Wie een broer of zus heeft, weet dat die dichtstbijzijnde bloedverwant de eerste is die je bij het opperwezen zal verklikken. Mijn zus vorige week: „Mama! Carolina schreef een column en nu is de minister van Justitie boos,” – onze familie bestaat overwegend uit atheïsten, dan wordt het opperwezen automatisch de moeder.
„De qué?” vroeg mijn madre. In de jaren zeventig vluchtte ze voor de Uruguayaanse dictatuur naar Nederland, mijn vader bleef achter in de gevangenis. Tegenwoordig leven zij allebei in vrijheid in democratisch Uruguay en wonen de verklikker en ik in Nederland.
„De minister van Justitie en Veiligheid,” zei mijn zus. In het groepsgesprek plakte ze het onderzoek dat NRC laatst publiceerde. Daaruit bleek dat de minister bepaalde mensen sneller liet opsluiten dan andere. Niet in een gevangenis, maar in een door hekken omgeven procesbeschikbaarheidslocatie. De politietop vond de aanpak te gortig om uit te voeren. Officieren van Justitie die klaagden over politieke inmenging, kregen te horen dat dit was wat de minister wilde. Van mijn moeder mag ik geen woord meer over Yesilgöz tikken.
Dan maar Wilders. In het debat over het floppen van zijn eerste formatiepoging toonde hij zich een voorbeeldige leerling Trumpiaans liegen: keihard beweren dat hij A deed, terwijl miljoenen ogen hem het tegenovergestelde van A zagen doen en zo’n leugen steeds afmaken met een toefje „iedereen zal dat bevestigen dat ik A deed…denk ik.”
Geert zei er alles aan te doen om de formatie te laten lukken, terwijl we hem achter zijn toetsenbord het zuur en de katholieke gluiperds de wereld in zagen slingeren. Voor de camera’s kwam het schijnheilige toefje: „Iedereen kan u verzekeren, dat ik verbindend ben geweest… denk ik.” Hij zegt dat hij Omtzigt erbij wil hebben, doet niet anders dan hem wegpesten en draait ons een toef in het gezicht. Zijn houding aan tafel was louter constructief. Iedereen kan dat bevestigen…denkt hij.
Wilders zegt dat hij niet uit is op nieuwe verkiezingen. Vertaald uit het Trumpiaans betekent dit dat hij uit is op nieuwe verkiezingen. Volgens peilingen wordt de PVV alleen maar groter. Het kan Wilders’ kiezers niet schelen dat zijn daden het tegenovergestelde zijn van zijn woorden. Ze geloven in hem. In tegenstelling tot wetenschap, doen in geloof de feiten er niet toe. Daarom heet het geloof, het maakt niet uit hoe onwrikbaar de bewijzen voor het tegendeel zijn, gelovigen blijven geloven.
Wilders kan niet regeren, hij kan alleen vluchtelingen en de islam haten. Hij heeft een broer die hem er geregeld bij lapt, maar er is geen opperwezen dat Geert tot de orde roept. In zijn schepping is Geert het opperwezen. Stem voor stem wordt hij wat hij het meeste haat, de profeet en grondlegger van een onverdraagzaam nationaal geloof: de Geertslam.
Source: NRC