De sociaal-democraten waren in Europa de natuurlijke regeringspartij van links. Waarom zijn ze hun sterke positie kwijtgeraakt en hoe kunnen ze die terugkrijgen? De politicologen Markus Wagner en Tarik Abou-Chadi verdiepten zich in die vraag.
‘Frans Timmermans’, twee woorden volstaan om aan te geven wat er volgens rechts op het spel staat bij de formatie. Timmermans is de boeman, leider van een sociaal-democratie die kleiner is dan ooit maar in sommige kringen intens wordt gehaat. In de jaren zeventig en tachtig regeerden sociaal-democraten nog van Stockholm tot Lissabon, met legendarische leiders als Joop den Uyl (Nederland), Olof Palme (Zweden), Willy Brandt (Duitsland) en François Mitterrand (Frankrijk). De sociaal-democratie was de natuurlijke regeringspartij van links, het politieke tehuis van de ‘gewone man’ en de sociaal bewuste middenklasse.
De erosie van deze ooit zo sterke positie leidde ook na de Nederlandse verkiezingen van november weer tot gekweld zelfonderzoek. Waarom stemmen praktisch opgeleide kiezers, ooit de natuurlijke achterban van links, op het populisme? Moet links zich niet meer richten op deze groep, en minder op de theoretisch opgeleide stadsbewoners die nu de kern van zijn electoraat vormen?
Over de auteur
Peter Giesen schrijft voor de Volkskrant over de Europese Unie en internationale samenwerking. Eerder was hij correspondent in Frankrijk. Hij is auteur van meerdere boeken.
Dat zou een heilloze strategie zijn, zeggen de Oostenrijkse politicoloog Markus Wagner (Universiteit van Wenen) en zijn Duitse collega Tarik Abou-Chadi (Universiteit van Oxford). Veel populistische kiezers zullen nooit links stemmen, zeggen zij. Als links er al in slaagt deze cultureel-conservatieve kiezers te verleiden, dan zal het aan de andere kant progressieve kiezers verliezen. De twee experts in de sociaal-democratie verbleven afgelopen half jaar in Amsterdam, als fellows van het Netherlands Institute for the Advanced Study in the Humanities and the Social Sciences (Nias). Daar gaven ze leiding aan de themagroep The Future of Progressive Politics. Van nabij volgden ze de Kamerverkiezingen van november.
GroenLinks-PvdA heeft zichzelf weinig te verwijten, vinden zij. Abou-Chadi: ‘Er zijn maar heel weinig linkse kiezers overgestapt naar de PVV. GroenLinks-PvdA heeft een behoorlijke campagne gevoerd en zetels gewonnen. Ik zou niet zeggen dat de verantwoordelijkheid voor de winst van Wilders bij links ligt. Als je al verantwoordelijkheid wilt toedelen, moet je veel meer naar de partijen aan de rechterkant kijken.’
Wagner: ‘Er zijn twee factoren die een rol spelen. Ten eerste zijn er altijd cultureel-conservatieve arbeiders geweest. Links was sterk in zulke wijken, maar haalde misschien 50 of 60 procent. Er zijn altijd arbeiders geweest die rechts gestemd hebben. Ten tweede is er een generatiewisseling. De oude sociaal-democratische kiezers zijn overleden, veel van hun kinderen en kleinkinderen stemmen op radicaal-rechts.’
Abou-Chadi: ‘In dat opzicht is links wel schuldig. Al heel lang bedrijft het geen klassenpolitiek meer. In de jaren zestig, zeventig en tachtig beloofden de sociaal-democraten veel meer verandering. Ze hadden een vijand waartegen ze campagne voerden, het kapitalisme.’
Wagner: ‘Vroeger zeiden ze: er zijn goede en slechte groepen in de samenleving. En wij moeten tegen die slechte groepen vechten. Nu zeggen ze: we lossen de problemen op met een tienpuntenplan.’
Abou-Chadi: ‘Sociaal-democraten hebben zich een technocratische stijl aangemeten en worden gezien als een deel van het establishment. Daardoor hebben ze een vacuüm laten ontstaan, waarin radicaal-rechts een nieuw klassennarratief heeft kunnen creëren.’
Links heeft een nieuw verhaal nodig, zo wordt vaak gezegd. Abou-Chadi is daar sceptisch over. De oplossing ligt naar zijn idee niet in pakkende slogans of een betere presentatie, maar in een vorm van identiteitspolitiek. Kiezers moeten zich weer verbonden voelen met de sociaal-democratie.
Abou-Chadi: ‘De sociaal-democratie moet tegen kiezers zeggen: jij staat hoog op onze lijst. We kennen jou als persoon, als lid van de groep waartoe je behoort. Als wij aan de macht komen, zetten we jou centraal.’
Abou-Chadi: ‘Precies, Henk en Ingrid. Maar het is iets waar de sociaal-democratie vroeger heel goed in was. Tegen je achterban zeggen: we komen op voor mensen als jullie.’
Abou-Chadi: ‘Maar dan begeeft links zich in een ruimte die al door radicaal-rechts is ingenomen. Veel kiezers van politici als Wilders vinden economische thema’s minder belangrijk. Ze zijn overtuigde kiezers van radicaal-rechts en de sociaal-democratie zal dat electoraat nooit kunnen bereiken.’
Abou-Chadi: ‘Haha, in elk interview komt vroeg of laat de Denemarken-vraag. De Deense sociaal-democraten voeren een hard immigratiebeleid en zijn constant gebleven. Maar ik denk dat het Deense voorbeeld geen universeel recept is. Voor veel andere landen geldt: als je er al kiezers mee wint, raak je aan de andere kant hogeropgeleide kiezers kwijt.’
Wagner: ‘Sociaal-democratie gaat ook niet alleen over macht. Traditioneel is de sociaal-democratie internationalistisch en tolerant. Het is raar om zulke principes op te geven om meer stemmen te halen.’
Wagner: ‘De sociaal-democratie heeft een bepaald imago. Het is moeilijk om plotseling te zeggen: we zijn een totaal andere partij dan u altijd dacht.
‘In Duitsland komt Sahra Wagenknecht nu met een nieuwe partij die economisch links is en cultureel rechts. Het is interessant om te zien wat die partij gaat doen. Maar zij kan vanaf nul beginnen, ze heeft niet de bagage van honderd jaar partijgeschiedenis.’
Abou-Chadi: ‘Er is tamelijk veel onderzoek dat laat zien dat de kloof tussen lager- en hogeropgeleiden niet zo diep is als vaak wordt gedacht. Ten eerste is een flink deel van de middenklasse groot voorstander van herverdeling en een links economisch beleid. Ten tweede is er een deel van de arbeidersklasse dat niet cultureel-conservatief is, of zich in elk geval niet zo druk maakt om culturele thema’s. Zulke kiezers zullen op een linkse partij stemmen, als haar economische programma maar links genoeg is.’
Wagner: ‘In alle onderzoeken zie je dat lageropgeleiden meer op radicaal-rechts stemmen en hogeropgeleiden meer op links. Maar er zit ook veel overlap tussen deze groepen. Het is niet zo dat alle lageropgeleiden in het ene kamp zitten, en alle hogeropgeleiden in het andere kamp. De verschillen worden vaak overdreven, in een heel versimpeld beeld.
‘Met een programma en een politieke leider die aanspreken kan de sociaal-democratie beide groepen zeker verenigen. Er zijn gedeelde belangen. Je haalt geen 40 of 50 procent meer, zoals vroeger. Maar in een gefragmenteerde samenleving kun je met 25 procent de verkiezingen winnen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden