever worden. Uiteraard kwam er ook weer zo’n kneus aan het woord die op de onlinecursus snel knaken maken is geweest, om te zeggen dat Andrew Tate (vrouwenhater slash piramidespel-exploitant) heus ook verstandige dingen zegt.
Terwijl we deze extremistische boegbeelden en hun fans uitputtend bestuderen, heerst er een adembenemende apathie tegenover de bedrijven die de polarisering welbewust opjutten. Je kunt wel verzinnen waarom: de problemen slepen al lang, en de strijd tegen big tech is gezichtsloos, saai en moedeloos makend.
Ik voel het zelf ook. En ik zie het terug in de media, of eerder, in mediastilte. Deze week trad geruisloos de volledige Digital Services Act (DSA) in werking: de langverwachte Europese wet die er mede op is gericht precies dit soort polarisering door algoritmen tegen te gaan (ik vóél uw aandacht wegzakken, houd vol). Alleen: de wet doet het nog niet in Nederland. De Autoriteit Consument en Markt (ACM), die in Nederland op de naleving moet toezien, is nog niet bevoegd, want daarvoor is een andere wet nodig en die heeft ons kabinet nog niet af.
Voor het aanharken van de digitale platformen moet daarnaast een netwerk worden opgetuigd van rapporteurs (‘trusted flaggers’), organisaties die met voorrang melding gaan doen van desinformatie, haat, bagger, geweld, kinderporno en andere ellende. Ook dat ging in Europa vorig weekend van kracht − maar niet in Nederland, want onze ACM mag nog niets. Wij zitten met een lamme wet, en dat met de Europese verkiezingen in aantocht, waarvoor de desinformatie weer met windturbines door TikTok-tunnels en tijdlijnen wordt gesproeid.
Het Malieveld krijg je hier niet vol mee − ik kan er zelf amper bij wakker blijven. Maar toch; het gaat om niets minder dan de David-en-Goliath-achtige strijd tegen antidemocratische invloeden, en in die strijd komt het kabinet te laat aanzetten op een manke ezel. Die mogen wij best even met de zweep geven.
Source: Volkskrant