Home

Daar stond hij, onze nationale woordenschat, gevangen in drie kloeke delen

Toen ik, jaren geleden, voor het eerst een straatbibliotheekje tegenkwam, kon ik mijn ogen niet geloven. Boeken! Gratis boeken! Ik stond er wel een uur opgetogen te bladeren, schichtig om me heen kijkend of niemand de buit kwam afpakken, en vertrok uiteindelijk met een hele stapel. (Wandelingen rondom Salzburg zou ongetwijfeld ooit goed van pas komen, en wie weet wat ik van Gezellige fondue-variaties nog kon opsteken?)

Er kwamen steeds meer van die straatbibliotheekjes. Mijn gulzigheid bekoelde allengs, want de boeken stonden inmiddels in ons hele huis dubbel geparkeerd. Trouwens, ook rondom Salzburg kun je vertrouwen op Google Maps, en die fonduevariaties bleken stuk voor stuk juist heel óngezellig.

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Tegenwoordig werp ik slechts nog een snelle blik in die kastjes. Met mijn geoefend oog pluk ik zó die zeldzame Couperus tevoorschijn, en laat de onvermijdelijke Philipjes Huff, Splintertjes Chabot en Donna’tjes Tart lekker staan tussen Liefde is een werkwoord en de Veldgids sprinkhanen en krekels van Europa.

Maar soms is het moeilijk. Zo kwam ik gisteren in zo’n kastje, aan weerszijden geschraagd door de Reisgids Corsica en Vondels hekeldichten de Dikke Van Dale tegen. Daar stond hij, onze nationale woordenschat, gevangen in drie kloeke delen.

Ik zweefde terug naar mijn jeugd. Ik was 12 en moest naar de middelbare school. Op de lijst van benodigde boeken stond ook de Dikke Van Dale, toen nog in één deel. Thuis hadden wij alleen de Koenen-Endepols, Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal: uiteraard hadden mijn broertje, zusje en ik daar onze hele jeugd vieze woorden in opgezocht. (Van ‘lul’ kan ik me herinneren dat er in de omschrijving werd benadrukt dat het woordje ‘in de volksmond’ werd gebruikt, waar wij telkens weer amechtig om moesten schateren.)

Die Dikke Van Dale was duur, en we zaten thuis niet zo royaal in de knaken. Mijn moeder belde dus de rector van de school op, en vroeg of ik het niet met de Koenen-Endepols zou redden. ‘Een goed woordenboek hoor, alles staat erin!’ Maar de rector gaf zijn veto, en tandenknarsend kocht mijn moeder die dure, dikke Van Dale. Een week later had ik hem kwijtgemaakt. ‘Hoe kan dat nou?!’ ‘Kweenie...’ Hoe het is afgelopen, ben ik gelukkig vergeten.

Twijfelend staarde ik naar die Van Dale in het straatkastje. Zou ik hem meenemen voor mijn inmiddels 85-jarige moeder? Maar ja, wat moest zij met dat loodzware ding? Die trouwe Koenen-Endepols staat nog steeds bij haar in de kast.

Ik zal daar van de week toch weer eens ‘lul’ in opzoeken. Die volksmond! Ik verheug me er nú al op.

Source: Volkskrant

Previous

Next