Home

Lefgozer Kjeld Nuis is na kwakkelwinter onzeker over zijn vorm voor de WK afstanden

Een paar dagen voor de WK afstanden zit Kjeld Nuis op de racefiets. Binnen, buiten is het in Calgary veel te koud. Tijdens het trappen, kijkt hij naar zichzelf op een filmpje van iets meer dan een jaar geleden en ziet hoe hij in de Olympic Oval Jordan Stolz in een direct duel op de 1.500 meter verslaat. ‘Dat is niet mijn beste race ooit. Het is gewoon lekker: een jaar geleden had ik hem nog.’

In een uur tijd bekijkt Nuis het filmpje drie keer. Ziet hij drie keer hoe hij extra snel opent, achter Stolz aangaat op de kruising en zo de basis voor zijn wereldbekeroverwinning legt. Zondag is Stolz de topfavoriet voor de wereldtitel op de 1.500 meter. ‘Ik heb die video in mijn favorieten in mijn telefoon staan.’ Ging de fietstraining hem makkelijker af terwijl hij zag hoe hij de Amerikaan versloeg? ‘Nee’, luidt het korte antwoord. Was het maar zo makkelijk.

Er staat in Calgary geen man aan de start met zo’n stapel medailles in huis als Nuis. Hij werd driemaal olympisch kampioen, vier keer wereldkampioen en hij won talloze wereldbekerwedstrijden. Al bijna vijftien jaar behoort hij tot de wereldtop en weet als geen ander hoe hij boven zichzelf uit kan stijgen op de belangrijkste momenten.

Maar zijn plekje bovenaan is wankeler geworden. Zeker sinds de opmars van schaatsfenomeen Jordan Stolz, die vorig jaar in Heerenveen op 18-jarige leeftijd drie wereldtitels veroverde: de 500, 1.000 en 1.500 meter.

Over de auteur

Erik van Lakerveld schrijft sinds 2016 over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.

Aan het begin van dit seizoen was Nuis strijdbaar. Hij constateerde als ‘ouwe vent’ dat Jordan Stolz meer kan dan hij tot dat moment liet zien en was daar kritisch over. ‘Ik vind dat hij de 1.500 meter best laf rijdt’, zei hij bij de NOS. In hetzelfde interview vertelde hij hoe rimpelloos zijn trainingszomer was geweest. Geen pijntjes, geen ziektes. Kortom, de weg lag open voor een topseizoen.

Alles wat in de zomer niet gebeurde, zou hij in de winter in overvloed voor de kiezen krijgen. Griep had hij voor de openingswedstrijd van het seizoen, het wereldbekerkwalificatietoernooi, waar hij hoestend en rochelend toch nog startbewijzen veroverde. Half december meldde hij zich ziek af voor de wereldbeker in Polen.

Het dieptepunt was het wereldbekerweekend in Salt Lake City van drie weken geleden. Opnieuw werd hij door griep geveld, vlak voordat hij op het snelste ijs ter wereld zijn nationaal record van 1.06,18 wilde aanscherpen.

Die wens kon niet bewaarheid worden, maar met het oog op de punten voor het wereldbekerklassement reed hij op halve kracht op de eerste 1.000 meter van dat weekend naar de laatste plaats. Zijn 1.15,16 was zijn slechtste tijd ooit bij een internationale wedstrijd.

Groot was dan ook de verbazing dat hij twee dagen later, bij de tweede 1.000 meter, tot 1.06,81 kwam. Tussen zijn oogharen zag hij het op het scorebord staan en kon het zelf ook nauwelijks begrijpen. Een tijd onder de 1.07? Ergens in zijn uitziekende lijf had hij een onvermoede energiebron aangeboord die hem had voortgedreven. En toen ging het licht uit.

‘Ik was écht moe’, vertelt hij een paar dagen voor de WK. ‘Ik was blij met die tijd en dacht: fuck yeah, ik ben klaar. Hèhè.’ Hij balde nog even zijn vuist sloot toen zijn ogen. Reed op gevoel de bocht door, handen op de knieën.

Plots voelde hij een blokje tegen het ijzer van zijn rechterschaats aantikken. In een reflex stuurde hij nog wat scherper naar links, maar een volgend blokje zette zich vast tussen het ijzer van zijn andere schaats en de ijsvloer. ‘Dan is het gewoon: hop, dan lig je. En toen wist ik even niks meer.’

Het zag er voor de toeschouwers akelig uit. Nuis lag uitgeteld op het ijs en werd met een nekbrace om op een brancard van het ijs gereden. ‘Het was meer uit voorzorg. Ik heb twee dagen met een zachte kraag gelopen, maar dat was meer om mijn nekspieren wat rust te gunnen. Dat was wel nodig, want je kon er gitaar op spelen, zeg maar.’

Van die klachten is niets meer te bespeuren. Lachend draait hij demonstratief zijn hoofd naar links en naar rechts, naar boven en naar beneden. ‘Ik kan helemaal deze kant op kijken, jongens’, zegt hij tegen het groepje verslaggevers dat tegenover hem zit. ‘Het gaat helemaal prima.’

