Tachtig jaar later staat de stad in brand: vlammen slaan uit de kerk alsof de geschiedenis nooit dooft. Het duurde decennia voordat Nijmegen onder ogen zag wat het bombardement had aangericht, en nog veel langer voordat het tot nationale ramp werd verklaard. En nu de laatste getuigen op leeftijd komen, krijgen hun stemmen meer gewicht.
Lichtbeelden van vuur beschijnen de gevel van de Molenstraatkerk, die grotendeels werd vernietigd en later herbouwd met strakke, moderne lijnen – nog overal is de verminking terug te zien in architectuur. De bommen rukten het hart uit de oudste en mooiste stad van het land, die daar lag ‘op de heuvels aan de rivier’, schreef Nescio in 1917, ‘zo on-Hollands, zwak romantisch, huizen boven huizen en bomen boven bomen’. Twee minuten duurde de vernietiging. En tachtig jaar.
Nooit was er zoveel aandacht voor het bombardement, misschien ook omdat dit een tijd van bombarderen is. Elke dag verwoesting, op plekken waarvan niemand weet of ze die ooit te boven komen. Als zelfs in Nijmegen de littekens niet dichtgroeien, hoe moet het daar dan zijn.
Het is herdenkingsweek, de projecties van vlammen en bommenwerpers zijn het werk van kunstenaars, en ik kijk met Bregje en Rob Jaspers naar de generale repetitie. Dochter en vader: Bregje bedacht als grafisch vormgever het lint van bijna achthonderd metalen plaatjes dat het rampgebied omarmt, met telkens de naam van een slachtoffer. Rob is het geheugen en geweten van de stad, onder meer als columnist van De Gelderlander. Van het routeboekje langs de brandgrens dat ze samen maakten, worden steeds nieuwe drukken besteld.
Rob gaat scholen langs om over het bombardement te vertellen, en merkt dat kinderen angst voor oorlog hebben. Want die is dichtbij. Maar de Oekraïense vluchtelingenkinderen in de schakelklas stralen ook ‘een ongelooflijk optimisme uit’, zegt hij. ‘Die beschrijven niet de pijn maar de hoop.’
Het was in de middag van 22 februari 1944. Amerikaanse vliegtuigen wierpen 144 brisantbommen af en 71 clusterbommen, het vuur bleef drie dagen branden, er kwamen zo’n achthonderd mensen om en duizenden raakten gewond.
Als kind van de stad leerde ik nooit over het bombardement, niet op school en ook niet tijdens de studie geschiedenis aan de universiteit, die toch meer dan andere is verbonden met haar omgeving. De vernietiging werd weggemoffeld. Het lege, kraterachtige Plein 1944 was vernoemd naar de bevrijding, niet naar de verwoesting. Pas na een halve eeuw kwam er een monument, op de plek waar een school werd geraakt. Daarna verschenen boeken met ooggetuigenverslagen, en historisch onderzoek dat de tijd probeerde in te halen.
Bregje bedacht het markeren van de brandgrens als student aan de kunstacademie, vooral ‘omdat ik een Nijmegenaar ben’. Ook zij hoorde er nauwelijks over. ‘Ik wil graag dat het verleden levend blijft’, en nu vertelt de stad zelf het verhaal. De hele week nog zijn er manifestaties, grotendeels vrijwilligerswerk, zegt Rob. ‘Dat geeft wel aan hoeveel belangstelling er nu is.’
Lang werd het bombardement een pijnlijke vergissing genoemd: de Amerikanen zouden tijdens een mislukte aanval de Duitse stad Kleef voor Nijmegen hebben aangezien. Eigen vuur, een fout, nog een reden erover te zwijgen. Pas in 2009 toonde historicus Joost Rosendaal aan dat het spoorterrein van de stad een ‘gelegenheidsdoel’ was; door een inschattingsfout werd een groot deel van het historische centrum verpulverd. Tot in de jaren zeventig had de stad open wonden; er kwam weinig wederopbouwsteun, misschien ook omdat de ramp minder serieus werd genomen dan andere rampen. Nijmegen was een katholieke volksstad, waar de kerk bleef vertellen dat God degenen kastijdt die hij liefheeft. ‘Stel je voor’, zegt Rob, ‘dat je dat na zo’n verwoesting moet horen.’
Bombarderen is primitief maar effectief, ook in deze tijd. Het brengt een pijn die nooit verdwijnt. Er bestaan geen slimme bommen of precisiebombardementen; ‘er bestaan geen schone oorlogen’, ook dat vertelt de stad.
2.700 kilometer verderop wordt Avdiivka verpulverd. 3.300 kilometer verderop is in Gaza eenderde van de gebouwen verwoest, inclusief een middeleeuwse kerk. En Nijmegen herdenkt met lichtjes langs de brandgrens een geschiedenis die tachtig jaar oud is, maar nooit dooft.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden