Het debat over de vastgelopen formatie kondigde woensdag de nieuwe tijden in de Nederlandse politiek aan. Geert Wilders bepaalt de toon, de rest van de Kamer is verdeeld en onzeker.
‘De eerste spreker is de heer Geert Wilders van de fractie van de PVV. Ik geef graag het woord aan hem.’
Zo trapte Martin Bosma woensdag het debat over de crisis in de formatie af en zo zal het voortaan vaker gaan. Bosma als voorzitter, Wilders als leider van verreweg de grootste fractie. Samen hebben ze nu de teugels van de Tweede Kamer in handen.
Misschien gaan bij de twee mannen soms nog wel de gedachten terug naar twintig jaar geleden. Toen zaten ze nog samen weggestopt in een achterafkamertje aan het Binnenhof. Wilders splitste zich in september 2004 af van de VVD, een paar weken later solliciteerde ex-journalist Martin Bosma naar de functie van politiek secretaris. Samen vormden ze de Groep Wilders en samen moesten ze vrezen voor het lot van zoveel afsplitsers voor en na hen: de vergetelheid.
Over de auteur
Frank Hendrickx is politiek verslaggever voor de Volkskrant. In 2022 kreeg hij de journalistieke prijs de Tegel voor zijn onthullingen over de mondkapjesdeal van Sywert van Lienden en co. Hendrickx was eerder correspondent in de VS en Rusland.
Volg alles over de kabinetsformatie hier.
Nu zitten ze op de top van de apenrots en staat Den Haag onder hoogspanning. De formatie is vastgelopen, onbestuurbaarheid dreigt. Het is aan de grootste partij om een koers uit te zetten en de ijzige verhoudingen in de Kamer te repareren. Tenminste, dat was altijd de rol van de grootste partij. Hoe Wilders en Bosma hun taak opvatten, moest deze woensdag blijken.
Afgelopen december kreeg Bosma al de voorzittershamer in handen, maar nu leidt hij zijn eerste debat onder hoogspanning. Het is ook voor het eerst dat zichtbaar wordt hoe de nieuwe tijden in de Nederlandse politiek eruit gaan zien.
Bosma oogt al ontspannen. Hij zal als voorzitter ‘knetterneutraal’ zijn, heeft hij altijd beloofd, ‘een robot’, ‘een facilitair manager zonder mening’.
Maar al bij zijn zege in december liet Bosma zien dat revanchegevoelens hem niet helemaal vreemd zijn. ‘Heel veel PVV’ers hebben de afgelopen twintig jaar een prijs moeten betalen voor het feit dat ze PVV’er zijn’, zei Bosma in zijn overwinningsspeech. ‘Ontslagen, problemen op hun werk, promotie misgelopen, kinderen werden soms niet opgesteld bij sport. Mijn overwinning draag ik aan hen op.’
Als Bosma eenmaal het woord heeft gegeven aan Wilders, kan die zich lang inhouden, maar uiteindelijk kan ook hij een moment van triomf niet onderdrukken. Even moet de Tweede Kamer voelen hoezeer de verhoudingen nu zijn veranderd. De PVV leek voor eeuwig veroordeeld tot de oppositie, maar sinds 22 november is alles anders. Wilders ziet het als een rehabilitatie voor alles wat hij de afgelopen jaren heeft gedaan. ‘U ziet het’, zegt de PVV-leider. ‘De PVV en ook ikzelf geven nooit op. We gaan altijd door. Het feit dat ik hier nu sta als leider van de grootste partij van Nederland laat zien dat opkomen voor vrijheid, opkomen voor je eigen land en opkomen voor je eigen mensen altijd het enige juiste is.’
Het debat mag woensdag formeel draaien om de vastgelopen formatie, daarboven zweeft een meer fundamentele vraag: is Wilders, sinds jaar en dag een van de meest polariserende politici van het land, in staat om nu te verbinden? Kan hij andere fractievoorzitters verleiden om met hem in zee te gaan?
Bij Pieter Omtzigt is dat nog niet gelukt. Ook Wilders kent de worsteling van de NSC-leider. In 2010 raakte Omtzigts oude partij, het CDA, verscheurd door de samenwerking met de PVV. Nu is Omtzigts nieuwe partij, NSC, diep verdeeld.
Een aanzienlijk deel van Omtzigts kiezers ziet een pact met Wilders zitten en het land zit dringend verlegen om een kabinet. NSC heeft de kans om veel van de eigen plannen te realiseren, maar onder de leden en bij de fractie bestaat weerzin. Wat moet NSC, dat is opgericht voor beter bestuur en een sterkere democratische rechtsstaat, met een antidemocratisch georganiseerde partij waar de leider alles voor het zeggen heeft?
