Mag de rechter op de stoel van de politiek gaan zitten? Die vraag klonk nadat het gerechtshof in Den Haag maandag de staat had opgedragen de export van onderdelen van het gevechtsvliegtuig F-35 naar Israël te staken.
Het antwoord is simpel, en eigenlijk zullen politici, juristen en zelfs de rechters van het hof het eens zijn: nee, dat mag niet. In Nederland geldt de trias politica, de scheiding der machten: wetgevend, uitvoerend en rechterlijk.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.
De werkelijke vraag luidt net even anders: zijn de Haagse rechters op de stoel van de politiek gaan zitten? De regering vindt van wel. ‘De politiek gaat over het buitenlands beleid, niet de rechtbank’, zei demissionair premier Mark Rutte. Om duidelijkheid te krijgen in die ‘principiële kwestie’, gaat de staat in cassatie bij de Hoge Raad.
In het arrest staat echter nergens dat het gerechtshof over het buitenlands beleid gaat, dat vinden de rechters uiteraard ook niet. Zij erkennen dat de regering ‘beleidsvrijheid’ heeft, maar met grenzen: die van het recht. Europese afspraken, het Wapenexportverdrag en nationale exportregels schrijven dwingend voor dat een vergunning wordt geweigerd bij risico op schending van het oorlogsrecht. Volgens het hof is dat in Gaza het geval.
De afgelopen decennia was er een toename van het aantal zaken waarin de rechter het optreden of tekortschieten van de overheid toetst aan nationale wetgeving of internationale verplichtingen. Aanvankelijk betrof dat veelal lokale milieukwesties. Steeds vaker echter dwingen organisaties bij de rechter naleving af van internationale verdragen. Hierbij gaat het vaak om mensenrechten.
Ook hier lijkt het simpel: de overheid moet zich aan verdragen houden waarbij ze partij is. Artikel 94 van de Grondwet is daar heel duidelijk over. ‘De beleidsvrijheid om zich niet aan het recht te houden is een onbestaanbare categorie’, zegt Geerten Boogaard, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Leiden. Maar daarmee is natuurlijk niet alles gezegd over wat Boogaard de ‘overlapcategorie’ tussen politiek en recht noemt.
De bekendste en meest verstrekkende rechtszaak in het omstreden genre ‘rechter en stoel’ is die van Stichting Urgenda tegen de staat over het klimaatbeleid. Bij de rechter, vervolgens bij het gerechtshof en ten slotte bij de Hoge Raad wist de stichting af te dwingen dat de overheid zich meer moet inspannen voor de reductie van broeikasgassen. Daarbij beriep de rechter zich, naast het Klimaatverdrag, vooral op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: de overheid is verplicht leven en welzijn van de burgers te beschermen.
Volgens de Hoge Raad hebben regering en parlement ‘een grote mate van vrijheid om politieke afwegingen te maken’. Het is echter aan de rechter ‘om te beoordelen of zij bij hun besluitvorming zijn gebleven binnen de grenzen van het recht’.
Bij dit raakvlak van politiek en recht worden nu vraagtekens gezet, vooral door (rechtse) politici. Zij vinden dat de rechterlijke macht het politieke speelveld betreedt: bemoei je met je eigen zaken!
‘Maar dat is precies wat we doen’, luidt het verweer vanuit rechterlijke hoek. In juridische kring lijkt (peilingen zijn er niet) de overheersende opvatting te zijn dat rechters doen waarvoor ze zijn aangesteld: recht spreken. ‘In de F-35-zaak zie je dat de rechter zijn redenering heel juridisch houdt’, zegt Elbert de Jong, hoogleraar privaatrecht in Utrecht. ‘Het feit dat een uitspraak politieke implicaties heeft, valt buiten zijn beoordelingskader. In de Urgendazaak idem. We moeten ervoor waken de rechter per individuele casus te verwijten politiek te bedrijven, want dat is niet zo.’
Ook Boogaard vindt dat de rechter ‘niet per se politiek bezig is, omdat een uitspraak politieke consequenties heeft’. Rechtspraak is nu eenmaal niet waardenvrij. ‘Dan ontstaat er een vrij zinloze discussie’, zegt hij, ‘waarin rechters hun juridische onbevangenheid benadrukken, en politici reageren met: jullie doen aan politiek, want ik heb er last van.’
De hoogleraar meent dat het debat over de overlapcategorie nog niet is uitgekristalliseerd. Zelf hoort hij niet tot het strikt juridisch-theoretische kamp. Zo zet hij vraagtekens bij de Urgendazaak. De rechters menen dat zij geen ‘wetgevingsbevel’ hebben gegeven (wat immers hun mandaat te buiten zou gaan), maar volgens Boogaard hebben zij de definitie van ‘wetgevingsbevel’ zodanig versmald, dat het vonnis er niet onder zou vallen.
Ook heeft hij er moeite mee dat rechters zaken over internationale verdragen aanvliegen vanuit het civiel recht. ‘Dan haal je heel grote zaken door een klein malletje. Alsof je een ijsbeer door het kattenluikje probeert te duwen.’
In de Urgendazaak is de staat volgens Boogaard door het oog van de naald gekropen. Door de coronacrisis daalde de CO2-uitstoot zodanig, dat vanzelf aan het rechterlijk bevel werd voldaan. ‘Maar wat als dat niet was gebeurd? Moet je dan de gouden koets aan de ketting leggen, of Kamerleden gijzelen? Als een bevel aan de staat geen consequenties heeft, verliest de rechter veel gezag.’
Een ander element is de toegang tot de rechter. Kunnen organisaties als Oxfam Novib bij de rechter opkomen voor het algemeen belang? Een motie van Chris Stoffer (SGP) daarover werd vorig jaar aangenomen door de Tweede Kamer. Moeten er geen scherpere eisen worden gesteld aan de representativiteit van belangenclubs?
Daarmee wil Stoffer echter niet suggereren dat rechters ten onrechte op de stoel van de politiek gaan zitten. ‘Dat vind ik een heel lastige’, zegt hij nu. ‘Daar moeten wij als politiek geen ruwe uitspraken over doen. Andersom geldt ook: als politicus moet je niet op de stoel van de rechter gaan zitten.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden