Home

Russen vielen bijna drieduizend Oekraïense burgerdoelen aan

Bij Russische aanvallen met raketten, aanvalsdrones of artillerie op Oekraïens grondgebied zijn sinds de grootscheepse invasie van februari 2022 bijna drieduizend burgerdoelen geraakt. Tot die optelsom komt de Britse mensenrechtenorganisatie Center for Information Resilience (CIR) dat onafhankelijk onderzoek doet naar mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdrijven in Oekraïne. Het centrum bracht op basis van openbare en geverifieerde informatie alle Russische aanvallen in kaart die de afgelopen twee jaar in Oekraïne hebben geleid tot slachtoffers onder burgers of tot schade of verwoesting aan publieke voorzieningen in het land.

De telling – van 24 februari 2022 tot en met januari dit jaar – komt uit op een totaal van 2.642 incidenten. Het aantal aanvallen op burgerdoelen nam vorig jaar toe, van 1.014 in 2022 naar 1.496 in 2023. Afgelopen januari telden de onderzoekers er 132. De Russische aanvallen analyseerden de onderzoekers op basis van onder meer satellietbeelden, foto’s en filmpjes op sociale media. Ze hebben in de eerste plaats onderwijsinstellingen beschadigd, maar ook religieuze en culturele  gebouwen en gezondheidsinstellingen zoals ziekenhuizen.

De regio Donetsk, in het oosten van Oekraïne, werd het vaakst getroffen: een derde van alle luchtaanvallen op civiele doelen vonden plaats in deze regio. Daarna volgen de regio’s Cherson in het zuiden en Charkiv in het noordoosten van het land. Onderwijsvoorzieningen, zoals schoolgebouwen, kleuterscholen, universiteiten en sportcentra, vormen ruim een kwart van alle burgerdoelen die werden geraakt: 775.

In Charkiv bijvoorbeeld werd een 218 jaar oude universiteitsbibliotheek getroffen na een Russische luchtaanval, maar ook een kostschool voor slechtzienden. Daarbovenop werden nog 546 bouwwerken beschadigd of verwoest die vallen onder zogeheten ‘kritieke civiele infrastructuur’. Hierbij gaat het om bruggen, dammen, elektriciteitscentrales, telecommunicatie-instellingen, spoorwegstations, vliegvelden en havens. Ook ziekenhuizen en andere medische accommodaties waren veelvuldig doelwit van Moskou. De Britse onderzoekers telden 293 ziekenhuizen en andere gezondheidsinstellingen.

In Charkiv werden in twee jaar tijd 145 burgerdoelen geraakt

In Charkiv werden tot nu toe 71 scholen geraakt.

Klaslokaal in Charkiv nadat twee Russische raketten een school troffen in de nacht van 2 op 3 januari van dit jaar. Van 29 december tot 3 januari zijn er in de directe omgeving van de school 138 appartementen verwoest.

Bij een Russische aanval op 20 maart 2022 werd dit kinderdagverblijf in Charkiv getroffen. Een jaar later, toen deze foto werd gemaakt, ligt de wijk nog in puin en hebben weinig families hun dagelijks leven weer kunnen oppakken. De scholen en kinderdagverblijven in de stad zijn volledig verwoest.

Het zwaartepunt van de Russische aanvallen op die medische voorzieningen lag in de regio Donetsk in het oosten van het land, waar een groot deel van de frontlijn doorheen loopt. Verder verifieerden de onderzoekers 374 aanvallen op religieuze en culturele instellingen, zoals kerken, moskeeën, musea en andere gebouwen met een culturele achtergrond. Als laatste categorie onderscheidde het CIR 325 beschadigde en verwoeste burgerdoelwitten in de voedselsector. Daarbij gaat het onder meer om gebouwen waar voedingsmiddelen worden geproduceerd en getransporteerd.

Volgens Belén Carrasco Rodríguez, directeur van het project ‘Ogen op Rusland’ van CIR, zijn bij het onderzoek bewijzen gevonden dat Rusland ,,bewust ziekenhuizen en scholen” heeft uitgezocht als doelwitten. ,,We hebben een patroon gezien van aanvallen tegen plaatsen en instituties die geen enkel militair doel dienen, van energiefaciliteiten tot scholen, ziekenhuizen en kerken.” Carrasco Rodríguez ziet in de aanvallen op dergelijke civiele accommodaties, die worden beschermd onder internationale wetgeving een ,,duidelijke poging zijn om het leven onmogelijk te maken voor de achtergebleven burgers”.

Eind februari 2022 begon de Russische president Vladimir Poetin zijn ‘speciale militaire operatie’ in Oekraïne. Nu, twee jaar verder, is het conflict uitgegroeid tot een van de grootste oorlogen in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. De Britse mensenrechtenorganisatie CIR onderzocht  in samenwerking met NRC wat voor verwoestingen er zijn aangericht in twee jaar tijd. In een interview zegt Ruslandkenner Joris Van Bladel dat „het er slecht uitziet voor de Oekraïners”. Alle artikelen over de oorlog in Oekraïne vindt u hier.

Tekst: Rob Schoof
Fotoredactie: Rachel Morón
Visualisaties: Tim Tensen
Vormgeving: Sanne van Griensven

Source: NRC

Previous

Next