Wilders zal de twijfel binnen NSC en bij Omtzigt moeten wegnemen. Heel even lijkt hij dat ook te doen. ‘Ik sta hier vandaag echt niet om zwarte pieten uit te delen’, zegt de PVV-leider. Maar meteen daarna blijkt dat ‘comfort bieden’ een begrip is uit een ander tijdperk. Wilders vervolgt: ‘Maar voor iemand die de instituties van Nederland hoog in het vaandel zegt te hebben staan, is het per appje afhaken, nadat de pers eerst wel is geïnformeerd, een gotspe.’
Wilders hamert de boodschap erin: ‘Wat een enorme teleurstelling dat Omtzigt vorige week dinsdag ineens wegliep.’ ‘Onnodig en jammer voor Nederland dat er iemand is weggelopen.’ En: ‘Ik geef Omtzigt niet de schuld van alles, ik geef hem de schuld van het weglopen. Je lost geen probleem op als je wegloopt.’
Wilders’ voorganger als leider van de grootste partij in de Kamer, Mark Rutte, maakte van comfort biedenzijn handelsmerk. De PVV-leider laat juist merken dat er ook een oncomfortabele manier is om de problemen op te lossen die Omtzigts weigerachtigheid veroorzaken. ‘Met 52 zetels in de peilingen was het voor mij veel makkelijker geweest om te zeggen: oké jongens, verkiezingen. U wilt niet weten hoeveel mails ik krijg van PVV’ers die zeggen: ‘Blaas het op! Verkiezingen! We worden de grootste.’ Toch kiezen wij die route niet, omdat we een verantwoordelijkheidsgevoel hebben.’
Het is de stijl van de nieuwe politieke patron in de Kamer: Wilders gaat niet ‘zwartepieten’, maar bestempelt Omtzigt wel als wegloper. Hij dreigt niet, hij heeft verantwoordelijkheidsgevoel, maar wijst er wel op dat zijn achterban klaar is voor nieuwe verkiezingen.
Wilders gebruikt in het debat zes keer het woord ‘constructief’ om zichzelf of zijn partij te omschrijven. Dat blijkt volgens de PVV-leider wel uit de afspraken die er zijn gemaakt over een gemeenschappelijke basislijn voor de waarborging van de rechtsstaat, burgerrechten en de Grondwet. ‘Ik geloof dat de heer Omtzigt vrij trots is op die verklaring’, zegt Wilders.
Toch maakt het debat van woensdag ook iets duidelijk dat VVD en CDA in 2010 al ervoeren: Wilders zoekt altijd de grenzen op en zijn regeringspartners worden daarin meegetrokken, al is het maar omdat de rest van de Tweede Kamer hun steeds om een oordeel zal vragen.
Dit keer is afgesproken dat de PVV-leider de islam geen totalitaire ideologie meer zal noemen die niet onder de vrijheid van godsdienst valt. Aan die afspraak houdt hij zich woensdag, al kost het enige moeite: ‘Ik weet inmiddels niet meer wat ik moet zeggen – religie, ideologie’, zegt Wilders één keer.
VVD, NSC en BBB moeten wel minutenlang toeluisteren hoe Wilders onder het mom van de ‘vrijheid van religiekritiek’ de islam omschrijft als ‘een verwerpelijke, haatdragende en tot geweld oproepende religie’. Het enige wat er lijkt te zijn veranderd, is dat het woord ideologie is vervangen door religie.
Maar volgens Wilders is zijn kritiek op de islam in lijn gebracht met de Grondwet. ‘Nu zeggen we dat wij de islam en de moslims in Nederland gelijk moeten behandelen als ieder ander.’ En: ‘Nu gaan wij zorgen dat die mensen allemaal moskeeën mogen bezoeken, dat zij korans mogen hebben. Wij vinden dat prima.’
Zo komen NSC’ers en VVD’ers die twijfelen over samenwerking voor dezelfde kloof te staan als CDA’ers in 2010. Voorstanders zullen gerustgesteld worden door Wilders’ toegeeflijkheid, tegenstanders zullen zich afvragen of ze blij moeten zijn dat Wilders iets accepteert dat al vanzelfsprekend was.
Wilders heeft er in de afgesproken basislijn ook mee ingestemd dat de vrije pers een essentieel onderdeel is van de democratische rechtsstaat. Die moet versterkt en beschermd worden. Toch pleit Wilders in het debat ook weer voor afschaffing van de publieke omroep, omdat die volgens hem ‘heel eenzijdig links-liberaal georiënteerd is, heel voorzichtig uitgedrukt’.
