Home

De mogelijke uitlevering van Julian Assange aan de VS, vormt ook een bedreiging voor de journalistiek

De meer dan honderd jaar oude wet waarmee de omstreden klokkenluider Julian Assange aan de Verenigde Staten kan worden uitgeleverd, kan volgens critici een gevaarlijk precedent scheppen. ‘Dit zal haast zeker de doodsteek zijn voor onderzoeksjournalistiek gebaseerd op geheime informatie.’

Je kunt Julian Assange (52), de Australische publicist die in Londen vecht voor zijn laatste kans om uitlevering aan de Verenigde Staten te voorkomen, zien als een maniakale gek. Als de oprichter van klokkenluiderswebsite WikiLeaks, die zo gecompliceerd is in de omgang, dat hij weinig vrienden en medestanders heeft overgehouden. Als de man die het personeel van de Ecuadoriaanse ambassade waar hij jaren verbleef, met zijn driftbuien en onaangepast gedrag tot wanhoop dreef.

Sommigen zullen hem zien als de persoon die de Russen in 2016 wel erg gretig hielp bij hun pogingen de Amerikaanse presidentsverkiezingen te beïnvloeden – WikiLeaks publiceerde toen door Russen gehackte interne mails over de campagne van de Democraat Hillary Clinton. Anderen zullen wijzen op de beschuldigingen van verkrachting tegen hem (die inmiddels zijn verjaard) of op zijn roekeloze handelswijze; hij zou diplomaten en bronnen van inlichtingendiensten in gevaar te brengen doordat hij vertrouwelijke overheidsinformatie zonder context online te zet.

Over de auteur
Huib Modderkolk is onderzoeksjournalist bij de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor cybersecurity en inlichtingendiensten. Hij won meerdere journalistieke prijzen en is onder meer auteur van het boek Het is oorlog, maar niemand die het ziet. Eerder werkte hij bij NRC.

Maar dat is allemaal niet wat er deze week op het spel staat, als het Britse Hooggerechtshof beslist of Assange beroep mag aantekenen tegen het besluit hem uit te leveren aan de Verenigde Staten. Zijn zaak, waarschuwen velen, vormt een bedreiging voor journalisten die over de hele wereld over geheime zaken willen berichten.

Kort de voorgeschiedenis. Vanaf 2006 begint WikiLeaks via een eigen website met het publiceren van vertrouwelijke documenten die regeringen – vooral de Amerikaanse – in verlegenheid brengen. Journalistiek relevante onthullingen, bijvoorbeeld over Amerikaanse voorschriften om sommige gedetineerden in Guantánamo Bay doktersbezoek te onthouden. Of interne stukken die laten zien dat velen er destijds onterecht en zonder aanklacht worden vastgehouden. Een Arabische journalist die toen al acht jaar gevangen zat, zodat de Amerikanen meer over de nieuwsorganisatie waar hij werkt, Al-Jazeera, te weten kunnen komen.

Later volgen vele honderdduizenden interne documenten over de oorlogen in Afghanistan en Irak, die aantonen dat de strijd veel minder voorspoedig verloopt dan de internationale coalitie publiekelijk verkondigt. Met bovendien veel meer onschuldige burgerslachtoffers. Tieners en ouderen die zomaar werden doodgeschoten, een bus met reizigers die onder vuur kwam te liggen, een Amerikaans bombardement dat driehonderd lokale burgers doodde in plaats van de publiekelijk gecommuniceerde honderdvijftig Talibanstrijders. Getuigenissen over oorlogsmisdaden. In Irak waren er Amerikaanse militairen die vanuit helikopters lachend burgers – waaronder twee journalisten van Reuters – doodschoten. Er was sprake van martelingen en executies van gevangenen. Het private Amerikaanse bedrijf Blackwater schoot op willekeurige burgers en bijna zevenhonderd Irakese personen werden vermoord omdat ze te dichtbij checkpoints kwamen – onder wie zwangere vrouwen.

Daarna verschenen honderdduizenden diplomatieke stukken die onder meer aantonen dat Shell diep geïnfiltreerd was in de Nigeriaanse politiek. Eerder werd al bekend dat het Nederlandse bedrijf Trafigura de giftige lading van een schip in de Ivoriaanse hoofdstad Abidjan dumpte, met gigantische gezondheidsschade bij de meeste arme bevolkingsgroepen tot gevolg.

