Alle media hadden zich juichend aan de voeten geworpen van een Engelse verlosser, Jordan Henderson, toen in het debat over de nieuwe Ajacied ook Willem van Hanegem (bijna 80) een duit in het zakje deed. Hij maakte zijn punt in een podcast van het AD. Jordan Henderson, zei Van Hanegem, is gewoon een heel middelmatige speler.
Voor andere critici zou als tegengeluid ‘een middelmatige speler’ voldoende zijn geweest. Van Hanegem ging een stap verder. Henderson (81 interlands, landskampioen, bekerwinnaar en Champions League-winnaar met Liverpool) is volgens hem een héél middelmatige speler.
De ongebruikelijke bewering – niemand ter wereld had dit ooit eerder gezegd – kreeg extra kracht door het woord ‘gewoon’ en de toevoeging ‘meer is het niet’. Daarna volgde nog een vintage Van Hanegemiaanse verzuchting waarmee hij zijn irritatie samenvatte en de euforie probeerde te temperen: ‘Kom op nou.’
Van Hanegem kon niet anders; misschien niet eens omdat hij Henderson een heel middelmatige speler vindt, maar omdat iedereen in zwijm was gevallen toen de Brit in een wedstrijd van Ajax tegen PSV wat risicoloze passjes had gegeven en de aandacht had getrokken met een paar sprintjes, tegenwoordig ‘loopacties’ genoemd. Als niemand anders dwars is, doet Van Hanegem het maar.
Dinsdag wordt hij 80. Zijn populariteit is onverminderd. Deze maand verschenen drie boeken over Van Hanegem, 80x Willem van Hanegem van Harry Walstra, Het Willem van Hanegem Zakboekje van Jan de Bas en Willem 80, levenskunstenaar van Wessel Penning. Daarmee komt het aantal boeken in de Van Hanegem-bibliotheek op ongeveer twintig. Achter Johan Cruijff is hij in dit klassement een goede tweede.
Met Cruijff heeft hij gemeen dat hij in de drie fases (voetballer, trainer, prater) van zijn leven een groot publiek aan zich heeft gebonden. Zijn oeuvre als zijlijncommentator is kolossaal, uiterst stabiel en doordrenkt van calvinisme. Van Hanegem vindt vaak dat iets overdreven is. Hij vindt ook vaak dat mensen zich aanstellen en gewoon moeten doen.
Zijn punt is vaak hetzelfde, in zijn AD-column, op televisie en in podcasts. De recente lof voor Ajax-spits Brian Brobbey? Overdreven. Voetballers hebben het vaak ‘hoog in hun bol’ en hij heeft een hekel aan ‘huilverhalen’. Van Hanegem relativeert alles. De Kromme is De Knorrepot geworden.
Des te opmerkelijker is het dat zoveel mensen intens van hem houden en vereren. Er bestaat kennelijk grote behoefte aan iemand die in het voetbal van het bestrijden van ‘aanstellerij’ zijn levenswerk heeft gemaakt. Zijn beide benen staan op de grond, op de staantribune tussen het gewone volk. Hij is een poldericoon onder gelijken – de tweede verklaring van zijn populariteit.
Van alle eerbetonen aan de jarige springt een stuk in Voetbal International het meest in oog. Willem is één van ons, staat boven het artikel. Geert-Jan Jakobs bezocht twee levenslange Van Hanegem-fans, een vrouw uit Eemnes en een man uit Hoek van Holland. Over ontmoetingen met hem praten ze alsof ze Hem zelf hebben gezien. ‘Ik denk elke dag aan hem’.
Krommunisten, noemt Jakobs ze. Ze aanbidden hem, vooral omdat hij zo gewoon is gebleven. Overveen is nog net geen Lourdes. Cruijff had volgelingen, Van Hanegem heeft fans, schrijft Jakobs doeltreffend.
Zelf laveer ik tussen een lichte mate van ergernis, vanwege die al met al toch vrij geestdodende nuchterheid, en sympathie. Een oud citaat in het boek van Jan de Bas trok me deze week weer even in zijn kamp. Toen Aad de Mos ooit in beeld was als bondscoach, zei Van Hanegem: ‘Dan liggen we er met de loting al uit’. Ook dat doet niemand hem na.
Over de auteur
Paul Onkenhout was jarenlang voetbalverslaggever en is columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.