Valt afschaffing van de NPO binnen de afspraken om de vrije pers te beschermen en versterken? Schoorvoetend moet Omtzigt het onder druk van de rest van de Kamer voor Wilders opnemen. Het is ‘heel onverstandig’ wat de PVV voorstelt, maar de publieke omroep is geen synoniem voor vrije pers.
Dat is ook het argument van Wilders: journalisten die niet met belastinggeld worden betaald, hebben niks te vrezen. ‘Alle vrije pers is verder prima; be my guest, wat ik ook van ze vind.’
Aanvallen op media zullen onder het mom van ‘perskritiek’ ook in de toekomst mogelijk blijven. Een kleine speldenprik kan Wilders woensdag al niet laten. Zo haalt hij meerdere keren berichtgeving van de Volkskrant aan waarin staat dat PVV en BBB achter de schermen te spreken waren over zijn professionele en zelfs verbindende houding. Wilders omschrijft de Volkskrant meteen als ‘niet mijn grootste vrienden’. Tegen Martin Bosma zegt hij: ‘Het moet niet gekker worden, maar dadelijk ga ik de Volkskrant nog lezen ook, voorzitter.’ Bosma: ‘Veel gekker moet het niet worden, nee.’
Het PVV-duo slaagt er niet in om Omtzigt aan het lachen te maken. ‘Het kan niet zo zijn dat je de pers tuig van de richel vindt als je in de oppositie zit en de Volkskrant geweldig vindt als je op het punt staat om coalitieonderhandelingen te beginnen.’
Wilders reageert niet op de kritiek. Nadat hij zelf aan het woord is geweest, blijft hij urenlang in de bankjes zitten. De kleinere partijen mogen met elkaar in de clinch, de leider van de grootste fractie kijkt toe.
Dat doet hij ook als de door hem geselecteerde informateur, Ronald Plasterk, de tijd neemt om ‘een aardig detail’ te onthullen over Omtzigt. De NSC-leider zou met Plasterks dienstauto naar een hotel zijn gereden om daar journalisten te informeren dat hij de onderhandelingen zou staken. De informateur, die zijn auto als ‘royaal gebaar’ ter beschikking had gesteld, kreeg dat later pas per appje te horen.
Het is een aanval op Omtzigts integriteit en fatsoen. Voor Wilders is het een uitgelezen moment om zijn potentiële onderhandelingspartner in bescherming te nemen – wat doet het door Omtzigt gebruikte transportmiddel ertoe? – en zo goodwill op te bouwen voor komende onderhandelingen. Maar de PVV-leider blijft zitten.
Dat verandert pas als Plasterk ook een sneer uitdeelt aan de PvdA. ‘Ik ben lid van de PvdA’, zegt de informateur schalks. ‘Ik wou zeggen: voor zover die nog bestaat. Maar dat laat ik even in het midden.’
Wilders snelt naar de microfoon. ‘Kunt u daar wat meer over uitweiden?’, zegt hij lachend.
Het is het begin van een steeds venijnigere woordenwisseling tussen Plasterk en GroenLinks-PvdA-leider Frans Timmermans.
Plasterk zegt dat hij al 46 jaar contributie betaalt aan de PvdA en volgens Timmermans wordt daarmee de door Plasterk zo verfoeide samenwerking met GroenLinks gefinancierd. Volgens Plasterk lezen PvdA’ers zijn column in De Telegraaf niet, omdat die krant wordt gelezen door arbeiders en daar heeft de PvdA ‘niks meer mee te maken’. Volgens Timmermans heeft Plasterk in zijn leven arbeiders ‘alleen van grote afstand bewonderd’.
Hoewel de woordenwisseling niets met de formatie van doen heeft, grijpt Kamervoorzitter Bosma niet in. ‘Ik moet eerlijk zeggen, dit kan me niet lang genoeg duren.’
Zo is het PVV-tijdperk in de Tweede Kamer begonnen. De in de peilingen weggezakte NSC en VVD zijn gespleten over een mogelijke samenwerking met Wilders en de partijleiders Omtzigt en Dilan Yesilgöz worstelen opzichtig met de te volgen koers. De grootste partij op links, GroenLinks-PvdA, kan niets anders doen dan afwachten en moet ook nog eens toekijken hoe twee ex-PvdA-ministers elkaar in de haren vliegen, lachend aangemoedigd door Wilders. De PVV-leider bepaalt de toon. Iedereen is bang voor nieuwe verkiezingen, behalve hij. Die boodschap is nog eens duidelijk afgegeven in dit eerste grote debat in het PVV-tijdperk.
Wilders zal het eens zijn met zijn oude metgezel Bosma: dit kan niet lang genoeg duren.
Source: Volkskrant