Ik ben in een faalangstdroom beland. De meeste mensen die ik ken hebben een vaste faalangstdroom: mijn geliefde moet weer in een dierenwinkel werken, het is heel druk en de mensen worden boos omdat ze de dieren niet goed vinden, mijn vader komt erachter dat hij zijn eindexamen nog moet halen terwijl hij al aan zijn studie is begonnen, mijn vriendin moet een concert spelen en op het moment dat ze wil inzetten zijn de snaren van haar viool verdwenen. In mijn eigen faalangstdroom sta of zit ik op een podium en praat in een microfoon, maar niemand luistert. In die droom bevind ik me.
De organisatoren van het literary event hebben een banner van hun Europese project op een klein podiumpje achterin een café in Zagreb gezet. Ik zit tussen mijn vertaalster, een literatuurcritica, een tolk en de redacteur van de uitgeverij, die een microfoon pakt en de avond opent. Het geluid is hard, de mensen in het café, die niet gekomen zijn voor een literary event maar voor elkaar, kijken verstoord op.
De tolk vertaalt Kroatische vragen naar het Nederlands en ik mag in het Nederlands antwoord geven, zodat het publiek kan worden blootgesteld aan een kleine Europese taal. Ik hakkel me erdoorheen – dat de meerderheid van het publiek niet luistert en de luisterende minderheid me niet verstaat, maakt het praten niet makkelijker maar moeilijker.
Enkele mensen gaan op een andere plek zitten, anderen verlaten het café. Ik vraag me af wat de gedachte is achter dit evenement. Misschien is het alleen georganiseerd zodat de televisie, die vooraf langskwam om mij een vraag te stellen, er aandacht aan kan besteden. Of om er foto’s van te kunnen plaatsen op sociale media. Of voor de gezelligheid. Ik durf het niet te vragen, ook niet nadat de microfoon is weggelegd en we op dezelfde plek de avond voortzetten als gewone cafébezoekers.
We praten over menselijk wangedrag. Een dichter die arrogant doet tegen zijn Kroatische vertaler, een schrijver die dronken wordt en in het bijzijn van een hele groep feestgangers aan een van de vrouwen vraagt of ze met hem naar bed wil. Ambassadeurs die zeggen dat Kroatische jongeren gewoon moeten gaan backpacken in Zuid-Amerika, net als zij vroeger, alsof Kroatische jongeren volop intercontinentale vliegtickets kunnen betalen; ambassadeurs die boekpresentaties komen openen met een toespraak en zeggen: dit boek gaat over democratie en ons land is een voorstander van democratie; ambassadeurs die zich als ambassadeurs gedragen.
Ik vertel over de val van de televisiepresentator bij wie alle schrijvers vroeger aan tafel wilden zitten omdat hun boek dan een bestseller zou worden. Als ik groene thee bestel, zie ik een van de Kroaten teleurgesteld kijken. Eerder deze week bestelde ik in Slovenië kamillethee. ‘Gelukkig geen groene thee’, zei mijn kettingrokende, kettingkoffiedrinkende gezelschap, ‘I hate those people.’
Ik moet volwassen worden, denk ik terwijl ik naar mijn hotel loop, we moeten allemaal volwassen worden en ophouden ons als grote kinderen te gedragen.
’s Nachts droom ik dat ik een acrobatische oefening probeer te doen waarbij ik mijn benen hoog in de lucht moet zwaaien, wat me niet lukt, waarop mijn tante zegt dat ik dan waarschijnlijk zwanger ben.
De volgende ochtend kijk ik op YouTube hoe ik de perfecte push-up moet uitvoeren. Daarna stuur ik een bericht naar mijn geliefde waarin ik mijn droom beschrijf. Hij schrijft terug dat deze droom betekent dat er iets in mij tot wasdom aan het komen is. Bij het ontbijt neem ik geen croissant, geen donut en geen gebakken eieren. Niets waarvan ik weet dat ik er buikpijn van zal krijgen.
Source: Volkskrant