Home

83 euro per bed per dag voor de opvang van Oekraïners, daar houden sommige gemeenten flink wat van over

Voor de gemeente Zwolle kwam de 10 miljoen euro die het in 2023 overhield aan het opvangen van Oekraïense vluchtelingen, niet echt als een verrassing. De gemeente vangt 810 Oekraïners op in oude kantoorgebouwen in de stad, en in een noodgebouw van een zorginstelling.

„De opvang in deze locaties kostte minder dan het geld dat we van de nationale overheid kregen”, zegt Marlijn van der Sar, woordvoerder van de gemeente Zwolle. Het Rijk biedt gemeenten een ‘normbedrag’ per gerealiseerde opvangplek per dag, vanuit de Bekostigingsregeling opvang ontheemden uit Oekraïne (BooO). Het bedrag wordt elk jaar opnieuw vastgesteld en is voor alle gemeenten gelijk. In 2023 was het 83 euro. In Zwolle vielen kosten voor de huur van de locaties, de beveiliging, het personeel, het onderhoud en het leefgeld véél lager uit dan wat het Rijk inschatte. „Maar wij zijn daarin niet de enige”, zegt de woordvoerder.

Dat klopt inderdaad. Regionaal dagblad de Stentor deed onderzoek in 36 gemeenten in de provincies Gelderland, Overijssel en Flevoland en constateerde dat de gemeenten, als de jaarrekeningen van 2023 rond zijn, bij elkaar waarschijnlijk zo’n 44 miljoen euro overhouden. In Apeldoorn ging het om 8 miljoen, in Epe en de Noordoostpolder om zo’n 4 miljoen. Hoe zit dat in de rest van het land? En wat gebeurt er met de overschotten? Drie vragen over de financiering van de opvang van Oekraïners.

In 2022 kwamen er tienduizenden gevluchte Oekraïners naar Nederland. „Oekraïners vallen onder de Tijdelijke Beschermingsrichtlijn”, zegt Lieneke Slingenberg, hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. „Toen de oorlog in Oekraïne uitbrak is snel besloten om de gemeenten voor hen verantwoordelijk te maken, en niet het COA, zoals bij asielzoekers het geval is.” Dit omdat het asielsysteem overbelast was, en het COA niet nog meer vluchtelingen aankon. „Dat was een politieke keus”, zegt Slingenberg. Het normbedrag werd ingesteld omdat dat „makkelijker” was in de uitvoerbaarheid en controle voor gemeenten en het Rijk, zegt Birgit de Bruin, woordvoerder bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Het Rijk stelde het normbedrag in 2022 (op basis van een kostenonderzoek) vast op 100 euro per bed, per dag. In oktober 2022 werd dat bijgesteld naar 83 euro. Per 1 januari 2024 werd het opnieuw verlaagd, naar 61 euro. Bij die 61 euro is het bedrag van 9 euro aan leefgeld niet meegerekend. Dat werd voorgaande jaren wél in het normbedrag verwerkt. Een gemeente hoeft om het geld te krijgen alleen een slaapplek te realiseren, het maakt niet uit of er daadwerkelijk iemand slaapt. Als een gemeente geld tekortkomt voor de opvang van Oekraïners, kan zij dat bedrag declareren bij het Rijk.

Voor andere asielzoekers is het COA verantwoordelijk. Het COA krijgt van het Rijk een normbedrag per bed. Dat bedrag wordt stelselmatig te laag ingeschat, ondanks waarschuwingen van het COA, concludeerde de Algemene Rekenkamer vorig jaar. Dit komt onder meer omdat noodopvang extra geld kost.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) hoort van gemeenten in andere delen van Nederland dat zij geld overhouden. „Maar we krijgen er geen vragen over”, zegt woordvoerder Cees den Bakker. „Niet elke gemeente houdt iets over, en het zijn niet overal miljoenen”, zegt hij. Dat beaamt bijvoorbeeld de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. „Ik weet dat een aantal gemeenten geld overhielden in 2023”, zegt Martijn Verstappen van de Veiligheidsregio. „Hoe kleinschaliger de opvang in je gemeente, hoe duurder en hoe minder je overhoudt.” In een Kamerbrief van oktober 2023 schrijft staatssecretaris Eric van der Burg dat „een klein aantal gemeenten heeft aangegeven geld over te houden binnen dit normbedrag”. Het ministerie van Justitie en Veiligheid kan niet zeggen hoeveel gemeenten dit precies zijn”, zegt woordvoerder De Bruin.

Het Rijk doet een „dringend beroep” op gemeenten het geld terug te geven, schrijft Van der Burg in zijn Kamerbrief. Hij wil dat voor gemeenten administratief makkelijker maken, maar het is niet verplicht. „Er zijn zeker gemeenten die dit doen”, zegt De Bruin. Hoeveel kan ze niet zeggen.

Niet één van de 36 gemeenten die De Stentor ondervroeg, is van plan het geld terug te geven. De meeste stoppen het in een potje voor toekomstige asielopvang. Dat gebeurt bijvoorbeeld in Breda, Brummen, Lochem, Nijkerk en ook in Zwolle. Die gemeente schuift 8,6 miljoen van het overschot van 10 miljoen euro door naar asielopvang voor de komende jaren. „We reserveren het voor nieuwe opvanglocaties van asielzoekers en voor extra te maken kosten van begeleiding, inburgering en huisvesting van statushouders”, zegt de woordvoerder. „Want de instroom van asielzoekers blijft naar verwachting groot. En het beroep dat de landelijke overheid op ons doet ook.”

De arbeidsparticipatie van Oekraïense vluchtelingen in Nederland is hoog, maar ze werken wel vaak onder hun niveau. Dat schrijven onderzoekers deze week in economenvakblad ESB, waarin ze het Nederlandse beleid voor Oekraïense vluchtelingen onder meer vergelijken met dat van Duitsland.

De onderzoekers schrijven dat Nederland een ‘work-first’-principe hanteert: Oekraïense vluchtelingen wordt alle ruimte geboden om te gaan werken, maar er is geen beleid om hen de taal te leren of te laten inburgeren. Het idee daarachter is dat Oekraïners zo goed mogelijk door kunnen met hun leven en, zodra dat kan, in staat zijn om terug te gaan naar hun land.

In Duitsland is het andersom: daar wordt voorrang gegeven aan het leren van de taal en integratie. Daardoor werken Oekraïense vluchtelingen in Duitsland minder vaak (in Nederland de helft van de Oekraïners, in Duitsland 17 procent), maar hebben de Oekraïners die aan het werk zijn, vaker hooggeschoolde banen. „Eerst investeren in de taal van het bestemmingsland leidt weliswaar in het begin tot minder hoge arbeidsparticipatiecijfers, maar resulteert uiteindelijk in meer passende banen”, aldus de onderzoekers.

Het Nederlandse beleid, zo schrijven de onderzoekers, is erop gestoeld dat de opvang tijdelijk zou zijn. Maar nu de oorlog langer duurt, is de kans groot dat Oekraïners zich permanent in Nederland vestigen. Volgens de onderzoekers is dat een reden om het perspectief „meer te verschuiven in de richting van een settle first-aanpak.” Die zou volgens hen op langere termijn tot een „betere arbeidsmarktpositie en grotere zelfredzaamheid” leiden.


Source: NRC

Previous

Next