Home

Natuurlijk mag iedere burger in dit vrije land zich uitdossen zoals hij/zij/x wenst. Maar een uniform is een andere zaak

Toen ik dinsdag de reportage las waarin Femke Halsema figureerde schoot ik in de lach. Dat sierde me allerminst, zeker niet gezien het thema. De Amsterdamse burgemeester deelde immers haar zorgen over ‘een nieuw soort preutsheid’ die onder de hoofdstedelijke jeugd oprukt, over ‘de conservatieve wind’ die daar zedelijk gesproken zou waaien. Ze vertelde van jongemannen die huiveren van homo’s, die dwepen met influencer Andrew Tate en/of die stoere praatjes debiteren over vrouwen. ‘Vooral meiden en lhbti’ers’, zei Halsema, ‘kunnen enorm beschadigd raken door de conservatieve en extremistische cultuur op sociale media.’

Het klonk verre van vrolijk. Maar hoe laten haar zorgen hieromtrent zich in hemelsnaam rijmen met het nieuws waarmee ze vorige week de pers haalde? Het Amsterdamse stadsbestuur besloot dat boa’s – u weet wel, die lieverds die tegen een bescheiden salaris voor u en mij de ellendigste ordeklusjes opknappen – voortaan religieus geïnspireerde hoofddeksels mogen dragen. Zoals daar zijn de kippa, de tulband en, jawel, de hoofddoek.

De hoofddoek? Pregnanter symbool van de door Halsema gesignaleerde oprukkende preutsheid en conservatieve wind kan ik zo snel niet bedenken.

Over de auteur
Elma Drayer is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Helaas, helaas. Vrijwel de enigen die morden over het Amsterdamse collegebesluit waren de engerds op rechts. In vooruitstrevende kring viel het juist heel goed. Zie deze krant, die zich in het Commentaar geestdriftig aan Halsema’s zijde schaarde. Sterker nog, ook de gewone politie, begrijp ik, moet om redenen van afspiegeling en representativiteit overstag. ‘Een agente met hoofddoek kan emanciperend en normaliserend werken, ook als zij weinig op straat is te zien.’ En: ‘(…) onderscheid tussen mensen is er sowieso, een uniform poetst dat niet weg. Een agente met een migratieachtergrond wordt anders benaderd, en kan dat in haar voordeel gebruiken.’

Niet voor het eerst (en vast niet voor het laatst) verbaas ik me over de progressieve neiging om de islamitische hoofddoek te duiden als een gewoon lapje stof. Nee, hoor je dan, dat dwingende gedoe in landen als Saoedi-Arabië en Iran is niet fijn. Maar als een westerse moslima zelf voor de hoofddoek kiest is er weinig aan de hand.

Hardnekkig misverstand, met alle respect. Welbeschouwd doet het er niet toe of een vrouw haar haren bedekt onder dwang of uit vrije wil. Maakt het niet uit of zij ertoe overgaat omdat het moet van haar omgeving of omdat ze meent aldus de Almachtige te behagen. Hoe dan ook staat de islamitische hoofddoek voor een logica die de mensheid opdeelt in twee soorten – elk met een eigen, welomschreven pakket aan gedragsregels. Waarbij vrouwen (het zal ook eens niet) beduidend minder is toegestaan dan mannen. Dat uitgerekend een links stadsbestuur dit aartsconservatieve apartheidsdenken een kontje geeft – ik kan er eerlijk gezegd niet bij.

Voor alle duidelijkheid: natuurlijk mag iedere burger in dit vrije land zich uitdossen zoals hij/zij/x wenst. Het behoort tot de beschaafde omgangsvormen, nietwaar, om iemands kledingsmaak te respecteren, zonder aanzien des persoons. Dus kleed je zo vroom als je wilt. Ga op straat, in de tram, op school, in de collegebanken, in het buurthuis, achter het loket of de kassa vooral je gang.

Maar een uniform is een andere zaak, helemaal als het gaat om functionarissen in dienst van de overheid. Trek je zo’n uniform aan dan leg je bij wijze van spreken je particuliere voorkeuren, opvattingen en geloofsovertuigingen als bij toverslag af. Onder werktijd dient de mens op mysterieuze wijze achter het ambt te verdwijnen. In de praktijk mag dat nog zo lastig zijn, het moet wél het loffelijke streven blijven.

Om dezelfde reden, sorry commentator, slaat het representativiteitsargument nergens op. Afkomst, godsdienst, geslacht of geaardheid zijn voor uniformdragers in overheidsdienst volstrekt irrelevant. Natuurlijk is het prima als er méér mensen met een migratieachtergrond et cetera zouden kiezen voor een loopbaan als boa of politieagent. Maar uitsluitend omdat er geen enkele reden is waarom ze deze ambten níet zouden kunnen bekleden.

Alleen deze afspiegelingsparadox brengt het paradijs heel misschien dichterbij.

Source: Volkskrant

Previous

Next