‘Tarikh, zeker weten. Als ik geen acteur was, had ik wel voor Janssen gekozen, want bij sollicitaties krijg je met zo’n achternaam meer kansen. Maar als acteur hoef ik gelukkig nooit in het bedrijfsleven te solliciteren. (Denkt even na.) Aan de andere kant: Janssen is wel de achternaam van mijn vader. Het is niet echt respectvol naar hem toe om daar niet voor te kiezen, bedenk ik nu. Oké, ik ga toch voor Janssen.
‘Ik heb weleens aan mijn vader gevraagd wat hij ervan zou vinden als ik mijn achternaam veranderde in Martina, de achternaam van mijn moeder. Tarikh Martina, dat is een echte artiestennaam. Hij antwoordde: dat moet je zelf weten, maar ik zag in zijn ogen dat hij er niet blij mee zou zijn, dus ik heb het maar gelaten.
Over de auteur
Hassan Bahara is sinds 2021 media- en cultuurredacteur voor de Volkskrant. Daarvoor schreef hij over (online)radicalisering. Eén week in de maand doet hij dienst als tv-recensent.
‘Ik had bijna Tupac Janssen geheten. Ja echt. Dat was de eerste optie voor mijn moeder. Toen zag ze een keer de naam Tariq met een q voorbijkomen in een tijdschrift, en ging ze voor die naam, maar met een andere spelling. Kort nadat ze mijn naam hadden doorgegeven aan de instanties kreeg mijn moeder toch spijt, ze wilde alsnog voor Tupac gaan. Maar toen was het helaas te laat.’
‘Willemstad. Ja, man. Willemstad, Curaçao, daar heb ik de eerste tien jaar van mijn leven doorgebracht. Ik heb daar zulke goede herinneringen aan. Je moet je voorstellen: ik ging om half 8 naar school, de zon scheen al, en om 12 uur ben je uit, dan heb je nog de hele middag voor je. Dus dat was buiten spelen of naar het strand. Het was een paradijs.
‘Mijn moeder is een Surinaams-Curaçaose vrouw. Mijn vader komt uit Oost-Maarland, een klein dorpje in de buurt van Maastricht. Toen ze rond de 20 waren, leerden ze elkaar als studenten kennen in Breda. Het waren echte linkse krakers, goed activistisch. Na een paar jaar kreeg mijn moeder heimwee en vroeg ze mijn vader mee te gaan naar Curaçao. Uiteindelijk hebben ze er vijftien jaar gewoond. Ik en mijn twee zusjes zijn er geboren.
‘Tegelijkertijd: in Maastricht heb ik als student aan de toneelacademie de tijd van mijn leven gehad. Daar ging ik echt de verdieping in. Het leven speelde zich er af binnen een driehoek: de toneelschool, de stamkkroeg en je eigen huis. Eerst school, dan de stamkroeg in duiken met je medestudenten om te ventileren, te praten, je hart te luchten, liefde te ervaren, en dan naar huis. Het was prachtig.’
‘Waldy. Met hem kan ik mij het best identificeren. Ik heb, als kind van een gemengd koppel, dezelfde identiteitscrisis doorgemaakt als hij. Ook ik kende mijn witte identiteit wel goed, maar mijn zwarte minder.
‘Waldemar en Waldy zijn personages uit Sonny Boy, het boek van Annejet van der Zijl, over het waargebeurde verhaal van een gemengde relatie in de Tweede Oorlog. Waldemar is een Surinaamse jongeman die naar Nederland komt om er te studeren. Daar leert hij Rika kennen, een oudere, gescheiden Nederlandse vrouw met vier kinderen. Wanneer Waldemar een kamer bij Rika huurt, worden de twee verliefd op elkaar en krijgen een zoon, Waldy, die ze liefkozend Sonny Boy noemen.
‘En alsof dat niet opzienbarend genoeg is voor die tijd: tijdens de Tweede Wereldoorlog besluiten Waldemar en Rika Joodse onderduikers in huis te nemen. Uiteindelijk komt dit aan het licht en wordt het stel naar concentratiekampen gestuurd, waar ze worden vermoord. Het verhaal wordt verteld door Waldy, die ook verhaalt hoe het was om als gemengd kind een beetje tussen wal en schip te zitten, dat je nergens echt thuishoort. In de toneelbewerking vertel ik het verhaal van alle drie via een monoloog.
‘Waldemar is fascinerend. Hij was rustig, erg op zijn hoede. In die tijd was dat meer dan begrijpelijk. Waldemar begreep dat je als zwarte man in Nederland niet te veel moest opvallen. Je kunt geen tegengas geven bij racistische ervaringen, want dan word je gewoon verpletterd. Waldy is speelser. Ook daarom identificeer ik mij meer met hem.’
‘Hamlet. Ja, als ik nu aan zwemmen denk, dan krijg ik het toch een beetje benauwd. Zwemmen is, lichamelijk gezien, de beste sport die je kunt doen, en ik ga het zeker weer oppakken als ik rond de 45 ben, maar het is ook sáái!
‘Op Curaçao moest ieder kind zo snel mogelijk leren zwemmen, want je woont immers op een klein eiland omringd door heel veel water. Ik bleek er erg goed in te zijn. Ik werd kampioen van Curaçao, won heel veel medailles, deed mee aan wedstrijden in Zuid-Amerika. Tot mijn 18de was ik er serieus mee bezig. Maar toen moest ik de keuze maken: zwemmen of studeren, en koos ik voor het laatste.
