Sophie Lomme (71, gepensioneerd docent): ‘Vanaf het moment dat Goos de diagnose kreeg, in 2015, begon hij over euthanasie te praten. Elke dag weer, ik werd er akelig van. Ik zei: er zijn mensen met parkinson die nog wel tien jaar leven, loop toch niet zo op de zaken vooruit. Ik wilde kijken naar wat er nog wél kon. Dat zorgde voor spanningen tussen ons en daarom kwamen we bij een psycholoog terecht. Een jonge meid eerst, dat was niks, maar later kwamen we bij een oudere man in het ziekenhuis die ons goed heeft geholpen. Hij gaf ons het inzicht dat Goos de zaken vooral goed geregeld wilde hebben: niet alleen zijn levenseinde, maar ook zijn uitvaart, de financiën, hij wilde het beste voor de kinderen en voor mij.
‘Dat inzicht gaf rust, maar de ziekte was daarmee niet weg, elke ochtend moest er even worden gehuild. Bij het wakker worden om 7 uur was er meteen het besef: godverdomme, het is toch zo. Na een paar minuten zei een van ons dan: het is genoeg, het gaat wel weer. Daarna konden we aan de dag beginnen.
Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl
‘We kregen veel aanloop, dat was fijn. Goos had er geen behoefte aan nog grote reizen te maken, thuis vond hij het ’t prettigst. Elke donderdagavond gingen we naar het huiskamercafé van onze vaste vriendengroep hier in het dorp en ook alle andere dagelijkse dingen gingen gewoon door. Totdat het niet meer ging. Goos had altijd gezegd: als ik niet meer kan praten, wil ik niet meer. Dat werd inderdaad moeilijker op het eind – Goos had MSA-P, parkinsonisme, een progressieve vorm. Ook slikken en lopen werd moeilijker. Op een avond moest ik hem onverwacht douchen. Dat werd een ramp, we stonden samen stuntelend en bang om te vallen onder de douche. Toen zei hij: Sophie, het is genoeg geweest. En ik zei: ik snap het.
‘Een paar dagen later, op 8 december 2018, was het zover. We hebben nog Sinterklaas gevierd met de kinderen, waarbij hij voor iedereen een gedicht had geschreven, met steeds hetzelfde couplet erin verwerkt: dank voor wat was/vertrouw op wat komt/we doen het toch samen/de cirkel is rond. Knap vind ik dat, die acceptatie, als je 66 bent.
‘Nou ja, en dan ga je de avond voor de euthanasie naar bed en je denkt: onze laatste nacht samen, ik doe geen oog dicht. Maar je valt toch gewoon in slaap. En de volgende ochtend werden de kleinkinderen meegenomen door twee zussen van Goos voor een boswandeling en dan zeg je: tot straks, dadelijk is opa dood. Je dóét het gewoon allemaal, gek is dat. We hebben koffie gedronken, Goos wilde nog een roereitje, en daarna kwam de huisarts. Er was geen drama, het moment was goed. Kijk, hier op de foto zie je hem nog op bed met onze zoon en dochters, en op de volgende foto is meteen al het leven eruit. Dat blijft iets ongelooflijks, binnen seconden een verschil van dag en nacht.
‘Het is soms nog onwerkelijk dat hij nu echt weg is. Zolang er nog over hem wordt gepraat, is hij er nog bij. Zijn eerste sterfdag zijn we met een groep mensen samengekomen, daarna werd de kring kleiner. Afgelopen december, voor zijn vijfde sterfdag, dacht ik: hij moet weer de aandacht krijgen die hij verdient. Ik heb een etentje georganiseerd voor zijn twee beste vrienden en zijn twee zussen met hun partners, en voor iedereen een herinnering aan Goos onder het bord gelegd. Een foto, een kaartje, een mooie brief die ze hadden geschreven in de tijd dat hij ziek was; het lokte allerlei verhalen uit over het amateurtoneel waar Goos regisseur was, over carnaval, over PSV waar ze veel samen naartoe gingen. Ik heb het clublied opgezocht op Spotify en allerlei andere Goos-muziek, veel Italiaanse liedjes. Iedereen was geroerd, het was zo’n leuke, warme avond.
‘Je moet het zelf organiseren, wil je het nog leuk hebben. Ik heb fantastische kinderen en kleinkinderen en een boel lieve vrienden, maar als je niets onderneemt, zit je overdag alleen. En ik haat alleen zijn, een mens is er niet voor gemaakt. Dus ik ben van alles gaan doen. Ik ben verjaardagstaarten gaan bakken voor iedereen die bij me op de kalender staat. Eerst even een belletje: zeg maar wat voor taart je wilt, en dan bracht ik hem langs. Je bedenkt niet bewust van tevoren: dat doe ik om waardering te oogsten, maar mensen blij maken biedt jezelf de meeste troost.
‘Toen ik aan het opruimen sloeg, kwam het idee logeeradres te worden voor Vrienden op de Fiets; ik bied een slaapplek en ontbijt voor fietsers en wandelaars die dit dorp op hun route aandoen. Ik heb een groot huis en te veel slaapkamers voor mij alleen, dus dat kan. Soms eten de mensen ook ’s avonds mee. Dat vind ik al helemaal gezellig, er zijn vaak boeiende gesprekken.
‘Ik doe ook ongeveer vijftien uur in de week vrijwilligerswerk voor statushouders, dat is geweldig dankbaar om te doen. Er zitten mensen bij met zó veel potentie, als je die een beetje op weg helpt, zijn ze echt een verrijking voor onze maatschappij. Ik heb daarnaast veel gezorgd voor mijn moeder, ik was erg op haar gesteld. Afgelopen zomer is ze op 97-jarige leeftijd overleden.
‘Door Vrienden op de Fiets ben ik enthousiast geworden om zelf te gaan wandelen. Eerst samen met een goede vriend, maar nu durf en doe ik het ook steeds vaker alleen. Het Pieterpad heb ik gelopen, 500 kilometer, het Kloosterpad, ruim 300, en nu loop ik het Trekvogelpad, allemaal in etappen. Een stuk van de route naar Santiago de Compostella heb ik met een klein reisgezelschap afgelegd, de kinderen zeiden: dat doe je niet alleen, hoor, stel dat er iets gebeurt. Een geweldige reis was dat, met Goos in mijn rugzak, letterlijk, want ik had een flesje met zijn as erin bij me. Anders staat hij hier maar alleen in de kamer in die grote urn. Op een mooie plek langs de route, naast een oud muurtje, heb ik wat van hem achtergelaten. Hij is er niet meer, dat weet ik heus wel, maar dan zeg ik toch even: hier lig je lekker in de zon.
‘Het is gewoon fijn als hij er weer even bij is. Een van de kleinkinderen wil altijd ‘opa’s zout’ op de boterham – dan bedoelt hij Aromat, dat vond Goos lekker – en elke keer als hij dat zegt, voelt dat warm.
‘In mei ga ik van Porto naar Santiago lopen – weer met dezelfde kleine reisorganisatie, want dat is me goed bevallen, maar ik had het ook alleen aangedurfd. Vóór Goos’ dood dacht ik: ik kan niet alleen zijn, maar op zo’n wandeltocht kan ik het prima. Ik blijk het goed te hebben met mezelf, dat is een geweldige ontdekking. Goos heeft wel gezegd: je gaat het redden zonder mij. Ja, ik red het wel. Al is het moeilijker dan je denkt.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden