Het meesterwerk uit 1999 werd destijds in Nederland over het hoofd gezien, maar gaat deze week alsnog in première. Het zinnenprikkelende verhaal over het Franse vreemdelingenlegioen, waarin clichés over geharnaste masculiniteit zorgvuldig worden afgepeld, lijkt wel een film van nu.
Op de set van Beau travail (1999), haar zinnenprikkelende film over het Franse vreemdelingenlegioen, werd Claire Denis in de gaten gehouden vanuit de heuvels van Djibouti. Daar volgden leiders van het échte Franse vreemdelingenlegioen met verrekijkers elke beweging van de Française en haar crew. In de lokale restaurants was het ’s avonds na een zware opnamedag niet veilig – enkele van de acteurs waren daar al eens legionairs tegen het lijf gelopen en hadden rake klappen gekregen. ’s Nachts werd een kampement van de filmcrew gesloopt.
Denis, nu 77, werd onafgebroken geïntimideerd toen ze ruim 25 jaar geleden neerstreek in het Oost-Afrikaanse land, de woestijnachtige hoofdlocatie van haar film die later als meesterwerk zou worden onthaald. De Djiboutiaanse minister van Informatie was de filmers goedgezind en liet de crew vier weken lang hun gang gaan.
Het probleem lag bij de Franse legionairs: Denis wilde ze bij de film betrekken en liet ze vooraf het script lezen. Daarin kwam niet uitsluitend een beeld naar boven van een onvermurwbaar eliteleger, de film toont ook hun kwetsbaarheid. Ze waren als de dood dat Denis ze, tussen de regels door, zou portretteren als gay.
Over de auteur
Berend Jan Bockting schrijft sinds 2012 voor de Volkskrant over film.
Ondanks de intimidatie zette ze door, vertelde Denis sindsdien veelvuldig in interviews en inleidingen van haar film. Niet omdat ze nog lol beleefde aan de productie, maar omdat ze inmiddels zo ver waren dat zij opgeven niet meer als serieuze optie beschouwde.
Wie Denis ooit heeft ontmoet, ziet in deze context een onverschrokken krijger voor zich. Tijdens een interview over haar tegendraadse datekomedie Un beau soleil intérieur (2017) bleek ze in ieder geval een messcherpe zeventiger die met priemende blik vragen weegt en eventueel terugkaatst voor ze antwoorden levert.
De Franse regisseur en scenarist was in die late jaren negentig met haar rotsvaste visie haar tijd ver vooruit, zou je kunnen stellen. Sindsdien bouwde ze aan een ijzersterk oeuvre waarin net als in Beau travail blikken, gebaren en bewegende lijven steevast voorrang krijgen op het gesproken woord, van het opgewekte banlieuedrama 35 rhums (2008) en de raadselachtige noir-thriller Les salauds (2013) tot de sciencefictionseksfilm High Life (2018) met Robert Pattinson.
Beau travail betekende haar internationale doorbraak. In 2012 belandde Denis met haar film als een van de twee vrouwelijke regisseurs in de prestigieuze, om de tien jaar opgefriste lijst met honderd beste films aller tijden van filmtijdschrift Sight & Sound (samen met Jeanne Dielman van Chantal Akerman). In 2022 vonden we Beau travail terug op de zevende plaats (het aantal vrouwen in de lijst was gestegen naar elf, Akerman stond op 1). Niet onlogisch: in de wijze waarop Denis haar publiek onderdompelt in de mores van het vreemdelingenlegioen, een mannengezelschap waarbij via haar kijk clichés over geharnaste masculiniteit zorgvuldig worden afgepeld, lijkt dit een film van nu.
Niet overal was die erkenning zo vanzelfsprekend: de Nederlandse filmdistributie zag de film destijds over het hoofd. Vanaf 22 februari volgt eerherstel, met de landelijke bioscooppremière van een tot haarscherp 4K opgepoetste versie van Beau travail. Het Eye Filmmuseum in Amsterdam organiseert tegelijkertijd een retrospectief met Denis’ vroegere én recentere werk. Beau travail, de film waarin al haar fascinaties tot wasdom komen, is te zien als de sleutel tot de rest van haar oeuvre.
Wie met Denis de homo-erotische ondertoon van de film wil bespreken, krijgt doorgaans in eerste instantie een afhoudende respons. Ze zegt dan wat ze ook zei toen ze Beau travail maakte: haar film gaat over de mannen van het Franse vreemdelingenlegioen, de rest is in zekere zin bijzaak. Expliciete referenties naar eventuele homoseksualiteit van haar personages zijn niet te vinden. En dat klopt. Maar impliciet gebeurt hier des te meer.
Ze kwam op het idee het legioen te filmen na een opdracht van de tv-zender Arte, die een aantal regisseurs vroeg een film te maken over het gevoel een vreemdeling of buitenstaander te zijn. Een rondreizende journalist of een in het buitenland levensreddende dokter als hoofdpersonage was uit den boze, daarvan zag Arte er al genoeg.
Het Franse vreemdelingenlegioen, samen met de Spaanse tak uniek in Europa, bood uitkomst. Het in 1831 opgerichte eliteleger maakte het voor buitenlanders met een mogelijk crimineel verleden eenvoudig om zich na enkele dienstjaren te laten naturaliseren tot Fransman: naar het verleden werd niet gevraagd. Ziedaar het buitenstaandersgevoel, dat Denis overigens ook persoonlijk kende: als diplomaatsdochter woonde ze tot haar 14de in Burkina Faso, Frans-Somaliland (tegenwoordig Djibouti) en Senegal, voordat het gezin zich in Frankrijk vestigde.
Denis gebruikte vervolgens de novelle Billy Budd, Sailor van Herman Melville (onvoltooid bij zijn dood in 1891, voor het eerst uitgebracht in 1924) als blauwdruk voor de contouren van haar verhaal. Daarin worstelt de rechtlijnige sergeant Galoup (Denis Lavant) met de autoriteit van zijn commandant Forestier (Michel Subor) en de mengeling van afgunst en fascinatie die hij voelt voor de populaire nieuwe soldaat Sentain (Grégoire Colin).
Later gaf Denis iets makkelijker toe: natuurlijk is die homo-erotische ondertoon in Beau travail aanwezig. Sterker nog, ze had gezocht naar geschikte acteurs in een Parijse nachtclub waar enkel mannen welkom zijn die zich kleden als legionair.
‘Het legionairsuniform is een fetisj’, weet ze. En film je eenmaal een groep mannen die met ontbloot bovenlijf trainen in de hitte van Djibouti, ook al wordt daar in het echt door legionairs precies zo ontbloot getraind, dan kan zelfs Denis zich voorstellen dat haar cameravrouw Agnès Godard enige broeierigheid vastlegt. Dat de kruisende blikken tussen de sergeant en zijn rekruut zijn te zien als een voorstadium van erotiek.
Het venijnige wantrouwen van het echte vreemdelingenlegioen was voor haar een bevestiging dat deze film gemaakt moest worden: een mannengezelschap dat zó zichtbaar vreest voor kwetsbaarheid achter een zorgvuldig opgetrokken muur van gespierde mannelijkheid, is het waard om nauwkeuriger te bekijken.
Wat Beau travail uniek maakt, is precies die nauwkeurige blik. Denis is geroemd als filmer van lichamen – op imponerende wijze gebruikte ze in Beau travail bewegende lijven om de binnenwereld van haar personages naar boven te halen. Cruciaal was wat dat betreft het werk van danschoreograaf Bernardo Montet, die het staan, liggen, opdrukken, rennen, springen, klauteren, vechten, marcheren, wachten, graven, hakken en zwemmen van de legionairs tijdens hun talrijke trainingssessies tot een bedwelmende kijkervaring maakte.
Vaak waren die oefeningen geïnspireerd door echte trainingssessies van de legionairs, soms ook niet. Tijdens haar zoektocht naar geschikte filmlocaties raakte Denis enthousiast van de beweging van het gras en vroeg ze Montet om een choreografie die ze omschreef als de grasdans, zei hij in The New York Times. ‘Het is een manier om hun kwetsbaarheid te openbaren. Ze trainen om hun lichaam uiteindelijk aan de natuur te geven, aan de dood.’
In de meest tot de verbeelding sprekende trainingsoefening stuiven de legionairs op elkaar af om elkaar in de daaropvolgende botsing kort en hardhandig te omhelzen, als een soort rituele knuffelsessie. ‘Je kunt je hele wezen geven in een omhelzing’, zei Montet in hetzelfde interview. ‘Liefhebben is overgave.’
Die omhelzingen tonen iets intiems, zei Denis, niet per se iets erotisch. ‘De omhelzing betekent: jij bent er voor mij, ik ben er voor jou.’
Een harde en machinale wereld, waarin individuen worden gekneed om te dienen als radertjes in een systeem, wordt via Denis’ aanpak zodoende menselijk en zacht. Tijdens een marcheersessie door de woestijn van Djibouti klinkt geen marsmuziek maar een dromerige Neil Young. Een scène waarin uniforms worden gestreken wordt gevolgd door een beeld van een Djiboutiaanse vrouw uit de omgeving die haar was ophangt.
Denis koppelt haar personages hier behendig los van militaire machtsstructuren en toont ze op hun menselijkst. Vergelijk Beau travail met de nietsontziende drillsessies uit Stanley Kubricks Vietnamfilm Full Metal Jacket (1987) of met de tevergeefs op de strijd wachtende militairen tijdens de Golfoorlog in Sam Mendes’ Jarhead (2005), en het verschil is enorm. Beau travail schetst het leven van ménsen, niet het systeem waarin ze fungeren.
De film eindigt met een multi-interpretabele dansscène van Denis Lavant, de jaloerse sergeant die in de film mogelijk zijn homoseksualiteit onderdrukt. Het ene moment zit hij op bed met een pistool, daarna zien we hem in een verder lege nachtclub met een brandende peuk in de hand, dansend op Corona’s The Rhythm of the Night alsof zijn ledematen van rubber zijn. Hij knielt, springt en tolt als een op hol geslagen dier – eindelijk los van de kudde.
Is dit de catharsis na een rigide leven vol verdrongen trauma? Heeft hij in de voorgaande scène op bed zelfmoord gepleegd en is hij vertrokken naar gene zijde? Regisseur Denis geeft geen hapklare antwoorden en laat – voor de allerlaatste keer – haar beelden spreken.
Haar instructies voor de dans van haar hoofdpersonage waren kort. Ze vroeg Lavant simpelweg om ‘de dans tussen leven en dood’ te dansen. Choreograaf Montet stelt dat de laatste scène voor de volle honderd procent voor rekening van Lavant kwam. Montet had er niets mee te maken. ‘Je kunt deze manier van dansen niet creëren.’ Lavant zag zelf de bewegingen van een man die zijn personage eigenlijk zou willen zijn. Moeite kostte hem dat niet: na twee takes zat de scène erop.
En die echte, ooit zo agressief wantrouwende leden van het vreemdelingenlegioen? Een aantal van hen heeft de film vlot na de première gezien, zei Denis. Ze meende te zien dat er hier en daar een traan werd weggepinkt.
In navolging van de 4K-restauratie van Claire Denis’ doorbraakfilm Beau travail (1999) en debuutfilm Chocolat (1988) organiseert het Eye Filmmuseum in Amsterdam een bijna volledig retrospectief met films van de Franse regisseur. Naast haar bekendere latere werk worden hier ook films van voor haar doorbraak in de schijnwerpers gezet. S’en fout la mort (1990) bijvoorbeeld, een controversieel drama over illegale hanengevechten in een Parijse banlieue. En zeker ook het gevoelige broer-zusrelaas Nénette et Boni (1996, bekroond met de Gouden Luipaard op het filmfestival van Locarno), waarin ze voor het eerst een sensuelere filmstijl hanteerde en voor het eerst samenwerkte met de Engelse band Tindersticks.
Wie diep in de Franse filmklassiekers zit, zal het zijn opgevallen: de twee jaar geleden overleden acteur Michel Subor, die in Beau travail is te zien als commandant Bruno Forestier, speelt óók een Bruno Forestier in Le petit soldat (1963). In deze film van Jean-Luc Godard deserteert dit personage tijdens de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog. Het gaat wat Claire Denis betreft om dezelfde Forestier. Het leek haar logisch dat die zich na zijn desertie in Godards film zou aansluiten bij het vreemdelingenlegioen, waar rekruten hun voorgeschiedenis niet hoeven te melden en een nieuw leven kunnen beginnen. In die zin is Beau travail een direct vervolg op Le petit soldat, waarin Subor als Forestier ook nog eens een van Godards bekendste citaten uitspreekt: ‘Fotografie is de waarheid, film is de waarheid in 24 beelden per seconde.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden