De Braziliaanse oud-president Bolsonaro zinspeelde niet alleen geregeld op een staatsgreep, volgens de Braziliaanse justitie smeedde hij daadwerkelijk plannen om de democratie omver te werpen.
Toen Jair Messias Bolsonaro eind 2022 na vier jaar het presidentieel paleis verliet, liet hij Brazilië hangend in de touwen achter. Sinds de militaire dictatuur (1964-1985) had geen president zo ingebeukt op de democratische grondvesten van het Zuid-Amerikaanse land.
Over de auteur
Joost de Vries is correspondent Latijns-Amerika voor de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad. De Vries werkte eerder op de economische en politieke redactie.
Zijn vertrek was het startschot voor omvangrijk justitieel onderzoek. Had de extreem-rechtse president al improviserend en provocerend de grenzen opgezocht, of telden de incidenten op tot een crimineel plan? Nu ligt er een antwoord: er zat wel degelijk systematiek achter Bolsonaro’s ogenschijnlijke bokkesprongen, zo stelt Alexandre de Moraes, prominent lid van het Hooggerechtshof en voorzitter van het Electoraal Hof.
Moraes telde meerdere politieonderzoeken bij elkaar op (gebaseerd op chatgesprekken, documenten, in beslag genomen computers en telefoons, en video-opnames) en komt tot een keiharde verdenking: voor, tijdens en na de verkiezingen in 2022– die werden gewonnen door de linkse Lula da Silva – smeedde Bolsonaro met zijn handlangers plannen voor een staatsgreep.
Dit zijn de puzzelstukjes die samen dat beeld vormen.
Door stelselmatig desinformatie te verspreiden, creëerden Bolsonaro en zijn getrouwen volgens justitie een sfeer waarin een staatsgreep zou kunnen plaatsvinden. Ze richtten daarbij hun pijlen op de stemcomputers waarmee Brazilië sinds de jaren negentig stemt. Die waren fraudegevoelig, klonk het keer op keer uit het presidentieel paleis.
Hoewel de coupplannen eind 2022 concrete vorm aannamen, had die leugen een lange aanloop. Al op 29 juli 2021 sprak Bolsonaro in een live-uitzending op Facebook er schande van dat de stemcomputers geen papieren uitdraai gaven. ‘Wie is er bang voor een geprinte stem?’
Toen al viel hij uit tegen zijn favoriete vijand: Alexandre de Moraes, de voorzitter van het Electoraal Hof. ‘De voorzitter wil geen verkiezingen. Hij wil ons een man (Lula, red.) opdringen.’
Op een besloten ministersvergadering op 5 juli 2022 concludeerden de aanwezigen dat het tijd werd voor actie. Het zag er op dat moment somber uit voor Bolsonaro. Lula lag voor in de peilingen en de verkiezingen waren al over drie maanden. Een video-opname van deze bijeenkomst werd later gevonden op een in beslag genomen computer van Bolsonaro-trawant Mauro Cid, een hooggeplaatste militair.
Bolsonaro droeg in die vergadering zijn ministers op om zijn leugens over de stemcomputers te herhalen. ‘Vanaf nu wil ik dat iedere minister zegt wat ik zeg’, dreigde hij. Minister van Justitie Anderson Torres waarschuwde dat het voor de aanwezigen slecht zou uitpakken als oud-president Lula da Silva zou winnen: ‘Heren, we zullen allemaal worden genaaid.’
Minister van Defensie Sergio Nogueira beloofde dat het leger erop zou toezien dat de ‘verkiezingen het door ons gedroomde resultaat zullen hebben’. De president bulderde: ‘Mensen, we mogen niet door fraude de democratie verliezen!’
Bolsonaro’s veiligheidschef Augusto Heleno, net als Cid en Nogueira een hoge militair, sloot af met omineuze woorden: ‘Er komt een punt waarop praten niet meer genoeg is. We zullen moeten optreden tegen bepaalde instituten en personen. Dat is overduidelijk.’
Nadat Bolsonaro op 30 oktober nipt de verkiezingen verloor, bleef er één optie over: het complot ten uitvoer brengen. In november kreeg hij van een adviseur een document met een uitgeschreven voorstel. In twee A4’tjes werd hem de oplossing aangereikt: de noodtoestand uitroepen, het leger de straat opsturen, rechters laten arresteren en nieuwe verkiezingen uitschrijven.
Dat het menens was bleek ook uit een ‘parallelle inlichtingenoperatie’ – waarbij ook Bolsonaro’s zoon Carlos betrokken zou zijn geweest – waarmee de samenzweerders politieke vijanden in de gaten hielden. Zo schaduwden ze onder anderen rechter Moraes. Half december wisten ze precies waar hij was. Zouden Bolsonaro en het leger tot de coup overgaan, dan kon Moraes makkelijk worden opgepakt.
De samenzweerders waren deels in hun opzet geslaagd: ze hadden talloze Brazilianen ervan overtuigd dat de verkiezingen doorgestoken kaart waren. Bolsonaro’s meest geharnaste volgers zetten hun tenten op rond legerkazernes en riepen op tot een ‘militaire interventie’. Ze waren heilig gaan geloven in de complottheorieën van hun president.
En de leugens bleven komen. Via Telegram-groepen voedden Bolsonaro’s handlangers de kampementen met nog meer onwaarheden. De drie hoogste militairen hielpen een handje door gezamenlijk een brief te ondertekenen waarin ze het Electoraal Hof opriepen ‘onmiddellijk gehoor te geven aan de legitieme eisen van het volk’.
Bolsonaro droop op 30 december af. Twee dagen voor de machtsoverdracht vloog hij naar Florida waar hij drie maanden zou blijven. Het plan bleef slechts een plan. Volgens Braziliaanse analisten werd in de hoogste regionen van het leger wel een coup overwogen, maar werd het idee uiteindelijk als te riskant naar de prullenbak verwezen.
De oud-president liet tienduizenden volgers beduusd achter bij de legerkazernes. Op 8 januari bestormden woeste Bolsonaristen alsnog het parlement, het Hooggerechtshof en het presidentieel paleis. Daags daarna vond de politie in het huis van oud-Justitieminister Anderson Torres het document met daarin de aanzet tot een coup.
Vanaf daar volgde de Federale Politie, in opdracht van rechter Moraes, het spoor terug in de tijd. Op 8 februari maakte Moraes het complot openbaar en liet hij vier (militaire) adviseurs van Bolsonaro arresteren en tientallen huizen doorzoeken. De oud-president geldt als hoofdverdachte van een samenzwering tegen de rechtsstaat, hij mag niet opnieuw het vliegtuig pakken naar het buitenland. Bolsonaro moest zijn paspoort inleveren bij de Federale Politie.
Source: Volkskrant