Ik wist mijzelf nog net te redden. Ik had languit, achterwaarts, in de modder kunnen vallen, midden in een Welshe weide. Maar ik kon mijzelf overeind houden, waardoor ik met mijn rechtervoet een stuk over de modder skiede.
De volgende dag kon ik niet meer lopen. Juist het mijzelf overeind houden, met veel intern geweld blijkbaar, had mij de das omgedaan. Het was, denk ik nu, waarschijnlijk beter geweest als ik me gewoon had laten vallen, in plaats van krampachtig vast te houden aan een verticale levensstijl.
Schuifelend door het huis heb ik heel veel tijd om hierover na te denken, en ook over de bredere implicaties: proberen wij ons niet veel vaker staande te houden, ten koste van onszelf?
Elke keer als ik van een stoel opsta en de barre tocht naar een andere kamer onderneem, zegt mijn man: ‘Daar gaat ze.’ En dan duurt het nog minuten voor ik uit zicht verdwenen ben.
Source: Volkskrant