‘Op mijn 10de keerden we terug naar Nederland. Dat had met mij te maken. Ik bleek dyslectisch te zijn en was al een paar keer blijven zitten. Op Curaçao ontbrak de juiste ondersteuning en toen besloten mijn ouders voor mij naar Den Bosch te verhuizen. Dat was een goede keuze, maar ik raakte wel mijn kennis van het Papiaments kwijt. Nu schaam ik mij ervoor dat ik niets meer kan terugzeggen in het Papiaments. Ooit ga ik lessen nemen en dan, weet ik zeker, spreek ik het binnen half jaar weer vloeiend.
‘In Nederland deed ik vmbo-t. Ik was totaal niet bezig met mijn toekomst. Mijn leven bestond voornamelijk uit zwemmen. Via via leerde ik de mbo-theaterschool in Rotterdam kennen. Dat wilde ik wel, maar ik dacht ook: ze gaan mij toch nooit aannemen. Maar op die school hadden ze ook de opleiding muziekproductie. Ik dacht: dan word ik maar de nieuwe Puff Daddy.
‘Uiteindelijk werd ik geweigerd voor muziekproductie en gevraagd om een privé-auditie te doen voor de acteeropleiding. Ik sprong een gat in de lucht. Ze zagen gelukkig toch iets in mij. En zo is het verder gaan rollen, en na vier jaar ging ik verder in Maastricht.’
‘Als ik had kunnen kraken, had ik dat gedaan. Ik heb jarenlang anti-kraak gewoond in Amsterdam, dat was heerlijk. Maar ik heb nu een vriendin, twee dochtertjes, ik kan ze dat niet aandoen.
‘Kopen in Amsterdam is lastig voor een zzp’er. Voor nu heb ik het ook gewoon even losgelaten. Ooit gaat het gebeuren. Want ik vertik het om uit de stad verjaagd te worden. Maar iets op Curaçao kopen zie ik ook wel zitten. Daar een tijdje wonen, mijn dochters kennis laten maken met dat paradijs.’
Lachend: ‘Ik moet gewoon meer gaan verdienen.
‘Mijn ouders deden dat heel anders. Die gingen gewoon kraken. Mijn vader vertelde er weleens verhalen over. Dan ging hij met studievrienden de V&D in en namen alles wat met oorlog te maken had mee zonder te betalen en staken het buiten in brand. Of ze organiseerden bij hun thuis leesclubjes. Dan kozen mijn ouders en hun vrienden een boek uit, over politiek bijvoorbeeld, en werd dat bij ons thuis onder het genot van biertjes besproken.
‘Ik vind het geweldige verhalen. Ik ben anders, maar je hebt zulke mensen nodig die de barricaden opgaan, zoals Extinction Rebellion nu.’
‘Serieuze toneelacteur uiteraard. Ja, stereotypering, dat iets waar ik erg tegen ageer. Ik ben geregeld gecast als de ‘mooie jongen’. Niet dat ik dat nou ook van mijzelf vind, maar in ieder geval, Brad Pitt is ook een mooie jongen, maar die speelt wel interessante rollen. Dus ja, ik kan wel bestempeld worden als een mooie jongen, maar dat betekent niet dat ik niet inhoudelijk kan zijn.
‘Rond mijn 30ste bereikte ik een crisispunt in mijn carrière. Ik was ontevreden over hoe ik mijn carrière aan het vormgeven was. Ik had veel rollen gespeeld die best wel stereotyperend waren, beetje nietszeggende maar wel ‘goed uitziende’ personages.
‘Ik wilde een noodkreet slaken, een kritiek op de filmwereld. Dat werd de docufictie Drijfvermogen, gemaakt met regisseur Ivan Barbosa, die tegen dezelfde dingen aanliep. In Drijfvermogen zeg ik dat ik ga stoppen met acteren en mij weer op het zwemmen zal storten. Mijn boodschap, simpel samengevat: stop met hokjesdenken. Waarom kan ik in de toneelwereld wel gelaagde rollen spelen, maar in de filmwereld niet? En dat wilde ik zeggen op een manier waardoor ik niet afgedaan kan worden als een angry young black man.’
‘Drijfvermogen heeft zeker wat teweeggebracht. Ik ben sindsdien vaker gevraagd om auditie te doen voor interessantere filmrollen en heb er ook een paar binnengesleept.’
1987 op 30 augustus geboren in Willemstad, Curaçao
1999 verhuist terug naar Nederland
2005-2009 theaterschool Rotterdam
2009-2013 toneelacademie Maastricht
2011 speelt in aflevering van Flikken Maastricht
2012 debuut in film CABO, regie Ivan Barbosa
2012 rol in King Lear van Het Toneel Speelt
2016 speelt Chuck in de film Onze jongens
2017 speelt Bart in de tv-serie De spa
2017-2020 speelt Bob de Jong in tv-serie Papadag
2019 rol in toneelstuk Wie is bang?
2022 documentaire Drijfvermogen over stereotypering
2023 rol in musical The Bodyguard
2024 hoofdrolspeler in toneelbewerking van Sonny Boy
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Antwoord op al uw vragen
Updates, wijzigingen en klachten
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden