Stroom uit het stopcontact is niet langer meer vanzelfsprekend. Hoe kun je Nederland dan overhalen om van gas over te stappen op elektriciteit?
De opening van een opvanglocatie voor Oekraïners in Groningen is voor onbepaalde tijd uitgesteld. De huizen voor 35 gezinnen en 30 stellen kunnen voorlopig niet worden opgeleverd. De gemeente heeft niet op tijd een aansluiting voor het stroomnet aangevraagd en komt op een wachtlijst terecht.
De opvanglocatie staat niet alleen; inmiddels wachten bijna tienduizend bedrijven en instellingen op aansluiting op het Nederlandse stroomnet. Het aantal rechtszaken waarin toegang tot elektriciteit wordt geëist, neemt hand over hand toe.
Het gebrek aan netcapaciteit is naast de stikstofcrisis een nieuwe bedreiging voor de economische groei en voor de nieuwbouw van huizen. Publieke voorzieningen zoals asielzoekerscentra, scholen en ziekenhuizen moeten zich ook zorgen maken op het moment dat ze een nieuw gebouw willen neerzetten.
Decennialang was stroom uit een stroomcontract net zo vanzelfsprekend als water uit de kraan. Die vanzelfsprekendheid is ineens weg. Dat is slecht nieuws voor de energietransitie. Hoe kun je Nederland overtuigen van gas of benzine over te stappen op elektriciteit als de levering daarvan niet altijd zeker is?
Wat precies de oorzaak van het capaciteitsgebrek is, moet nog worden onderzocht. Het totale stroomverbruik is niet toegenomen, integendeel: sinds 2010 verbruikt Nederland minder elektriciteit. De pieken zijn wel veel hoger geworden, zowel in tijd als in plaats. Daardoor kan het stroomnet op sommige momenten en op sommige plekken ineens tekortschieten.
Die pieken zijn een direct gevolg van de energietransitie. Wind- en zonne-energie hebben de afgelopen jaren in Nederland een enorme opmars doorgemaakt. Dat is goed nieuws, maar deze energiebronnen zijn veel minder constant dan de kolen- en gascentrales waarvoor ze in de plaats komen.
Veel windparken en zonneweiden werden bovendien aangelegd in dunbevolkte gebieden, en juist daar is het stroomnet er niet op berekend. Ook in de grote steden waar veel huizen zonnepanelen hebben en steeds meer auto's, verwarmingen en keukens elektrisch zijn, schiet het stroomnet steeds vaker tekort.
De grote vraag is waarom netbeheerders en overheid dit niet tijdig zagen aankomen. Het lijkt erop alsof ze overvallen zijn door de enorme opmars van vooral zonne-energie. De subsidieregeling was voor particulieren zo royaal dat Nederlanders massaal zonnepanelen op hun daken legden, zonder zich te hoeven bekommeren of het elektriciteitsnet hierop was toegerust.
Nederland koos voor een decentrale energietransitie, waarbij de verantwoordelijkheid bij particulieren en in de regio werd gelegd. Dat was goed voor het draagvlak, maar ontnam het zicht op de consequenties voor het hele land. Voor een succesvolle energietransitie is meer centrale sturing gewenst.
Op korte termijn is er geen oplossing. Het zal jaren duren voordat het elektriciteitsnet voldoende capaciteit heeft om iedereen overal in Nederland direct te kunnen aansluiten. Tekort aan geld is het probleem niet, tekort aan personeel wel en vooral de lange tijd die het vergt om vergunningen te verstrekken voor al die kabels, transformatorhuisjes en stations.
In de tussentijd kunnen overheid en energiebedrijven niet anders doen dan te proberen de pieken en dalen in het energieverbruik en in de energielevering te verkleinen. Energie moet zoveel mogelijk worden verbruikt als ze wordt opgewekt. Om te beginnen heeft Greenchoice de energie daarom overdag goedkoper gemaakt dan ’s nachts.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant