Home

Hoe voetbalclub Vitesse aan het infuus van een Amerikaanse geldschieter hangt en richting de afgrond beweegt

Hoe levensvatbaar is Vitesse nog? De Arnhemse club bungelt onderaan in de eredivisie en zit gevangen in een financiële situatie die volgens voetbalbond KNVB niet door de beugel kan. ‘Als het te lang duurt en je blijft lenen, dan maak je jezelf alleen maar kwetsbaarder.’

Een ‘killing cocktail’. Zo noemt voormalig Vitesse-voorzitter Maasbert Schouten de situatie bij de laagst geklasseerde club van de eredivisie. De ‘hoge exploitatietekorten in combinatie met de slechte financiële resultaten en matig bestuur en beleid’: ze vormen een giftige cocktail waarvan het glas met de week voller raakt, aldus Schouten.

Halve maatregelen helpen daarbij niet meer volgens de ex-preses en voormalig sponsor, die met andere regionale investeerders in gesprek is over een financiële injectie in de club. Alleen rigoureus ingrijpen kan Vitesse voor de ondergang behoeden. Hij somt op wat er zoal moet gebeuren: een nieuw bestuur met ruime ervaring in crisismanagement. Een begroting die is afgestemd op reële opbrengsten. Dat kan niet anders zonder fors te snijden in de kosten (‘met name de spelersbegroting’) en creatiever te scouten. Ook ‘moet de jeugd weer op één staan’.

Over de auteur
Mark Misérus is verslaggever van de Volkskrant en volgt daarbij vooral de ontwikkelingen in het onderwijs. Hiervoor was hij lange tijd sportjournalist.

Vitesse bungelt in financieel opzicht aan een dunne draad. En net als toen de club vijftien jaar geleden failliet dreigde te gaan, moet ook nu een buitenlandse financier redding brengen. Al slaat de Amerikaanse investeerder Coley Parry een gematigder – zeg realistischer – toon aan dan de Georgiër Merab Zjordania, die Vitesse in 2010 met zijn ‘project 2013’ binnen drie jaar een landstitel in het vooruitzicht stelde. Met Schouten aan zijn zijde.

Vitesse op de been houden, dat zou nu al heel wat zijn. Het elftal van trainer Edward Sturing heeft nog twaalf wedstrijden om Volendam (evenveel punten) en RKC (vijf punten meer) te achterhalen en directe degradatie te ontlopen. Lukt dat niet, dan wordt een doemscenario bewaarheid voor de club die sinds 1989 onafgebroken in de eredivisie speelt.

De miljoenen van Parry zijn hoe dan ook hard nodig voor Vitesse, dat in de winterstop noodgedwongen aanvaller Million Manhoef voor 3,5 miljoen euro verkocht aan de Engelse Championship-club Stoke City. De eigenaar van de New Yorkse investeringsmaatschappij Common Group kan echter niet veel meer dan op zijn handen zitten na de uitspraak van de licentiecommissie van de KNVB.

Die maakte vorige week bekend dat Parry Vitesse niet mag overnemen, omdat na anderhalf jaar onderzoek ‘niet is gebleken dat de Common Group beschikt over eigen vermogen en niet duidelijk is of de Common Group investeerders heeft’. Er is, aldus de commissie, ‘geen inzicht gegeven in de herkomst van het (aan te trekken) geld van de Common Group’.

Vitesse tekende nog wel beroep aan tegen het besluit, al verwacht de club daar zelf ook weinig van. ‘Maar gezien de tijd die we eraan besteed hebben, zijn we het aan onszelf en de achterban verplicht om toch door te pakken’, verklaarde interim-directeur Peter Rovers, die kort voor de 1-1 tegen directe concurrent Volendam zondag zijn vertrek bekendmaakte.

In een verklaring prezen Andrey Soloviev en Peter van Bussel namens de raad van commissarissen de inzet van Rovers, ‘die in één jaar meer problemen op zijn bord heeft gekregen dan die van een gemiddelde voetbalbestuurder in zijn hele carrière’.

Zijn vertrek kan echter niet los worden gezien van de regionale investeerders die bereid zouden zijn in de club te stappen. Schouten verwijt Rovers en de rest van het bestuur bijvoorbeeld ‘blind te varen’ op Coley Parry. Al ziet ook hij in dat de club en de Amerikaan voorlopig niet zonder elkaar kunnen: door de afgeketste overname staat Vitesse in het krijt bij de investeerder.

De schuld zou ruim 11 miljoen euro bedragen, naar verluidt tegen een rentepercentage van 12 procent. Wel bezweert Rovers dat de Amerikaan bereid is die schuld om te zetten in eigen vermogen voor de club. Parry zou dan een minderheidsbelang van 24,9 procent krijgen – waarmee Vitesse precies onder de norm blijft waarvoor het goedkeuring nodig heeft van de licentiecommissie.

Zo hangt Vitesse nog wel even aan het infuus van een buitenlandse geldschieter. Net als de laatste veertien jaar, al zijn de Russische roebels nu dollars geworden. Mede door die lange geschiedenis wordt ook de komst van Parry door sommigen in het voetbal met argusogen bekeken. Want wat moet een Amerikaanse investeerder met een Nederlandse voetbalclub?

Die vraag rees ook toen de Georgiër Zjordania Vitesse in augustus 2010 overnam. En bij zijn opvolger en goede vriend, de Russische vastgoedmiljardair Aleksander Tsjigirinski. En het gebeurde toen in mei 2018 een andere Rus, Valeriy Oyf, eigenaar werd van Vitesse. Het handelen van Oyf maakt deel uit van een ander onderzoek dat naar Vitesse loopt en dat ingaat op de al dan niet illegale relatie tussen voormalig Chelsea-eigenaar Roman Abramovitsj en de Arnhemse club.

Veel supporters hebben liever een eigenaar die ze kennen, weet de Belgische sporteconoom Thomas Peeters, verbonden aan de Erasmus Universiteit. ‘Maar dat zegt niet altijd iets over de goede bedoelingen van de financier. In België zijn er al veel meer buitenlandse eigenaren dan in Nederland. Daar heb je absoluut Belgische financiers die het goed doen met hun club, zoals bij Club Brugge. Maar de laatste club die in België failliet ging, Lokeren, was dan weer volledig in Belgische handen.’ In Nederland liep het verstandshuwelijk tussen ADO en de Chinees Wang Hui op een drama uit, waarbij de Haagse club via de rechter moest afdwingen dat de eigenaar de beloofde miljoenen overmaakte.

Dat een buitenlandse geldschieter minder binding heeft met de club en haar achterban, zou je volgens Peeters als een risico kunnen zien. ‘Wanneer de dingen minder goed lopen dan ze hadden verwacht, hebben zulke geldschieters sneller een reden om de club weer te verkopen.’

Over het algemeen hebben (buitenlandse) investeerders het vooral voorzien op clubs die er slecht voorstaan, zegt Peeters. ‘Drie clubs in België – Deinze, Patro Eisden Maasmechelen en zelfs eersteklasser Union – waren haast gratis beschikbaar omdat ze op een historisch laag niveau stonden. Maar die overname was zeker niet uit financiële nood geboren.’

Deinze werd overgenomen door het Singaporese ACA Football Partners, het Brusselse Union door de Britse gokmiljardair Tony Bloom. En bij Patro lukte het Coley Parry wél om zich als voorzitter een plek binnen de club te verwerven. Omdat Patro destijds nog op het hoogste amateurniveau uitkwam, had Parry daarvoor geen toestemming nodig. Dat verandert als de club zou promoveren naar de Belgische eredivisie: Parry moet dan aantonen dat hij over voldoende middelen beschikt om de club over te nemen. Ook moet hij de herkomst van zijn geld bekendmaken, zei licentiemanager Nils Van Brantegem tegen de Belgische krant De Standaard.

De licentiecommissie van de KNVB keurde de overname van Vitesse precies op die punten af. Volgens sporteconoom Peeters speelt daarbij ook een cultuurverschil mee: zo wil de licentiecommissie, zoals te doen gebruikelijk in Nederland, een jaarverslag ‘of een gelijkwaardig alternatief’ zien. Dat kon Parry blijkbaar niet overleggen, mogelijk omdat hij dit simpelweg niet heeft.

Amerikaanse ondernemers hoeven in eigen land juist zulke stukken, die inzicht geven in het eigen vermogen en winst en verliest, nergens in te leveren. Peeters: ‘In het Amerikaanse honkbal is het bijvoorbeeld heel normaal dat je niet weet hoe de financiële structuur achter een club precies in elkaar zit. Investeerders hebben ook bijna geen rapporteringsplicht, omdat ze in grote concerns zijn opgenomen. In Amerika is het vaak de bedoeling om te verbergen hoe winstgevend je bent, omdat supporters zich anders gaan afvragen waarom er geen betere spelers worden aangetrokken.’

Hoe levensvatbaar de (tijdelijke) constructie is die Vitesse en Parry hebben bedacht, moet de tijd uitwijzen. ‘De club zit in een impasse’, zegt een voormalig functionaris van de club die anoniem wil blijven. ‘Als het te lang duurt en je blijft lenen, dan maak je jezelf alleen maar kwetsbaarder. Al snapte ik het dilemma van Peter Rovers wel. Hij moest de club redden en er is iemand die daarbij zegt te kunnen helpen. Maar eigenlijk moet de continuïteit van de club altijd op één staan.’

Dat lijkt ook Vitesse zich te realiseren, getuige het interview dat interim-directeur Rovers eind vorig jaar gaf aan De Gelderlander. Rovers zei daarin dat de club kan ‘niet blijven leunen op een eigenaar die als pinautomaat de tekorten aanvult’. Vitesse moet versneld naar een gezonde situatie toe. ‘Met of zonder Coley Parry en de Common Group.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next