Home

Schrijver en columnist David Brooks: ‘Ik vertrek regelmatig bij een feestje met het besef dat niemand me ook maar één vraag heeft gesteld’

Hoe toon je échte interesse voor de mensen om je heen? De invloedrijke columnist David Brooks had op dat gebied veel te leren. Nog steeds trouwens, vindt hij zelf. In De kunst van mensen kennen verzamelde hij zijn inzichten.

‘Ik vertrek regelmatig bij een feestje met hetzelfde besef’, zegt de Amerikaanse schrijver David Brooks (62). ‘En dat is dat niemand me ook maar één vraag heeft gesteld.’

De afgelopen jaren is hij gaan letten op wie nieuwsgierig is naar een ander, en wie niet, zegt hij telefonisch vanuit het hoofdkwartier van The New York Times, de krant waarvan hij ruim twintig jaar columnist is. Zijn conclusie: 30 procent van de mensen die hij tegenkomt, is een vragensteller. 70 procent is dat niet.

Over de auteur
Gijs Beukers is mediaredacteur bij de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

In zijn onlangs verschenen boek De kunst van mensen kennen – Hoe je de verbinding aangaat en elkaar echt kunt begrijpen omschrijft Brooks die laatste groep als Verkleiners. ‘Verkleiners geven mensen het gevoel dat ze klein zijn en niet worden gezien’, schrijft hij. ‘Ze zijn zo druk met zichzelf bezig dat ze geen oog hebben voor anderen.’

Tegenover de Verkleiners staan de Verlichters. ‘Verlichters zijn juist onstuitbaar nieuwsgierig naar anderen.’ En: ‘Ze weten waar ze op moeten letten en kunnen op het juiste moment de juiste vragen stellen. Ze richten het warme licht van hun aandacht op mensen en geven hun het gevoel dat ze groter en completer zijn, gerespecteerd en gezien.’

Wie een Verlichter wil worden, leest in zijn boek hoe dat moet. Een dergelijke handleiding is hoognodig, aldus Brooks, want er is volgens hem sprake van een ‘crisis van connectie’. ‘Alle verkeerde percentages gaan omhoog’, zegt hij. ‘Meer Amerikanen hebben een depressie, plegen zelfmoord, zijn eenzaam. Ik ken de Amerikaanse statistieken het best, maar dit speelt echt niet alleen hier.’

Hij somt een aantal oorzaken op. ‘Sociale media maken ons natuurlijk allemaal gek. Door toenemende economische ongelijkheid raken we van elkaar vervreemd. Diversiteit maakt samenlevingen interessanter, maar ook ingewikkelder: het is makkelijker om iemand met dezelfde achtergrond te begrijpen. En ik denk dat we vroeger beter waren in het bijbrengen van normen en waarden. Dat gebeurde onder meer in kerken, synagogen en moskeeën, maar daar gaan minder mensen naartoe.’

De Bildung-traditie, die draait om morele en intellectuele vorming, verspreidde zich vanuit Duitsland naar een groot deel van de westerse wereld, zegt Brooks. ‘Maar toen die halverwege de 20ste eeuw verdween, is er niets voor in de plaats gekomen.’

In dat gat is Brooks gesprongen. Inmiddels heeft hij een stapeltje boeken geschreven over de vraag hoe een goed mens te worden. Eerder publiceerde hij al over dit onderwerp Het sociale dier – De verborgen oorsprong van liefde, karakter en succes (2011), The Road to Character (2015) en De tweede berg – De zoektocht naar een zinvol leven (2020).

Brooks schrijft niet alleen boeken. Hij staat bekend als een van de invloedrijkste en meest gevreesde politiek commentatoren van de Verenigde Staten. Hij geldt als een conservatieve columnist met een weerzin tegen de huidige Republikeinse Partij in het algemeen en Donald Trump in het bijzonder. Dat gevoel is wederzijds. ‘Het lezen van David Brooks van The New York Times is een totale tijdsverspilling’, schreef Trump in 2016. ‘Hij is een clown zonder bewustzijn van de wereld om hem heen – dwaas!’

Toen Brooks in 2020 tijdens de coronacrisis een column schreef met de kop ‘Als we een echte leider hadden gehad’, kreeg hij de krantenpagina waarop die gedrukt was terug met een handgeschreven boodschap van de president. ‘David, je hebt een echte leider, je hebt het alleen niet in de gaten’, schreef Trump, waarna hij een aantal van zijn prestaties opsomde, om te eindigen met: ‘Niemand heeft meer gedaan in drie jaar.’

In de Democratische Partij wordt hij serieuzer genomen. In 2010 schreef New York Magazine dat Brooks elke maandag en donderdag, als hij de deadline voor zijn column zag naderen, een telefoontje kreeg van Rahm Emanuel, destijds stafchef van president Barack Obama, met de vraag: ‘Wordt morgen een goede dag?’

Indertijd had hij regelmatig contact met het Witte Huis. ‘Ik weet nog dat de verbinding werd verbroken tijdens een gesprek met een ambtenaar. Ik wachtte totdat hij me zou terugbellen, maar ik hoorde niks. Na tien minuten was ik er klaar mee en belde ik zijn kantoor. ‘Hij is niet bereikbaar, hij is aan de telefoon’, zei zijn assistent. Waarop ik haar vertelde dat hij met mij aan de telefoon dacht te zijn, alleen had hij niet door dat de verbinding al minutenlang was verbroken omdat hij maar door bleef tetteren.’ Deze man, wil Brooks maar zeggen, is geen vragensteller.

David Brooks (Toronto, 1961) studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Chicago. In zijn laatste jaar schreef hij in de universiteitskrant een satirisch stuk over de rijke conservatief William F. Buckley jr. Naar aanleiding daarvan zei Buckley aan het eind van een lezing in Chicago: ‘David Brooks, als je in de zaal zit, wil ik je graag een baan aanbieden.’ Brooks ging aan de slag als stagiair bij het tijdschrift van Buckley, de katholieke National Review. Later werd hij buitenlandcorrespondent voor The Wall Street Journal vanuit Brussel. Sinds 2003 is hij columnist voor The New York Times. Ook schrijft hij essays voor The Atlantic.

In 2000 verscheen zijn eerste boek: Bobos in Paradise – The New Upper Class and How They Got There. Brooks was praktiserend joods, maar bekeerde zich rond 2014 tot het christendom. Hij woont in Washington D.C., is getrouwd en heeft drie kinderen uit een eerder huwelijk.

Hijzelf was ook lange tijd een Verkleiner. ‘Door mijn gereserveerde en stijve uitstraling durfden vrienden hun emoties niet met me te delen.’ Nu is dat anders. ‘In 2019 interviewde Oprah me voor de tweede keer. Na het gesprek nam ze me apart en zei dat ze zelden iemand zo’n verandering had zien doormaken. Mijn emotionele blokkade was weg, vertelde ze.’

‘Ik denk dat een persoonlijke transformatie twee fasen kent. Eerst moet iets al je zekerheden onderuit kegelen. Tien jaar geleden gebeurde dat bij mij. Ik ging scheiden van mijn vrouw en mijn kinderen vertrokken uit huis om naar de universiteit te gaan. Ik wist niet wat ik met het leven aan moest. Ik werkte hard maar was eenzaam, ik had geen weekendvrienden.

‘Zulke moeilijke momenten kunnen ons breken of openbreken. Als ze ons breken, worden we hard, defensief en bang. Als ze ons openbreken, worden we kwetsbaar en openhartig, in het besef dat alleen dat tot een rijker leven kan leiden. Maar louter kwetsbaar en openhartig worden, is niet genoeg. Je moet ook bedreven raken in het voeren van een goed gesprek, empathische vaardigheden aanleren.’

‘Aan praktische boeken heb ik veel gehad, zoals Crucial Conversations van Kerry Patterson, Joseph Grenny, Al Switzler en Ron McMillan. Je luistert niet van Kate Murphy is ook goed. En ik heb advies gevraagd aan conversatie-experts. Stel specifieke vragen, zeggen zij onder meer. Als iemand iets kleurloos over een functioneringsgesprek vertelt, vraag dan waar dat plaatsvond en hoe de baas erbij zat. Zo zorg je ervoor dat iemand een verhaal vertelt en krijg je een vollere versie van die persoon.