Als het aan Nuis had gelegen was hij de dag na die klap in het vliegtuig naar Quebec gestapt voor de wereldbekerwedstrijden daar. Ondanks alle ziekte tijdens het seizoen had hij nog goede posities in het klassement te verdedigen. Maar dat liet de begeleidingsstaf niet gebeuren. ‘Dat was eigenlijk de tweede klap.’

Nuis mag naar sportmaatstaven op leeftijd zijn, hij kan nog ontzettend hongerig zijn om te racen. Hij is een van de weinige Nederlandse schaatsers die al voor het seizoen liet weten dat hij het liefst alle wereldbekerwedstrijden zou rijden. Natuurlijk, ook hij is het reizen wel eens zat. Maar wedstrijden opofferen voor trainingskampen, dat doet hij liever niet. Hij bloeit op als het ergens om gaat.

De coach, arts en fysiotherapeut wisten hem dit keer te overtuigen. Na zo’n moeizaam seizoen was het na deze tuimeling toch echt beter om even gas terug te nemen en in Salt Lake te blijven met ploegmakker Patrick Roest. Die was daar maar wat blij mee, vertelde hij na het behalen van zijn wereldtitel op de 5 kilometer van donderdag. In het oorspronkelijk plan zou hij alleen achterblijven, nu had hij de kameraadschap van Nuis. Konden ze samen uit eten, koffie drinken en ‘dom lullen’.

Op zich was ook Nuis niet ontevreden met de extra week in Salt Lake City. ‘Ik heb gewoon samen met Patrick lekker rustig wat traininkjes kunnen doen. Het was chill’, zegt Nuis, maar in zijn stem klinkt tegelijkertijd door dat hij zichzelf probeert op te peppen. Want het knaagt dat hij in Quebec zijn benen niet heeft kunnen testen. Het is de onrust die zo’n tegenslag bij elke topsporter veroorzaakt.

Als meest ervaren man in de Reggeborgh-ploeg neemt Nuis zijn jongere ploeggenoten een beetje onder zijn hoede. Ook Jenning de Boo, de revelatie van dit schaatsseizoen, werd net als hij ziek. In Quebec lag De Boo met koorts in bed, maar vanuit Salt Lake City deed Nuis zijn best om hem positief gestemd te houden. Appte dat hij een week voordat hij in 2020 twee wereldrecords reed ook met koorts in bed lag.

Maar wie steekt Nuis een hart onder de riem? ‘Niemand. Weet je wat het is? Het is gewoon kut. Life is a bitch’, zegt hij en leunt met theatraal gespreide armen achterover in zijn stoel. ‘Ja, ik heb me wel eens zekerder gevoeld. En dat is gewoon heel jammer.’

Een beetje tegen beter weten in probeert hij zijn moreel op te krikken. Hij weet hoe zijn geest zijn lichaam tot onverwachte daden dwingen kan. Bij de wereldbeker in Stavanger, in december, was hij daags na zijn zege op de 1.000 meter geradbraakt wakker geworden. ‘Het voelde alsof ik een heel allroundtoernooi gereden had en toen moest ik nog een 1.500 meter rijden.’

Hoewel Stolz de wedstrijd zou winnen, versloeg Nuis wel zijn directe tegenstander Zhongyan Ning, de Chinees die het eindklassement in de wereldbeker pakte. ‘Ik ging er gewoon vol in, maar in het vliegtuig op de terugweg werd ik doodziek. Kennelijk kun je zoiets toch nog vrijmaken, dat je je lijf voor de gek houdt.’ Echt gezond klinkt dat niet, geeft hij toe. ‘Dat is roofbouw.’

Als hij zo praat, klinkt het alsof hij aan een verloren seizoen bezig is, maar wie zijn uitslagen erbij pakt ziet iets anders. Hij werd Nederlands kampioen op de 1.000 meter, Europees kampioen op de 1.500 meter en hij won drie wereldbekerwedstrijden. Het zijn scores waar het gros van zijn collega’s grif voor zouden tekenen.

Maar hij kent het gevoel achter de kille statistieken. Hij weet heel precies dat hij zich maar één weekend echt sterk voelde. Dat was bij de wereldbeker in Beijing, waar hij zowel de 1.000 als de 1.500 meter won. Vooral de 1.000 staat hem bij. ‘Dat was gewoon heel goed. Reed ik iedereen op acht tienden. Dan doe je vertrouwen op.’

Maar Beijing, was half november. En was maar een wereldbeker. Nuis weet dat het allemaal maar inleidende beschietingen zijn, de wereldbekers, een NK en zelfs het EK. Een WK is van andere orde. Hij vreest dat het goud onhaalbaar is, dat hij op een andere kleur medaille moet hopen. Maar meer dan een wens is ook dat niet.

‘Dit is het moment waar iedereen naartoe piekt of toch probeert te pieken. En ik sta hier nu... tsja’, Nuis valt even stil en schudt het hoofd. ‘Geen idee.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next