Home

Hoe kon het zaterdag zo misgaan in Den Haag? ‘De Nederlandse politie beschermt de dictatuur van Eritrea, zo voelen wij dat’

Een oproep tot geweld rond een Eritrese bijeenkomst in Den Haag ging al dagenlang rond. Hoe kwam het dat de gemeente dan toch zo werd verrast? Na een rondgang langs aanhangers en tegenstanders van het Eritrese regime in Nederland blijkt dat een oud-CDA-Kamerlid een opvallende rol speelt.

Toen Merhawi (22) op TikTok de oproep zag om te gaan protesteren tegen een bijeenkomst van medestanders van het Eritrese regime, wist hij meteen: daar ga ik heen. Vier jaar is hij nu in Nederland, maar nog bijna dagelijks ziet hij zichzelf staan in de overvolle gevangenisruimte in Asmara, de hoofdstad van Eritrea. Hij vertelt hoe hij daar, met honderden medegevangenen en nauwelijks voedsel en water, bijna zijn gehele 16de levensjaar doorbracht – de straf voor zijn eerdere mislukte vluchtpoging.

‘Ik ging niet naar Den Haag om te vechten’, zegt de tengere twintiger vanachter zijn cappuccino, een schuchtere blik onder zijn kortgeknipte zwarte krullen. ‘Ik vond dat er geen bijeenkomst mocht plaatsvinden waar geld wordt ingezameld om het dictatoriale regime te versterken.’ Een oudere vriend vertaalt voor hem, als hij de juiste Nederlandse woorden niet kan vinden.

Over de auteur
Charlotte Huisman is verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over jeugdzorg en de nasleep van de toeslagenaffaire

Afgelopen zaterdag liep het volledig uit de hand bij het Haagse zalencentrum Opera, waar de Federatie van Eritrese Gemeenschappen een evenement organiseerde. Bij de hevige rellen raakten vijftien agenten gewond en gingen twee politieauto’s in de fik. De politie heeft tot nu toe dertien mannen aangehouden tussen de 19 en 37 jaar. Ook is een 28-jarige man gearresteerd wegens het vooraf oproepen tot geweld.

Waar komt deze geweldsexplosie vandaan, is de vraag. Had de gemeente Den Haag zich vooraf afdoende laten informeren?

De Volkskrant sprak de afgelopen dagen zeven jongvolwassen Nederlandse Eritreeërs, allen sterk gekant tegen het regime in hun vaderland. Ze willen hun verhaal alleen anoniem delen, omdat ze vrezen dat achtergebleven familieleden er last van krijgen als zij openlijk kritiek uiten. Ze praten het geweld van landgenoten niet goed, maar merken wel op dat zelden wordt geluisterd naar hun kant van het verhaal. ‘Misschien is het uiten van onze woede en frustratie wel de enig overgebleven manier om gehoord te worden’, zegt Merhawi.

Merhawi bezweert dat hij geen stenen heeft gegooid of ander geweld heeft gebruikt. ‘Ik was geshockeerd door wat ik daar zag’, zegt hij. Volgens de gemeente was het geweld extreem. ‘Dit was zeer georganiseerd, bijna een militaire organisatie’, zegt een woordvoerder. ‘Het waren niet een paar gasten die een stoeptegel lostrokken.’

De gemeente laat nu onderzoeken of de Brigade Nhamedu achter de actie zit. Dat is een internationale organisatie die, voornamelijk via sociale media, gevluchte Eritreeërs wereldwijd oproept zich te verzetten tegen bijeenkomsten die zij associëren met het regime dat zij zijn ontvlucht.

Merhawi bevestigt dat de oproep inderdaad van de Brigade Nhamedu kwam. Volgens hem is dat geen georganiseerde groep. ‘We zijn allemaal tegen het regime, dat verbindt ons.’ Hij keurt het geweld af. Maar het is opvallend dat hij, net zoals de meeste andere jongvolwassen Eritrese Nederlanders die de Volkskrant sprak, vindt dat zij in hun recht staan om zulke bijeenkomsten te verstoren.

Dat in Nederland iedereen een evenement mag houden zolang hij de wet niet overtreedt, gaat er bij hen niet in. ‘Wij hebben eerst tegen de politie gezegd dat ze de bijeenkomst moesten stoppen’, zegt Merhawi. ‘Toen stuurden ze ons weg. Veel jongeren ervaarden het alsof de Nederlandse politie de dictatuur van Eritrea beschermde.’

Hij begrijpt dat de brandende politiewagens een griezelige aanblik boden, zegt hij. Maar Merhawi schrok ook toen hij een Nederlandse vrouw op de radio hoorde zeggen dat deze demonstranten ‘eigenlijk geen echte Eritreeërs zijn’. Die vrouw was Myra Koomen, voormalig Tweede Kamerlid en oud-wethouder voor het CDA. Zij voert het woord namens de Federatie van Eritrese Gemeenschappen, de organisator van de omstreden bijeenkomst.

Ook de Nederlands-Eritrese journalist Habtom Yohannes luisterde met verbazing naar Koomen, toen hij dinsdagavond samen met haar aan de talkshowtafel van Op1 zat. Yohannes is een Eritrea-expert die vaak wordt geraadpleegd. Ook hij had de intensiteit van het geweld van zaterdag niet voorzien, zegt hij. Als de gemeente hem vooraf had gebeld, had hij wel kunnen vertellen: ‘Dit is niet zomaar een feest, maar een festival dat met steun van het regime wordt georganiseerd.’ En dat zou heftige reacties kunnen oproepen. ‘Ik denk dat de Haagse burgemeester te veel naar mevrouw Koomen heeft geluisterd en zich verder te weinig heeft laten informeren.’

Yohannes denkt dat de Nederlandse overheid te weinig kennis heeft van wat er speelt in de Eritrese gemeenschap. Hoe kan het dat een Nederlandse vrouw spreekt namens de Federatie van Eritrese Gemeenschappen?, vraagt Yohannes zich af. Deze federatie is volgens hem een dekmantel van aanhangers van het regime om de Nederlandse overheid om de tuin te leiden. ‘Tijdens zogenaamde culturele feesten worden geregeld regeringsleiders en ambassadeurs van Eritrea met alle egards ontvangen.’

Binnen de federatie kent Yohannes een aantal getalenteerde sprekers die prima de woordvoering zouden kunnen doen. ‘Maar misschien luisteren politici en media wel beter naar een Nederlandse ex-politica.’

Myra Koomen (57), van origine Arabist, was begin deze eeuw enkele jaren een, zoals ze het zelf zegt, ‘niet zo opvallend CDA-Kamerlid’. Vervolgens werd ze wethouder in Enschede. In 2013 raakte ze in opspraak en werd ze in lokale media beschuldigd van machtsmisbruik, belangenverstrengeling en intimidatie. Daarna raakte haar carrière in het slop en belandde ze in de bijstand. Van daaruit werkte ze zich, met haar eigen adviesbureau, op uit het dal. Een klein half jaar geleden huurde de Federatie van Eritrese gemeenschappen haar in als adviseur en woordvoerder. ‘Ik weet wat het betekent om verkeerd geframed te worden’, zegt Koomen. ‘Ik heb daarvan zelf veel last gehad.’ En daarom, zegt ze, wil ze ‘deze vreedzame groep graag bijstaan’.

Koomen verzet zich tegen het beeld dat de Federatie van Eritrese Gemeenschappen een pro-regime-organisatie is die politieke feesten organiseert. ‘Dat is klinkklare nonsens’, zegt ze. ‘Dit is niet de lange arm van Eritrea. Een grote groep Eritrese Nederlanders is lid, van wie velen al tientallen jaren in Nederland zijn. Zij houden van hun vaderland, niet per se van het regime. Een paar keer per jaar willen ze feestvieren, met eten en muziek. Maar vanwege de bedreigingen door de Brigade en de opstootjes kan dat nauwelijks meer. De Haagse burgemeester Jan van Zanen zei: ‘Jullie hebben ook recht op een feestje.’ Iedere burgemeester kan een voorbeeld aan hem nemen.’

Door eerdere ongeregeldheden bij Eritrese bijeenkomsten waren de politieke spanningen in de Eritrees-Nederlandse gemeenschap (zo’n 25 duizend personen) al zichtbaar geworden. De groep Eritreeërs die vóór 1993 naar Nederland kwam, is vaker voorstander van het regime van dictator Isaias Afewerki.

De huidige vluchtelingen, die de onderdrukking van dat regime hebben ervaren, zijn bijna allemaal tegenstanders. Zij zien de voorstanders van het regime in Nederland als vertegenwoordigers van de zogenoemde lange arm. Die politieke sturing gaat vaak schuil achter culturele of religieuze activiteiten, is te lezen in onderzoeken naar de gemeenschap.

Eritrea behoort bovendien, met Rusland, China, Iran, Turkije en Marokko, tot de landen die Nederland het meest in de gaten houdt wat betreft ongewenste buitenlandse inmenging. ‘Een bekend voorbeeld daarvan is de diaspora-tax, de belasting die Eritreeërs in het buitenland moeten betalen aan het regime’, zegt onderzoeker Christopher Houtkamp van het instituut Clingendael.

Voor Eritreeërs in Nederland heeft elke bijeenkomst van een bepaalde groep een politieke lading, zegt Houtkamp. Ook hij was verrast door de geweldsuitbarsting. Volgens hem moet de Nederlandse overheid meer investeren in contacten met de gemeenschap om zulke spanningen vroegtijdig te signaleren. ‘Op het gebied van kennis van de gemeenschap is nog wel wat te winnen’, zegt hij. ‘Maar in gevoelige diasporakwesties is het lastig om iemand te vinden die neutraal is. Iedereen is betrokken en vertegenwoordigt een belang, dat is haast onvermijdelijk.’

Onder de jongere Eritrese Nederlanders is de Brigade Nhamedu duidelijk populair. Een van de geïnterviewden vertelt enthousiast hoe de brigade twee jaar geleden is begonnen ‘overal in de wereld jongeren te beschermen tegen de lange arm van Eritrea’. ‘We weten niet wie de leider is of waar het kantoor is, het gaat via sociale media.’

Anderen vertellen dat ze vooraf tevergeefs bij de gemeente Den Haag hebben aangeklopt met waarschuwingen. Ter illustratie stuurt Tesfay (24), die een opleiding in de zorg doet, een zeven pagina’s tellende brief door die de Stichting Foundation Eritrea Human Rights Defenders de week voor de bijeenkomst naar de gemeente zegt te hebben gestuurd.

In de brief worden de organisatoren van het evenement beschuldigd van ‘het opzettelijk verspreiden van een radicale ideologie door het autoritaire Eritrese regime’. De Nederlandse autoriteiten geven hierop, zo stellen de briefschrijvers, ‘geen passende reactie ter voorkoming van potentieel geweld en bedreigingen voor de veiligheid binnen onze gemeenschap’. De enige passende reactie om ‘ongekende botsingen’ te voorkomen, is het afgelasten van het evenement, aldus de schrijvers. De brief heeft de burgemeester van Den Haag echter niet bereikt, omdat de stichting hem naar een verkeerd mailadres had verstuurd, namelijk dat van de griffie van de gemeenteraad.

Ook Tesfay was zaterdag in Den Haag. Dat de autoriteiten de locatie van het evenement lang geheim hebben gehouden, heeft volgens hem de frustratie onder de jongeren vergroot. ‘Veel van hen zijn getraumatiseerd en verliezen op zo’n moment controle.’

Volgens Tesfay luisteren de autoriteiten niet naar Eritreeërs zoals hij, maar wel naar de ‘witte’ Nederlandse woordvoerder, die onlangs nog met enkele afgevaardigden van de federatie een petitie aanbood in de Tweede Kamer, die ze in december ook al aan burgemeester Van Zanen had aangeboden. ‘Wij hebben niet zo’n vertegenwoordiger die gemakkelijk toegang heeft tot burgemeesters en Kamerleden. Anders was het misschien anders gelopen’, zegt Tesfay

De gemeente Den Haag zegt dat zij wel degelijk met alle kanten van de Eritrese gemeenschap heeft gesproken. Bovendien, aldus de woordvoerder, ‘iedereen mag een evenement organiseren. De politie had de bedreigende uitlatingen van tegenstanders op sociale media gezien en heeft een risico-inschatting gemaakt.’

Ook Koomen zegt dat ze zich bewust was van de dreiging door de oproepen op TikTok. Vanaf het begin van het feest hield ze zaterdag contact met de politie. In de grote zaal van het centrum waren zeshonderd Eritrese Nederlanders in groene T-shirts samengekomen, toen van alle kanten demonstranten het complex probeerden te bereiken. ‘Ze hebben van alles in brand gestoken, het leek wel oorlog’, zegt Koomen. ‘In mijn ogen is die Brigade een terroristische organisatie.’

Wat er ook speelt binnen de gemeenschap, het is geen excuus voor geweld, zegt Koomen. ‘Je mag niet dreigen met een knuppel of oproepen tot geweld in een rechtsstaat. Zij vieren hun frustraties op gewelddadige wijze bot op vreedzame mensen.’

Bang om als ex-politica voor een karretje te worden gespannen, is ze niet, zegt ze. ‘Ik bedrijf geen politiek. Het gaat mij erom dat we niet moeten accepteren dat deze federatie geen feestjes kan geven vanwege intimidatie door een andere groep. Ik ben woordvoerder om op de juiste plekken te vertellen dat dit ondermijnend is voor de rechtsstaat.’

Ook op andere manieren wil de federatie meer van zich gaan afbijten. De organisatie heeft advocaat Richard Korver ingehuurd, aldus Koomen, om middels een artikel-12-procedure een aantal personen te vervolgen voor bedreiging. Korver wil dit niet bevestigen.

De tegenstanders van het regime zien iets heel anders in de onschuldig ogende feestfoto’s die op sociale media rondgaan. ‘Als je die groene shirts ziet die ze dragen, weet je genoeg’, zegt Aabteab (32). ‘Dat is de kleur van het regime.’ Aabteab is lid van Eritrean Bright Future, een organisatie die informatie geeft over Eritrea en Eritreeërs in Nederland. Het valt hem op hoe weinig hierover in Nederland bekend is.

Dani (28) vreest dat de gebeurtenissen het imago van Eritreeërs in Nederland geen goed doen. ‘Ik begrijp dat iedereen zijn feestje mag vieren in Nederland, maar dit is een feestje van het Eritrese regime’, zegt hij. ‘Het lukt ons niet om uit te leggen dat dat anders is. We zijn gevlucht voor het geweld en we willen hier niet dezelfde problemen krijgen.’

Merhawi zegt dat hij het soms lastig vindt om Nederland te begrijpen. Maar hij hoopt dat Nederland de Eritrese Nederlanders nu niet alleen als relschoppers ziet. ‘Ik hoop dat Nederlanders ook willen weten wat erachter zit.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next