‘Probeer de ander niet de loef af te steken, is een andere tip. Als jij me vertelt dat je een vreselijke vlucht hebt gehad met twee uur vertraging, is mijn eerste neiging om te zeggen dat ik vorige week iets soortgelijks heb meegemaakt. Het lijkt dan misschien alsof ik een band met je probeer op te bouwen, maar eigenlijk eis ik zelf de aandacht op.

‘Experts raden ook aan om aandacht niet te zien als een dimmer, maar als een aan-uitknop. Als je met iemand bent, besteed dan voor de volle honderd procent aandacht aan diegene. Zoals de Franse intellectueel Simone Weil zei: ‘Aandacht is de zeldzaamste en zuiverste vorm van vrijgevigheid.’ Volgens mannelijke filosofen als Immanuel Kant ging moraliteit om wetten en principes. Vrouwen zoals Weil zeiden daarentegen dat moraliteit niet draait om dat soort abstracties, maar gewoon, om hoe je met andere mensen omgaat, hoe je aandacht aan hen besteedt.’

‘Toen de Duitse bezetting van Nederland begon, leek zij, op basis van haar dagboeken althans, ietwat onvolwassen en op zichzelf gericht. Maar tegen de tijd dat ze vrijwillig in Westerbork aan het werk was, was ze moreel getransformeerd: ze richtte zich op anderen, werd medelevend. Als iemand met lichte angst sprak of een beetje voorovergebogen zat, merkte ze dat op en hielp ze diegene, schreef een van haar biografen.

‘Ik zie haar als voorbeeld van hoe je kunt groeien door aandacht te besteden aan anderen. Toen ze erachter kwam dat ze met haar ouders en broer op de transportlijst stond naar Auschwitz, waar ze allemaal zouden overlijden, was ze in eerste instantie helemaal kapot. Een uur later was ze volgens een vriendin alweer opgewekt aan het praten, met een lief woord voor iedereen die ze onderweg tegenkwam.’

‘Mijn vermogen om een Verlichter te zijn, varieert. ’s Ochtends gaat het prima, ’s middags redelijk. ’s Avonds, als ik na een lange dag werken met een glas wijn in een vliegtuig zit, wil ik me vaak afsluiten voor de buitenwereld.

‘Sommige mensen zijn voortdurend vrolijk. Ik heb een vriend, hij is 76, die bij een bezoek aan een café binnen tien minuten de helft van de bezoekers kent. Na een tweede bezoek denkt iedereen dat ze zijn beste vriend zijn. Na een derde bezoek willen ze dat hij hun huwelijk voltrekt. Zoveel sociale energie heb ik niet.’

‘Mijn relaties zijn betekenisvoller geworden. Van vrienden weet ik niet alleen hoe het op hun werk gaat, maar ook welke zorgen ze over de kinderen hebben. Als ze problemen hebben in hun huwelijk, komen ze tegenwoordig naar me toe. Daar ben ik ontzettend blij mee en trots op.

‘Tegelijkertijd moet ik zeggen dat ik ook meer verdriet ervaar. Als je je emoties toelaat, worden de toppen hoger, maar de dalen ook dieper. Er is de bekende uitdrukking: je bent zo gelukkig als je ongelukkigste kind. Mijn zorgen over hen kunnen me nu overweldigen.

‘Een aantal jaar geleden sprak ik in Ohio een vrouw wier man een paar maanden daarvoor eerst hun kinderen had doodgeschoten en daarna zichzelf. Ze vertelde hoe het was om thuis te komen en daar de lichamen te zien. Die pijn komt nu nog harder binnen.’

‘Dat is waar. Toen ik bezig was met een essay over die zelfmoord, wilde ik daarin eerst schrijven dat het telefoontje van Biden me zo veel goed had gedaan: tijdens ons gesprek liet hij alle pretenties varen en was hij extreem empathisch. Ik deed het uiteindelijk niet, omdat het erop zou lijken dat ik aan het namedroppen was in een stuk over de dood van mijn vriend.

