Home

Wilders luistert naar niks en niemand. Het schijnt dat zelfs Poetin soms hard moet praten

Door omstandigheden die hier verder onbesproken kunnen blijven, heb ik het vorige week twee keer publiekelijk voor de democratie opgenomen. Ik kreeg er eerlijk gezegd een beetje een Groucho Marx-gevoel van, die niet bij een club wilde horen die hem als lid accepteerde. Dat ik deed wat ik deed, dat ik het was – een goed teken kon het niet zijn.

Tijdens een Kenniscafé met Johan Remkes in het Atlas-theater in Emmen werd de vraag gesteld of de streektaal behouden moet blijven. Achter de tafel waren we het roerend eens. Tuurlijk. Moet gebeuren. Is belangrijk – met de taal gaat ook een manier van denken verloren. De volgende dag zei mijn 12-jarige, Duits-Nederlands opgevoed, dat iets nogal awkward was geweest op school, papa, of hoe zeg je dat in het Nederlands?

Van de weeromstuit stelde ik mezelf de vraag: wanneer begin je met verdedigen? Wat is verstandig, kansrijk, hoe is de situatie op het slagveld? Heeft het zin om te proberen de streektaal te redden? Of kunnen we beter onze streekposities opgeven en al onze middelen opstellen rond het Nederlands? Een derde optie zou zijn: meteen een cursus Engels nemen.

Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Remkes lijkt geen probleem te zien in een regering van zijn VVD met de PVV, maar voor de rest mankeert hem bijna niets. Je kunt altijd vrienden blijven, op hoeveel verschillende manieren je hem ook probeert te zeggen, alsof je de meeste dingen beter weet, dat zijn inschatting van de PVV nergens op slaat. En na afloop is het gezellig.

De sportiviteit van boksers ontbreekt aan Geert Wilders. Het is de vraag of tegen dit democratische tekort ijskasten zullen helpen, of lijstjes met grondwettelijke beloften. Als hij op een briefje moet schrijven dat hij zich aan de wet zal houden, terwijl al in de wet staat dat-ie dat moet doen, denk ik aan de middag in een boekhandel met veel volk en boosheid – ik begreep pas dat ik bang moest zijn toen er werd gezegd: ‘Geen zorgen. Er is beveiliging.’

Wilders wil niet samenwerken, hij wil dat alles zo gaat als in zijn PVV. Tegenstemmers moeten weg, en anders laat-ie ze intimideren op internet. Zijn plan om de publieke omroep af te schaffen verdwijnt niet als hij zijn voornemen van de formatiepartners voortaan ‘het versterken van de vrije pers’ moet noemen. Wilders luistert naar niks en niemand. Het schijnt dat zelfs Poetin soms hard moet praten.

Net als voor zijn politieke verwanten in het buitenland is democratie voor Wilders een tussenstap naar een onvolledige democratie, zoals het heet, een illiberale. Uit de boeken en de praktijk weten we dat extreem-rechts alleen aan de macht kan komen met hulp van rechtse en conservatie partijen en, zou Navalny zeggen, de passiviteit van goede mensen.

Het beste moment om met verdedigen te beginnen, was de dag dat de PVV werd opgericht. Toen hadden de anderen moeten zeggen: eerst democratisch worden, daarna mag je pas meedoen. Dat zijn de regels, logisch toch, we hebben het je ook al eerder gezegd – we laten toch ook geen speerwerpers bij het voetbal toe?

Toch kunnen we vrolijk blijven, want al is het beste moment verprutst, zoals een klimaatwetenschapper zei, we hebben altijd vandaag nog, ook een goed moment.

Source: Volkskrant

Previous

Next