Een vriendin drukte me een boek in handen. ‘Hier, dit moet je lezen’, zei ze. Ik kende de schrijfster niet (Ansje Michorius, 1946) maar de titel sprak me aan: Het meisje van Goldfinger (2023). Bovendien stond er rechtsboven op het omslag een ‘blurb’ (aanprijzing) van Nicolien Mizee: ‘een verrukkelijk boek’.
Ik heb vertrouwen in Mizees oordeel, dus sloeg ik Het meisje van Goldfinger open. Memoires bleken het, van een meisje dat opgroeit in een onconventionele familie in een Amsterdamse volksbuurt, op haar 14de van school gaat, zich in het kolkende grotestadsleven van de woeste jaren zestig stort, ongewenst zwanger wordt, de kost verdient als korsettenverkoopster, animeermeisje en stripteaseuse, en in dier voege uiteraard te maken krijgt met talloze intimiteiten, gewenst én ongewenst.
‘De mannen die ik het geld uit de zak troggelde wisten dat er geconsumeerd moest worden als zij met mij aan een tafeltje wilden zitten, en ik maakte er geen geheim van dat ik aan de te bestellen flessen appelcider die voor champagne moesten doorgaan een percentage van de opbrengst overhield. Verder had ik met die kerels een heleboel lol en zij met mij.’
Over de auteur
Schrijfster Sylvia Witteman bespreekt elk weekeinde een boek dat haar is opgevallen.
Dat klinkt gezellig en huiselijk, net als de striptease die Michorius beschrijft: in een gouden gewaad danst ze op de klanken van Shirley Bassey’s Goldfinger, waarbij ze zich letterlijk in allerlei bochten wringt om haar na de zwangerschap slap gebleven buik niet te laten zien: ‘Alle zeilen moesten worden bijgezet om die weke pudding te verbergen. De hele show was erop gericht de aandacht op mijn borsten te vestigen (…) zodra ik achter de klapdeuren verdwenen was liet ik mijn buik met een zucht van verlichting weer blubberen. (…) een echte schoonheid ben ik nooit geweest, maar ‘het meisje van Goldfinger’ was enige tijd wel degelijk een begrip op het Thorbeckeplein.’
Ook leuk is Michorius’ vriendschap met de dan nog piepjonge Gerrit Komrij. ‘Gerrit droeg meestal zijn zwarte capeje en hield zijn sigarettenpijpje vast met de flair van een ware diva. Zijn omhooggehouden pink gaf aan de goedkope sjekkies klasse.’ En hij heeft de grootste particuliere Goethe-verzameling van het land: ‘Ik had geen idee wie Goethe was. Ik interesseerde me meer voor die hikkende slungel met zijn sierlijke handen. ‘In het dorp waar ik woonde voelde ik me een soort kermisattractie uit het rariteitenkabinet’, vertrouwde hij me toe. ‘Ik dacht altijd dat ik de enige was in mijn soort. Tot ik las over een verborgen wereld in Amsterdam.’ De vriendschap verdiept zich: Michorius volgt Komrij tot in Griekenland en later zullen ze zelfs een tijd (platonisch) samenwonen.
Intussen ontmoet Michorius een ‘grote viking’ met ‘een wollen schipperstrui en een spijkerbroek die strak om zijn goedgevulde kruis zat’ . ‘Zijn warme lijf voelde meteen vertrouwd. Een week later vroeg hij me ten huwelijk. Ik zei ja en vleide mijn hoofd tegen zijn borst.’ Je voelt de bui al hangen, en ja hoor, een paar bladzijden verderop: ‘de trap van zijn laars zag ik nog aankomen, daarna werd alles zwart.’
Ze krabbelt weer op, natuurlijk, want Ansje is een sterke vrouw. Net als haar moeder, grootmoeder en zusje trouwens, die ook allemaal uitgebreid aan bod komen, evenals de rest van de familie, vrijwel zonder uitzondering merkwaardige, boeiende en/of tragische types. Het zijn er wel veel: het gaat je weleens duizelen van alle Bennies, Antjes, Jopies en Sieny’s, en omdat Michorius de verhalen min of meer lukraak door elkaar heen vertelt, maakt het geheel soms een wat rommelige indruk.
Het meisje van Goldfinger is desondanks een pakkende, droog-geestige verzameling verhalen uit wat men gerust een ‘veelbewogen leven’ kan noemen. En voor Komrij-liefhebbers is het boek beslist een vondst.
Source: Volkskrant