Home

NRC-onderzoek: ruim één op de drie gebouwen in Gaza is beschadigd of verwoest

Het was een „horrornacht”, zo vertelde Akram al-Satri (47) aan The New York Times. Begin deze week, in de nacht van zondag op maandag, lanceerde de Israëlische luchtmacht een golf van bombardementen op Rafah, de zuidelijk gelegen stad aan de grens tussen Gaza en Egypte. Volgens het door Hamas bestuurde ministerie van Volksgezondheid kwamen bij de aanvallen ten minste 67 Palestijnen om het leven.

Rafah is het nieuwste strijdtoneel in de bloedige strijd in Gaza. Op 7 oktober braken honderden Hamas-strijders door de zwaarbeveiligde omheining rond de Gazastrook en doodden zo’n 1.200 Israëliërs – de meesten burgers. Tweehonderd gijzelaars werden afgevoerd naar Gaza. Twee van hen werden bij de aanval van eerder deze week bevrijd.

Het Israëlische antwoord was niet mis te verstaan: Hamas zal overal vernietigd worden, zei premier Netanyahu die zevende oktober zelf. „Plekken waar Hamas zich verschuilt, zullen we veranderen in steden van puin. Dat beloof ik.”

Het waren geen loze dreigementen. Op 14 december, zo blijkt uit een analyse van de Amerikaanse inlichtingendiensten, had de Israëlische luchtmacht zo’n 29.000 bommen afgeworpen boven de Gazastrook. Bijna de helft daarvan waren volgens de diensten ongeleide, zogeheten ‘domme’ bommen, die minder nauwkeurig zijn.

Wat deze bommen hebben aangericht, is te reconstrueren door geautomatiseerde analyse van satellietbeelden. Daarbij heeft NRC radaropnames die zijn gemaakt op verschillende dagen met elkaar vergeleken. Ook wetenschappers en inlichtingendiensten gebruiken deze methode, bijvoorbeeld voor het monitoren van aardbevingsschade of de uitwerking van de oorlog in Oekraïne.

Uit de analyse blijkt dat sinds het begin van de oorlog, op 7 oktober, 72.000 van de 204.000 geanalyseerde gebouwen verwoest of (zwaar) beschadigd zijn. Zo’n 35 procent. Het werkelijke aantal beschadigde gebouwen is waarschijnlijk hoger, omdat niet alle gebouwen aan de strenge normen voor analyse voldoen.

De NRC-analyse komt overeen met ander onderzoek op basis van satellietbeelden. Zo stelde het United Nations Satellite Center op 7 februari vast dat er 69.146 gebouwen waren beschadigd.

In sommige gebieden is veel meer dan een derde van de gebouwen beschadigd. Van de 36.500 gebouwen in Gaza-Stad die konden worden betrokken in de analyse, zijn zo’n 24.000 (zwaar) beschadigd – ongeveer 65 procent. In de op één na grootste stad, Khan Younis, gaat het om 13.000 van de 21.000 geanalyseerde gebouwen – ruim 60 procent. In Beit Hanoun, een van de plekken waar het Israëlische leger Gaza is binnengetrokken, is bijna 95 procent van de geanalyseerde bebouwing beschadigd.

Zo analyseerde NRC de satellietbeelden boven Gaza.

In de ruimte, op een hoogte van 693 kilometer, cirkelt de Sentinel-1 over de polen om de aarde.

De Sentinel-1 zendt vanuit een schuine hoek radargolven naar de grond en meet vervolgens hoeveel golven de grond terugkaatst.

Dat levert een zwart-wit-beeld op. Plekken op de grond die veel golven terugkaatsen zijn lichter, plekken die weinig weerkaatsen zijn donkerder.

Een glad oppervlak, zoals water zonder golven, kaatst radargolven weg van de satelliet.

Een radargolf die de muur van een gebouw raakt, kaatst over het algemeen juist via de grond terug naar de satelliet.

Hierdoor zien gebouwen en bruggen er licht uit op een radarbeeld. Gaza-Stad is daardoor goed zichtbaar.

Ruwe oppervlakken, als de golvende zee en landbouwgebieden, veroorzaken ruis in het beeld.

Door radarbeelden van Gaza van verschillende momenten te vergelijken met de situatie vóór het uitbreken van het conflict, worden veranderingen op de grond zichtbaar

Voor het vaststellen van grote veranderingen in Gaza, is gekeken naar huizen in dichtbebouwde gebieden. Zo ontstaat een indruk van de schade sinds 7 oktober.

In heel Gaza is tot en met 9 februari een derde van de onderzochte gebouwen, zo’n 72.000 gebouwen, beschadigd.

Om de radaranalyse betrouwbaarder te maken, doet NRC alleen uitspraken over dichtbebouwde gebieden. Het radarbeeld bevat daar weinig ruis. Dat maakt de berekeningen degelijker.

De satellietbeelden zeggen niets over de oorzaak van de veranderingen in het gebied. Daarom keek NRC ook naar Tel Aviv. Volgens de gehanteerde normen is in de Israëlische stad in dezelfde periode 2,5 procent van de gebouwen beschadigd.

Het conflict begon in het noorden van Gaza en is inmiddels beland bij de zuidelijke stad Rafah.

Gaza-Stad is zwaar getroffen. Op 9 februari is daar zo’n 65 procent van de bebouwing beschadigd.

NRC heeft de schade van gebouwen in de Gazastrook geanalyseerd aan de hand van satellietbeelden. De beelden zijn afkomstig van het Alaska Satellite Facility (ASF), een Amerikaans onderzoeksinstituut. 

Kleine én grote veranderingen in bebouwing zijn met deze techniek goed vast te stellen, zegt hoogleraar geo-informatica voor rampenrisicobeheer Norman Kerle van de Universiteit Twente.

NRC heeft de schade van gebouwen in de Gazastrook geanalyseerd aan de hand van satellietbeelden. De beelden zijn afkomstig van het Alaska Satellite Facility (ASF), een Amerikaans onderzoeksinstituut. 

Kleine én grote veranderingen in bebouwing zijn met deze techniek goed vast te stellen, zegt hoogleraar geo-informatica voor rampenrisicobeheer Norman Kerle van de Universiteit Twente.

„Om te kijken hoeveel gebouwen in een bepaald gebied verwoest zijn, kun je radarbeelden van twee verschillende dagen met elkaar vergelijken: een voor en een na de aanval. Als de muur van een gebouw scheef staat bijvoorbeeld, wordt de radargolf op een andere manier teruggekaatst naar de satelliet dan toen de muur nog recht stond.” 

De radarbeelden kennen enkele belangrijke voordelen ten opzichte van reguliere satellietfoto’s voor rampenmonitoring, zegt hoogleraar Kerle. „Optische satellieten maken beelden die eruitzien als een foto die je met je gewone camera maakt, maar dan van boven. Als de resolutie hoog genoeg is, kun je daarop allerlei details zien zoals gaten in muren, maar om een wiskundig robuust overzicht te maken van de hoeveelheid verwoeste gebouwen, zorgen zulke details juist voor ruis.”

Nog een voordeel van radarsatellieten is dat ze – in tegenstelling tot optische satellieten – dwars door wolken ‘kijken’ en ook niet afhankelijk zijn van de hoeveelheid daglicht. 

NRC kon schattingen maken over het aantal aangetaste gebouwen door de radarbeelden te koppelen aan kaarten met de bebouwing in Gaza die Microsoft beschikbaar stelt

Israël zegt het aantal burgerslachtoffers te willen beperken en riep Palestijnen herhaaldelijk op te vertrekken uit gebieden die zouden worden gebombardeerd. Aanvallen op civiele infrastructuur acht het leger evenwel onvermijdelijk, omdat Hamas-strijders zich in dichtbevolkte gebieden schuilhouden. „Hamas dacht dat ze de bevolking van Gaza als menselijk schild konden gebruiken”, zei een woordvoerder van de Israel Defence Forces op 10 oktober. „De Israëlische luchtmacht zal doorgaan met het bombarderen van elke buurt waarover we maar een snipper aan inlichtingen over terroristische activiteit hebben.”

Volgens militaire bronnen van het Israëlische webzine +972 Magazine heeft de IDF gedetailleerde informatie over het aantal burgers dat op elk adres in Gaza woont. Zo kan het leger dus goed inschatten hoeveel burgers bij een bombardement zullen omkomen. Die informatie staat aanvallen niet in de weg.

Bij een luchtaanval op het grote vluchtelingenkamp Jabalia, op 31 oktober, kwamen volgens onderzoekers van de ngo Airwars zeker 126 burgers om. Doelwit van de aanval was Hamas-kopstuk Ibrahim Biari, die een belangrijke rol zou hebben gespeeld in de aanvallen van 7 oktober. Biari liet volgens een woordvoerder van het Israëlisch leger het leven bij de aanval, samen met een „groot aantal” Hamas-strijders. Gevraagd naar de ravage en het hoge aantal burgerslachtoffers zei de Israëlische luitenant-kolonel Richard Hecht op CNN: „Dit is een oorlogstragedie. We doen alles om het aantal burgerslachtoffers te beperken. Helaas verschuilen ze [de Hamas-strijders, red.] zich onder burgers.”

De niet-aflatende bombardementen zijn Israël internationaal op een storm van kritiek komen te staan. De VN-rapporteur voor het recht op huisvesting sprak in november van ‘domicide’ in Gaza: het systematisch vernietigen van huizen en andere civiele infrastructuur.

Intussen is de nood onder de Gazanen zo hoog dat het Internationaal Gerechtshof in Den Haag rekening houdt met de mogelijkheid dat er genocide wordt gepleegd op de Palestijnse bevolking. Eind januari bepaalde dat hof in een zaak aangespannen door Zuid-Afrika dat er aanwijzingen zijn voor genocide. ’s Werelds hoogste rechtbank gebood Israël om maatregelen te nemen om het aantal burgerslachtoffers te beperken.

Dat Israël het humanitair oorlogsrecht schendt, achtte ook een Nederlandse rechtbank een „duidelijk risico”. Afgelopen maandag beval het hof in Den Haag, in een zaak aangespannen door onder meer Oxfam Novib, dat Nederland de levering van reserveonderdelen van het F-35-gevechtsvliegtuig aan Israël daarom moet staken. Het hof wijst in zijn uitspraak op de aanvallen op ziekenhuizen en op de tienduizenden onbewoonbare huizen.

Volgens de Nederlandse militaire attaché in Tel Aviv gebruikt het Israëlische leger „onevenredig geweld”. In een analyse, in november verstuurd naar het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag, schrijft de attaché dat de Israëlische strijdkrachten „elementen” van de ‘Dahiya-doctrine’ toepassen. Deze strategie, voor het eerst ingezet bij de oorlog in Libanon in 2006, heeft „de intentie bewust enorme vernietiging aan de infrastructuur en civiele centra” aan te richten. Het doelbewust vernietigen van burgerdoelen is in strijd met het oorlogsrecht, zo benadrukt het memo.

Volgens cijfers van het Palestijnse ministerie van Volksgezondheid zijn er ruim 28.000 Palestijnen om het leven gekomen, onder wie ruim 8.000 vrouwen en ruim 12.000 kinderen. Het aantal gedode Hamas-strijders is niet bekend.

Rafah is nu het laatste toevluchtsoord voor de circa 1,3 miljoen Palestijnen die van het noorden naar het zuiden van Gaza zijn getrokken. Uit de analyse van NRC blijkt dat Rafah tot nu toe relatief ongeschonden is. Maar Israël bereidt een grondoffensief voor op de stad, meldde een legerwoordvoerder woensdag aan CNN. Het alternatief, zei hij, is „een capitulatie voor Hamas. Dat is, vanuit Israëls perspectief, geen optie.”

