Als het gaat om autogebruik, dan is er het dromen van maakbaarheid, het spel met afsluitingen, de knip in de Amsterdamse Weesperstraat, de virtuele bruggenblokkade in Sneek, de veronderstelling dat de fiets of het openbaar vervoer altijd een optie is.
Je kunt zelfs fantaseren dat mensen zich tegenwoordig helemaal niet meer hoeven te verplaatsen, zoals Wouter Veldhuis, ‘rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving’, onlangs deed in een interview met NRC.
De Lelylijn, de snelle spoorlijn die de Randstad met Noord-Nederland moet verbinden? Denk daar nog eens goed over na met het oog op ‘de rust, het landschap, de mienskip’, betoogde hij. Laat noorderlingen domweg gelukkig zijn op hun Friese terp.
Over de auteur
Ana van Es schrijft twee keer per week een column voor de Volkskrant, waarvoor ze Nederland doorkruist. Eerder was ze onder meer correspondent in het Midden-Oosten. Van Es won de journalistieke prijs De Tegel met haar reportages uit Jemen.
Naast deze romantische vergezichten die veronderstellen dat dichtbevolkt Nederland zich in de 21ste eeuw een slecht bereikbaar Arcadië kan veroorloven, is er de realiteit, die deze week fijntjes werd uiteengerafeld in een rapport van TNO.
Arme mensen zijn afhankelijk van de auto en gaan tot het uiterste om die te betalen, ook als ze zich dat nauwelijks kunnen veroorloven. Een elektrische auto is voor kwetsbare huishoudens niet bereikbaar. Accijnsverlaging is een politiek lapmiddel waar vooral mensen ‘met een hoger inkomen’ van profiteren.
Reizen met de trein is ‘duur’ en daarom voor lage inkomens ‘veelal geen goed alternatief voor de brandstofauto’, stelt TNO. Ook pijnlijk: dicht bij een treinstation wonen blijkt een privilege voor de rijkeren.
Onderweg in Lelystad, een van de steden met een bovengemiddeld aantal risicohuishoudens met brandstofauto. In de afgeleefde straten van de Waddenbuurt zijn alleen de dienstauto’s van instanties elektrisch.
‘Hé, reed jij voor me?’, vraagt Karin Lammers aan haar buurvrouw, bij het uitstappen tegenover wijkcentrum Zuiderzee, ze organiseren hier zaterdag carnaval voor de jeugd, zij is dan prinses, haar man prins.
Zonder auto, een benzine-Citroën? ‘Ik zou niet weten hoe, ik heb hem nodig voor de boodschappen en ik vervoer de kleinkinderen ermee.’ De bus? Ze gebaart naar ergens ver weg, alleen te belopen voor een jong, fit persoon, in Lelystad is de bus een ingewikkeld vervoermiddel.
In het provinciehuis vergadert men over de problemen met het busvervoer in Flevoland. Vorig jaar kwam de concessie in Flevoland, Gelderland en Overijssel in handen van de firma EBS, onderdeel van het Israëlische Egged, er klinkt gemompel over een politieke realiteit die toen nog anders was.
EBS won de aanbesteding door gouden bergen en doorgaande lijnen met elektrische bussen te beloven onder de omineuze naam RRREIS. ‘We gaan met EBS een mooie reis tegemoet’, sprak de gedeputeerde in een persbericht waar nu met ‘enig ongemak’ aan wordt gerefereerd.
Het ging toen over een ‘vervoerplan’, een ‘ontwikkelplan’ en een ‘implementatieplan’. Ook was er een ‘risicoparagraaf’. Het verhaal van EBS leek, kortom, uiterst degelijk. Nu gaat het vooral over het ‘escalatieniveau’. Het provinciebestuur klinkt alsof het machteloos in de greep was van een internationale firma die dit spelletje al talloze keren heeft gespeeld.
De directeur van EBS, Wilko Mol, maakt zijn ‘oprechte excuses’ voor een ‘instabiele uitvoering’ met ‘heel veel rituitval’. Er komt een ‘verbeterplan’ met ‘minder ritten, maar wel betrouwbaar’, hij begint in alle ernst over het ‘voorspelbaar’ laten uitvallen van bussen.
Vervolgens steekt hij zonder mankeren een nieuw luchtkastelenverhaal af, onderweg naar, plechtig beloofd, ‘honderd procent’ dienstverlening in Flevoland vanaf december.
Niet zo gek dus dat het in Lelystad veel over de auto gaat. Hoe belangrijk een auto is. Hoe blij je mag zijn met een auto, want dan hoef je niet met de bus. Een 18-jarige heeft ‘gelukkig een rijbewijs’, een Statenlid voorziet dat mensen vanwege het EBS-debacle de bus massaal voor de auto zullen verruilen.
Annemieke Visch neemt het woord, ze heeft een ‘verstandelijke beperking’, is ‘behoorlijk autistisch’ en kampt met ‘een epilepsieverleden’. Zij vertelt over een busrit van Lelystad naar Urk. Met EBS aan zet betekende dit: ’s avonds lang wachten op bussen die niet kwamen.
Toen de buschauffeur na uren arriveerde, gaf hij welgemeend advies. ‘Als ik klachten had, dan moest ik maar een auto kopen.’
a.vanes@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden