Omdat we weliswaar veel tijd samen doorbrengen, maar weinig samen doen, gingen we lunchen. We spraken af in het café waar we ooit hadden afgesproken toen we elkaar net kenden. Alleen, dat café bestond niet meer.
De warme kroeg met de houten mozaïekvloer, waarvan het bonte interieur verzorgd leek te zijn door een kringloopwinkel, had plaatsgemaakt voor een chic café-restaurant met een smaakvolle en fraaie, maar ook uniforme en fantasieloze inrichting waarin je je in Parijs, of Londen, of Berlijn, of New York waant. Het was overgekocht door iemand die ooit met Ottolenghi had gewerkt. Of misschien had hij gewoon een keer in een restaurant van Ottolenghi gegeten. Of een kookboek van Ottolenghi gelezen.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Een jongen met tatoeages op zijn slaap wees me naar onze tafel en na een paar minuten kwam mijn vrouw binnen. ‘O ja’, zei ze, terwijl ze om zich heen keek. Ik kende die o ja. Het is een o ja die ze gebruikt als ze verandering erkent, maar niet per se onder de indruk is van het resultaat. Bijvoorbeeld als ik net naar de kapper ben geweest.
We bestelden en een meisje bracht onze drankjes. Ik hield mijn glas met wortel-sinaasappel-gembersap op naar mijn vrouw. Niet om te proosten, maar om aan haar te tonen en de prijs erbij te vermelden. Dat gebeurt vanzelf. Als je meer dan tien jaar samen bent, ga je vanzelf dingen omhooghouden en zeggen hoeveel ze kosten. ‘5,75’, zei ik, over het dessertwijnglaasje dat voor de helft gevuld was.
‘Jezus’, zei ze.
Even later kwam onze lunch: een shakshuka voor haar en zuurdesemtoast met avocado en zalm voor mij. Ik wees op de twee sneetjes brood met flinterdun gesneden zalm en net toen ik wilde zeggen dat dit dus 13 euro kostte, kwamen er twee meisjes binnen. Ze hadden zich opgemaakt en aangekleed alsof ze zich vijftien jaar ouder wilden voordoen. Onmiddellijk kwamen de telefoons tevoorschijn en naast ons ontspon zich een fotoshoot, waarbij de meisjes beurtelings in allerlei Instagramposes gingen zitten.
Ik sneed een stuk van mijn toast af en gaf het aan mijn vrouw, wat voelde alsof ik een nier afstond. ‘Sorry’, zei ze, gedachteloos kauwend op mijn nier, ‘maar ik kan gewoon niet stoppen met naar ze te kijken.’ De meisjes fotografeerden en poseerden ondertussen rustig verder, alsof ze de enigen waren in het café. Ze bestelden een paar gerechten en ook die fotografeerden ze. ‘Zouden ze het nog gaan opeten?’, vroeg mijn vrouw bezorgd. Tot haar grote geruststelling gebeurde dat, zagen we nadat we hadden afgerekend en onze jassen aantrokken.
Toen we op de stoep stonden overlegden wat we nu zouden gaan doen. De vorige keer dat we hier samen naar buiten kwamen, fietsten we naar haar huis, seksten de seks der prille geliefden en sliepen de slaap der duizend slapen. Nu, besloten we, gingen we boodschappen doen bij de Lidl. Dat was ook leuk.
Source: Volkskrant