Het CBS heeft onderzoek gedaan naar het aantal contacten van personen met een andere afkomst. Hiervoor keek het CBS naar de mensen met een Nederlandse afkomst en de tien grootste niet-Nederlandse herkomstgroepen.
Aan de hand van verschillende datasets berekende het CBS de diversiteit in het netwerk van de verschillende herkomstgroepen. Dit wordt de herkomstsegregatie genoemd. Aan de hand van die berekening kregen de herkomstgroepen een score tussen 0 en 1.
Nederlanders blijken het minst diverse netwerk te hebben. Ook mensen met ouders uit Marokko, Turkije en Polen hebben in verhouding met andere bevolkingsgroepen de minste sociale contacten buiten de eigen bevolkingsgroep. Mensen uit Duitsland, het Verenigd Koninkrijk of Indonesië hebben juist het diverste netwerk van de onderzochte groepen.
De Nederlanders met een hoog inkomen hebben minder contacten met andere nationaliteiten dan de Nederlanders met een laag inkomen. De scores daarin liggen best ver uit elkaar. Dat verschil is volgens het CBS te verklaren doordat mensen met hoge inkomens in hun wijk en hun baan minder mensen met een andere afkomst tegenkomen.
De groep met daarin de 20 procent Nederlanders met de hoogste inkomens heeft een score van 0,407. De groep met de 20 procent laagste inkomens heeft een score van 0,176. Hoe dichter bij de 0, hoe groter de diversiteit van het netwerk is.
Voor de meeste andere bevolkingsgroepen geldt juist het omgekeerde. Daar hebben de mensen met de hoogste inkomens juist meer diverse contacten dan mensen met een laag inkomen. Dat komt volgens het CBS doordat de mensen met een hoger inkomen in hun banen en werkomgeving juist vaker mensen van een andere afkomst tegenkomen, zoals mensen met Nederlandse ouders.
Source: Nu.nl algemeen