‘In de column, die Biden had als onderwerp, besloot ik het toch te doen. Er gaan zo veel geruchten over hoe seniel hij zou zijn, dat ik de lezer wilde vertellen dat hij mentaal helemaal in orde is en een goed mens. Ik spreek dan uit eigen ervaring en ben niet slechts aan het gissen, wat veel mensen doen als het over Joe Biden gaat. Maar ik geef toe dat ik dat deel van het stuk met enige aarzeling schreef, uit angst voor het verwijt dat ik aan het opscheppen was.’

‘Zeker als ik bezig ben met een boektour, verslechtert mijn mailetiquette razendsnel. Ik raak overweldigd door alle berichten. Mijn excuses.

‘Ik hoop dat ik in het boek duidelijk maak dat ik nog niet honderd procent een Verlichter ben. Ik ben werk in uitvoering. Als ik over voorbeeldig gedrag schrijf, verwijs ik naar mensen die ik bewonder, mensen zoals de journalist Dorothy Day, politica Frances Perkins en de schrijvers Zora Neale Hurston en Frederick Buechner. Ik hoop dat ik de houding aanneem van een student die van hen probeert te leren.

‘Tegenover een Nederlandse journalist moet ik ook Rembrandt noemen. In zijn portretten toont hij een manier van kijken waar we van kunnen leren. Zoals Buechner schrijft, zijn niet alle gezichten die hij schildert opmerkelijk, maar door zijn stijl zien ze er wel allemaal opmerkelijk uit. In hun ogen zie je een zekere zachtheid.’

‘Ik denk dan vooral aan De terugkeer van de verloren zoon, dat hangt in de Hermitage in Sint-Petersburg. De vader ziet er zo zwak en vermoeid uit dat je het gevoel krijgt dat het leven hem heeft beschadigd. Tegelijkertijd houdt hij zijn zoon met mededogen vast. Daardoor oogt hij vergevingsgezind en dus sympathiek.

‘Je moet anderen met tederheid bekijken, schrijft ook de auteur Iris Murdoch. In De soevereiniteit van het goede geeft zij het voorbeeld van een vrouw die neerkijkt op haar schoondochter. Op een dag besluit de vrouw, die zich bewust is van haar eigen snobisme, anders over haar te denken. Wat ze ooit als irritant beschouwde, gaat ze nu zien als energiek. En wat ze ooit als onvolwassen beschouwde, gaat ze nu zien als origineel. In hun relatie is verder niets veranderd, ze heeft alleen besloten haar welwillender tegemoet te treden. Murdoch zegt dat we dat allemaal zouden moeten proberen.’

‘In veel opzichten denk ik dat dit de beste tijd is die de mensheid heeft gekend. Minderheden krijgen meer kansen en hoeven hun identiteit minder te verbergen dan vroeger.

‘Maar er is een grote paradox. Hoewel het leven in de westerse wereld nu veel eerlijker is, zijn de mensen die erin leven niet gelukkiger. De successen van de feministische beweging hebben niet geresulteerd in gelukkigere vrouwen. Dat wil niet zeggen dat ik wil dat we teruggaan naar de goeie ouwe tijd waarin witte mannen overal het hoogste woord hebben. Dat wil wel zeggen dat we nog veel werk te verzetten hebben.’

‘Dat klinkt dom, maar het zou kunnen werken. Een probleem in de Verenigde Staten en ik denk ook in Europa is dat het percentage mensen dat trouwt, afneemt. En een van de dingen die het persoonlijke geluk het meest bevorderen, is het hebben van een langdurige relatie.

‘Dus vertel ik mijn vrienden die bij universiteiten werken dat ze ook vakken moeten geven over de psychologie van een huwelijk, over de keuze van een partner. Ze volgen mijn advies nooit op, maar het is geen gek advies. Overal in de maatschappij krijg je te horen dat relaties zo ongeveer het allerbelangrijkst zijn. Tegelijkertijd leren we nooit hoe je een relatie moet aangaan – of onderhouden. Dat is toch vreemd?’

David Brooks: De kunst van mensen kennen – Hoe je de verbinding aangaat en elkaar echt kunt begrijpen. Uit het Engels vertaald door Robert Neugarten. Spectrum; 296 pagina’s; € 23,99.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next