Op zijn document stond dat hij leed aan een extreme posttraumatische stressstoornis, zelf hield hij het op de zenuwen. ‘Vrijdag kwamen ze voor het laatst’, zei hij. ‘Het begint hier, in mijn handen. Al mijn vingertopjes trekken dan opeens naar de topjes van mijn duimen toe en beginnen heel hard te duwen. Uit zichzelf. Dan krijg ik een kramp die eerst naar mijn schouders gaat en daarna helemaal naar mijn benen trekt, waardoor ik op de grond val. Daarna gaat mijn adem zo hard tekeer dat ik flauwval.’
We stonden in een vluchtelingenkamp op het Griekse eiland Samos. Op het document van Mohammed stond verder waar vandaan hij gevlucht was (Syrië), hoe oud hij was (erg jong) en dat hij in november nog een zelfmoordpoging ondernomen had. Dat kwam, zo vertelde hij, door wat er allemaal thuis gebeurd was, bij dat bombardement op Aleppo waarbij zijn moeder overleed, zijn jonge broertje beide benen verloor, zijn oudere broer half verbrandde, zijn vader in het ziekenhuis terechtkwam en hij zijn beste vriend in twee stukken op straat zag liggen.
Sindsdien kreeg hij van alles de zenuwen. Harde geluiden, geuren, wapperend plastic.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Hij was niet de enige die er last van had, vertelde een Griekse psycholoog mij later. De helft van de jonge vluchtelingen waar ze mee werkte overwoog zelfmoord en bijna allemaal hadden ze last van paniekaanvallen. ‘Geen paniekaanvallen die wij in het Westen kennen, maar mensen die zo bevangen zijn door de paniek dat hun spieren helemaal blokkeren, of die echt hysterisch worden en niet meer kunnen stoppen met gillen.’
Ik moest aan die zenuwen denken toen ik woensdag het interview van de onvermoeibare correspondent Rob Vreeken las met Hamish Young, noodhulpcoördinator van Unicef in Gaza. Young sprak over de achtduizend Palestijnse kinderen die al gestorven zijn sinds begin oktober, over de ruim zeventienduizend kinderen die momenteel gescheiden van hun families leven en over de tienduizenden kinderen die lijden onder een gebrek aan medische en psychologische zorg.
Alle kinderen in Gaza zijn getraumatiseerd, zei Young. ‘Ik denk dat niet bijna elk kind, maar élk kind in Gaza is blootgesteld aan het conflict. Ieder kind heeft gezien hoe familieleden werden gedood. Ieder kind ziet mensen in zijn omgeving wegvallen.’
Ondertussen tekende oud-correspondent Monique van Hoogstraten een ooggetuigenverslag op vanuit het noorden van Gaza, waar mensen proberen te overleven door voer voor duiven en ezels te eten. ‘Je wordt misselijk als je het ziet, maar je moet het toch eten. Wij zijn er ziek van geworden en ook de kinderen hebben er veel last van’, aldus de geïnterviewde.
Het zijn artikelen die je liever overslaat – ik althans – maar laatst zag ik in nota bene een voetbalstadion een spandoek met de tekst: ‘Wees stil wanneer de kinderen slapen, niet wanneer ze sterven’ en ik geloof dat daar wel een kern van waarheid in zit.
Al die honderdduizenden kinderen die veel te vroeg begonnen aan de strijd om hun bestaan verdienen inderdaad onze aandacht. Of hun zenuwen nou begonnen op die noodlottige zevende oktober of ergens in de maanden erna.
Sommige mensen strijden tegen een vijand, anderen nemen het op tegen onrecht, aan ons de taak te blijven vechten tegen de onverschilligheid. Al was het maar opdat we straks een beetje fatsoenlijk reageren wanneer sommigen van die kinderen via Griekenland deze kant opkomen en ons vragen om hulp.
Source: Volkskrant