Home

‘Op een briefje aan de deur stond: ‘Niet naar binnen gaan!’

‘De meldkamer zei: ‘Op een flatgalerij staat iemand die niet naar binnen durft. Men vermoedt iets ernstigs.’ Ik reed ernaartoe en kwam tegelijk aan met Han, onze dienstdoend hulpofficier. Op de galerij stond een jonge, bedremmelde, angstige vrouw. Aan de deur van de woning hing een briefje: ‘Niet naar binnen gaan! Politie bellen.’

‘We roken geen lijkenlucht, maar je hebt al wel een vermoeden van wat daarbinnen is gebeurd. Met haar sleutel gingen wij naar binnen. Het was een nette woning, maar heel donker, alle gordijnen waren dicht. Via de hal liepen we door een keukentje naar de woonkamer. Op de woonkamerdeur hing ook weer een briefje: ‘Niet naar binnen gaan! Niet naar binnen gaan!’ Het stond er twee keer op.

‘‘Dit is niet goed’, zeiden wij. We voelden aan de klink, maar de deur zat niet op slot. Ook in de woonkamer waren de gordijnen dicht, er brandde alleen een schemerlampje. In een hoek zat een man, een dertiger, in zo’n luxe tuinstoel met een bijpassend kussen erin. Hij zat rechtop, met zijn benen ontspannen op een voetenbankje. Rond zijn hoofd zat een transparante zak waar je zijn gezicht doorheen zag. Ik voelde aan zijn pols, die was knetterkoud. Als politie mag je geen dood constateren, maar voor ons was het zonneklaar dat hij was overleden.

‘Die tuinstoel was speciaal voor deze suïcide neergezet. Op een klein tafeltje stond een leeg bekertje vruchtenyoghurt met een lepeltje erin. Wij vermoedden dat hij daarin medicijnen heeft verpulverd en doorgeroerd, om in slaap te komen voordat hij stikte.

‘Op tafel lagen allerlei documenten keurig gerangschikt. Zijn rijbewijs, paspoort, autosleutel, kentekenbewijs en teksten uit een boek van de Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde. Met een gele accentueerstift had hij passages gemarkeerd over hoe hij een einde aan zijn leven had gemaakt. De modus operandi kregen we dus op een presenteerblaadje aangereikt. Er lag ook een cd met gemarkeerde muziek voor de uitvaart, en een overzichtelijke lijst met namen van vrienden en familie die moesten worden uitgenodigd.

‘Dit is wat wij een schone dode noemen. Hij was netjes intact. Heel anders dan iemand die drie weken dood in huis ligt met de verwarming aan, dan krijg je vliegen en stank. Of de flat- en treinspringers waarmee de politie regelmatig wordt geconfronteerd. Dan ontneem je nabestaanden de mogelijkheid om afscheid te nemen, want daar is meestal niets toonbaars meer van over.

‘Deze man lag er vredig bij, mooi eigenlijk, alsof hij sliep. Hij had duidelijk tot het laatst over alles de regie in eigen handen genomen. Met zijn benen zo vooruit zou hij mooi kunnen worden opgebaard. Dat is veel fijner voor de familie. Ik dacht: dat heb jij keurig gedaan, kerel.

‘Die jonge vrouw, de partner van de dode, had inmiddels zijn vader ingelicht. Samen zaten ze aangeslagen in de keuken, we vertelden hen wat er was gebeurd. ‘Ja, we waren er vaak al bang voor’, reageerde die vader. ‘Mijn zoon had pieken en dalen.’

‘Het woord zelfmoord wil ik nooit horen of uitspreken, want het is geen moord. Als mensen het leven niet meer aankunnen, wordt het leven de vijand en de dood hun vriend. Ze plegen geen moord, het is een zelfgekozen levensbeëindiging.

‘Sindsdien denk ik bij mensen die niet meer willen leven: het kan ook anders. Daardoor ben ik sterk voorstander geworden van een levenseindekliniek, waar mensen onder begeleiding op een menswaardige manier uit het leven kunnen stappen, en nabestaanden hun hand kunnen vasthouden.

‘Ik vind het verschrikkelijk dat zoiets nog niet goed is geregeld. Onze hond had een mooiere dood dan mijn bloedeigen vader. Mijn vrouw nam ons hondje op schoot, de dierenarts schoor zijn pootje kaal, gaf een prikje en zei op een gegeven moment: ‘Hij is al dood, hoor.’ Zó vredig ging dat. Mijn vader had corona. Hij was óp, maar kreeg tot het laatst nog zuurstof via zijn neus toegediend. Hij is onrustiger ingeslapen dan onze hond.

‘‘Mag ik hem zien?’, vroeg die vader aan ons. Han en ik keken elkaar aan en zeiden: ‘We gaan even overleggen.’ We liepen terug naar de woonkamer en besloten na telefonisch overleg met de officier dat we niet twijfelden aan suïcide en dat de recherche niet hoefde te komen. Zo konden we voorzichtig het elastiek en die zak van zijn gezicht halen, en buiten het zicht van die vader wegmoffelen. Zo bespaarden we hem een trauma en kon hij in alle rust afscheid nemen van zijn zoon.

‘Voordat we terugliepen naar de keuken, zei ik tegen Han: ‘Deze man verdient een postume onderscheiding, door op deze manier uit het leven te stappen.’ Het was niet alleen heel respectvol voor zijn nabestaanden, maar ook voor hulpverleners. Voor de politie. Voor óns.’

Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next