Op 31 oktober valt een bom op het vluchtelingenkamp Jabalia, in Gaza. De impact is vanuit de ruimte te meten.

Op 31 oktober, rond 14.30 uur lokale tijd, valt een zware bom op het permanente vluchtelingkamp Jabalia, in het noorden van Gaza.

Inwoners beschrijven na de inslag apocalyptische scènes. „Kinderen droegen andere gewonde kinderen en renden weg, grijze stofwolken vulden de lucht. Lichamen hingen tussen het puin, velen onherkenbaar. Anderen bloedden, weer anderen waren verbrand”, zei ooggetuige Mohammad Al Aswad tegen CNN. Volgens het door Hamas bestuurde Gazaanse ministerie van Volksgezondheid komen zeker tweehonderd mensen om het leven bij de aanslag.

Jabalia ligt in het noorden van de Gazastrook, iets boven Gaza-Stad. Het kamp was ooit bedoeld als tijdelijk toevluchtsoord voor vluchtelingen die na de stichting van de staat Israël in 1948 ontheemd raakten.

In de jaren daarna groeide Jabalia Camp uit van een geïmproviseerd tentenkamp tot sloppenwijk. Het is een van de dichtstbevolkte gebieden van de Gazastrook. Volgens VN-hulporganisatie UNRWA huisvestte het kamp – anderhalve vierkante kilometer, de grootte van een flink industrieterrein – begin 2023 zo’n 115.000 vluchtelingen. Voor voedsel zijn de inwoners veelal afhankelijk van hulporganisaties.

De wijk wordt in de begindagen van het conflict meermaals gebombardeerd, constateert Airwars, een maatschappelijke organisatie die luchtaanvallen in kaart brengt. Volgens het Israëlische leger houden zich er terroristen schuil.

Onder het vluchtelingenkamp lopen volgens Israël tunnels van Hamas, met daarin een commandocentrum. Daar zou bovendien Hamas-kopstuk Ibrahim Biari zich schuilhouden. Israël houdt hem medeverantwoordelijk voor het orkestreren van de terreuraanvallen op 7 oktober.

Op 31 oktober valt de Israëlische luchtmacht opnieuw Jabalia aan. Hier is een satellietfoto te zien van een paar weken vóór de aanval.

Militaire analisten denken dat de Israëlische luchtmacht een bom van 2.000 pond (900 kilogram) op het gebied wierp.

Deze gebouwen zijn volgens de satellietanalyse (zwaar) getroffen. De krater heeft een diameter van ongeveer 12 meter.

De berekende schade aan de getroffen gebouwen correspondeert met satellietbeelden van hetzelfde gebied, gemaakt een dag na het bombardement.

De explosieve kracht van het bombardement deed volgens ooggetuigen denken aan een aardbeving. Volgens het Gazaanse ministerie van Volksgezondheid is het hele district „vernietigd”.    

Biairi kwam samen met „een groot aantal” andere Hamas-strijders om het leven, zegt Israël.

De krater en de vernietigde gebouwen werden volgens legerwoordvoerder Daniel Hagari ook veroorzaakt door het instorten van tunnels van Hamas, onder het vluchtelingenkamp.

„We hebben te maken met terroristen die hun terreurinfrastructuur onder het vluchtelingenkamp bouwen. Ze wíllen zulke beelden van vernietiging.”  

Tekst: Steven Derix en Rik Wassens
Coördinatie: Winny de Jong
Fotoredactie: Lian Hof en Pauke van den Heuvel
Visualisaties: Roos Liefting en Emmelien Stavast
Eindredactie: Maartje Somers, Ingmar Vriesema en Ward op den Brouw
Met medewerking van: Laura Bergshoef, Koen Smeets en Sanne van Griensven

Source: NRC

Previous

Next