Home

‘Man, die bakfiets!’, riep het donsjack. ‘Heb je dat niet meegekregen dan? Die dingen breken doormidden!’

Maandagochtend, voorjaarsvakantie. Op het Bellamypleintje zaten twee blonde vrouwen van een jaar of 35 met kartonnen bekers koffie; de een in een jas van schapenvacht, de ander in een donsjack. Ze hielden toezicht op een troepje spelende kinderen. Het begon te motregenen.

‘Het zou tot 12 uur droog blijven!’, klaagde het donsjack. ‘Ik heb vanmiddag tickets voor NEMO, dus ik dacht, we slaan hier de ochtend stuk.’ Ongerust keek ze naar de grauwe hemel. ‘Jezus, NEMO’, zuchtte de schapenvacht. ‘Ik moet er niet aan dénken.’ En tegen een kind: ‘Abel, moet jij plassen? Je staat zo te wiebelen. Nee? Weet je het zeker?’

Er kwam een man aanrijden op een bakfiets met twee kinderen erin. Een grote, brede man, met een rossige baard. Terwijl hij het voertuig parkeerde stak hij vrolijk zijn hand op naar de vrouwen. Die keken elkaar aan en begonnen naar de man te roepen. ‘Wow, Tim! Jij durft! Zou je dat nou wel doen?’

‘Wat?’, vroeg de man met een verbaasd lachje. Hij liet zijn kinderen los op het pleintje en liep naar de vrouwen toe. ‘Man, die bakfiets!’, riep het donsjack. ‘Heb je dat niet meegekregen dan? Die dingen breken doormidden!’ Ze pakte haar telefoon.

‘Hier’, zei ze. ‘Babboe bakfietsen teruggeroepen. Honderden meldingen over gebroken frames.’ ‘Serieus?’, riep de man. Pontificaal duwde ze hem haar telefoon onder de neus. Hij las. ‘Shit. Wat arelaxed’, bracht hij uit. Hij liep naar de bakfiets, bukte en bekeek hem van onderen. ‘Ik zie niets, hoor!’, riep hij.

Hij klom in de bak en begon op en neer te springen, eerst voorzichtig, maar allengs wilder. De bakfiets schudde ervan. De kinderen op het pleintje keken met open mond toe. ‘Die breekt zijn enkel’, zei het donsjack, een klein lichtje van geniepige voorpret in de ogen.

Maar er gebeurde niets. De man stapte ongedeerd weer uit de bak, liep naar de vrouwen en zei: ‘Nou. Niks aan de hand, dus. Gelukkig maar, want ik moet vanmiddag met dat ding naar het Oosterdok. Minigolfen bij Aloha. Hee, kunnen jullie even op Jet en Rinus letten? Haal ik koffie.’

‘Lekker dan’, foeterde de schapenvacht. ‘Hij zet die kinderen gewoon in dat levensgevaarlijke rotding?’ Het donsjack huiverde. ‘Minigolfen bij Aloha’, kreunde ze. ‘Jezus...’ en, tegen de schapenvacht: ‘Thomas heeft een aanbod gekregen, van zijn werk. We kunnen voor een jaar naar Senegal. Met z’n allen. Er is al een huis, en alles. Wat zeg jij? Doen?’

‘Joh! Senegal?!’, riep de schapenvacht. ‘Ja’, Antwoordde het donsjack. ‘Daar doen ze vast niet aan voorjaarsvakantie...’ Het begon harder te regenen, maar op haar gezicht verscheen een verzaligde glimlach.

Source: Volkskrant

Previous

Next