Het waren, kortom, journalistiek relevante onthullingen – veelal gebracht in samenwerking met internationale media als The New York Times, The Guardian en Der Spiegel. Ze hadden bovendien impact: de Amerikanen trokken zich bijvoorbeeld sneller dan voorzien terug uit Irak. Door publicaties over de rijkdom van de Tunesische president werden burgerprotesten in het land aangewakkerd die uiteindelijk leidde tot de val van het regime. Die vormde tevens de aanzet tot bredere demonstraties in het Midden-Oosten resulterend in de Arabische Lente.

Voor de Amerikanen zijn de publicaties bijzonder pijnlijk. De methode van Assange is onorthodox: hij plaatst de stukken integraal op een website, waarvan de achterliggende infrastructuur wisselt. De VS zochten daarom manieren om de organisatie, die ze kwalificeren als een ‘bedreiging voor de nationale veiligheid’, te bestrijden.

Er lekte een handleiding uit van het Amerikaanse ministerie van Defensie om iedereen die wordt geassocieerd met WikiLeaks te beschadigen en strafrechtelijk te vervolgen. De FBI probeerde mensen in de omgeving van Assange zover te krijgen tegen hem te werken. Medewerkers werden afgeluisterd. Toen Assange op de vlucht onderdak vond in de Ecuadoriaanse ambassade in Londen, wachtten politieagenten voor de deur op een misstap. Het plafond zat vol met gaten waar vermoedelijk afluisterapparatuur in zat.

Voor de uiteindelijke aanklacht grijpen de Verenigde Staten terug op de meer dan honderd jaar oude Espionage Act. Opgesteld tijdens de Eerste Wereldoorlog om ondermijning tegen het Amerikaanse leger te voorkomen, maar nog nooit eerder gebruikt om een mediaorganisatie te vervolgen. Aangeklaagden hebben minder rechten: ze kunnen zich er niet op beroepen dat publicatie in het maatschappelijk belang was.

Niet onbelangrijk: de aanklacht ziet op het journalistieke proces dat leidde tot de publicatie van de eerste ladingen documenten in 2010 en 2011 – de onthullingen over Afghanistan, Iran en diplomatie die zeer relevant waren en waarover media wereldwijd uitvoerig berichtten. Niet over wat Assange in de jaren daarná deed.

De Verenigde Staten noemen het contact tussen de Australiër en de bron – Chelsea Manning – die hem de stukken gaf, ‘samenzwering’ tegen de staat. ‘Met die redenering kan iedereen in de wereld die informatie publiceert die de VS geheim achten, vervolgd worden voor spionage’, legde Joel Simon, toenmalig directeur van persvrijheidsorganisatie CPJ uit. ‘Lekken is geen spionage’, schreef NRC eerder in een commentaar. Nederlandse media die zouden berichten over de aanwezigheid van Amerikaanse nucleaire wapens op luchtmachtbasis Volkel – een publiek geheim – zouden in het vervolg óók het risico lopen uitgeleverd te kunnen worden aan de Verenigde Staten.

‘Als de aanklager slaagt’, verklaarde James Goodale, die de The New York Times bijstond bij de publicatie van de geheime Pentagon Pagers over de verschrikkingen van de Vietnam Oorlog, ‘zal dat haast zeker de doodsteek zijn voor onderzoeksjournalistiek gebaseerd op geheime informatie.’ Mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Human Rights Watch steunen Assange daarom en wijzen erop dat hij geen eerlijk proces zal krijgen en levenslang de cel in zal draaien. De Speciale VN-Rapporteur voor Marteling riep eerder Groot-Brittannië op om de onmenselijke behandeling van de Australiër – die al bijna twaalf jaar vastzit en daar lichamelijk en psychisch onder lijdt – te stoppen.

Dat internationale media desondanks relatief stil zijn over zijn mogelijke uitlevering en de consequenties, valt ook Alan Rusbridger, oud-hoofdredacteur van de Britse krant The Guardian op. Hij kende, net als velen, een ingewikkelde samenwerking met de koppige en eigenzinnige Assange. Ze waren, kortgezegd, bepaald geen vrienden. Toch is hij tot op de dag van vandaag één van zijn felste verdedigers. Zijn zaak is een ‘wake-up call’ voor media wereldwijd. ‘Je vindt Assange misschien niet leuk’, waarschuwt hij journalisten, ‘maar jij kunt de volgende zijn.’

Source: Volkskrant

Previous

Next