Home

NU+ Onze Oekraïneverslaggevers antwoorden: 'Mazzel met maar 1 luchtalarm'

Matthijs: "Het is ingewikkelder om naar Oekraïne te gaan dan voor de oorlog. Je kunt er niet meer naartoe vliegen. We zijn vanaf Schiphol naar het zuidoosten van Polen gevlogen en vanaf daar gingen we per auto naar de West-Oekraïense stad Lviv. Daar pakten we de nachttrein naar de hoofdstad, Kyiv. In totaal waren we zo'n 23 uur onderweg."

Bas: "We hebben een aantal dagen doorgebracht in Kyiv, inclusief bezoeken aan de voorsteden Boetsja, Irpin en Borodyanka. Daarna reden we naar de oostelijke provincie Donetsk. Daar was het mijnstadje Dobropillia onze uitvalsbasis."

Matthijs: "Voor Bas en mij was dit de eerste reis naar een land in oorlog. Daarom volgden we afgelopen najaar eerst een cursus verslaggeving in conflictgebieden."

Bas: "We deden daar heel veel theoretische kennis op over je voorbereiding en de situaties die je ter plaatse kunt tegenkomen. Vervolgens konden we dat testen in praktijkoefeningen met acteurs. Naast die cursus hebben we veel gesprekken gevoerd met ervaren vakgenoten."

Matthijs: "In Oekraïne hadden we constant contact met de redactie in Hoofddorp, die in een crisissituatie snel moet kunnen handelen. We meldden ons op afgesproken tijden en hadden gps-trackers bij ons. Mochten we toch 'kwijtraken', dan wist de redactie met wie en waar we afspraken hadden, zodat duidelijk was waar de zoektocht moest beginnen."

Bas: "We maakten elke dag een veiligheidsanalyse. Die omvatte onder meer de recente ontwikkelingen op onze bestemming van die dag en andere kenmerken, zoals plekken die een doelwit zouden kunnen zijn voor de Russen. Bijvoorbeeld een legerbasis. Maar ook zaken zoals de weersverwachting zijn belangrijk. We reden op een gegeven moment op een weg vol gaten, terwijl we door dichte mist maar een paar meter zicht hadden. Als het even kan, wil je dat natuurlijk voorkomen."

Matthijs: "We hadden de mazzel dat wij in Kyiv maar één keer een luchtalarm hebben meegemaakt. Dat ging af vanwege een Russische aanval waarbij slachtoffers zouden vallen. Een raket werd uit de lucht geschoten door het Oekraïense luchtverdedigingssysteem en de brokstukken raakten een flat. Vier mensen kwamen daardoor om."

Matthijs: "Dit is voor journalisten een belangrijk vraagstuk. Je moet emotioneel afstand kunnen houden en bij de feiten blijven, want anders doe je die geen recht. Maar je bent naast journalist ook gewoon een mens die dingen voelt. Als professional moet je dat kunnen scheiden."

Bas: "In Boetsja spraken we bijvoorbeeld een vrouw wier echtgenoot was vermoord door Russen. Het was heel aangrijpend om haar verdriet te zien. Die pijn kun je overbrengen, maar het mag je verdere verslaggeving niet kleuren."

Matthijs: "Hetzelfde geldt als je naast de ruïnes van flatgebouwen staat die met de grond gelijk zijn gemaakt en daar kinderspeelgoed op de grond ziet liggen. Dat maakt diepe indruk, maar betekent niet dat we vervolgens totaal niet meer kritisch kunnen zijn op de Oekraïense regering."

Matthijs: "We hebben weinig dingen gezien die echt onverwacht waren, maar als je daadwerkelijk op een plek rondloopt, krijg je meer context en komen de zaken die je al wist in algemene zin meer tot leven."

"Een voorbeeld: we wisten al dat Oekraïne, net als Rusland, kampt met veel corruptie. Ter plekke zagen we dat snelwegen soms vol levensgevaarlijke gaten zitten en hoorden we dat de overheid niet voor bedrijven kiest die dat snel kunnen verhelpen, maar voor minder effectieve ondernemingen met bevriende eigenaars. Dat maakt het probleem meteen tastbaarder."

Matthijs: "Je merkt dat veel mensen pessimistisch zijn. Zij zien als geen ander dat de steun in het Westen onder druk staat en hebben weinig vertrouwen in hun eigen regering."

"Het Oekraïense offensief van vorig jaar is mislukt en de Oekraïners worden momenteel in de verdediging gedrongen. Rusland heeft een groot materieel overwicht. Het heeft nu bijvoorbeeld vijf tot zes keer zoveel artilleriegranaten en drones als Oekraïne. Dat komt het moreel niet goede."

"Voor veel Oekraïners is de oorlog al in 2014 begonnen, met de Russische annexatie van de Krim en de strijd in het oostelijke Donetsbekken. En sinds de grootschalige Russische invasie zijn al bijna twee jaren verstreken. Dat is allemaal uitputtend voor een samenleving."

Bas: "Oekraïners reageren bijvoorbeeld niet meer elke keer op het luchtalarm. Nacht op nacht je bed uit om een schuilkelder op te zoeken is op een gegeven moment niet meer te doen."

"De meeste mensen die we spraken zeggen nog steeds dat hun land verenigd moet blijven om de Russen te weerstaan. Maar dat betekent niet automatisch dat ze vertrouwen hebben in een goede afloop."

Matthijs: "Sommige soldaten aan het front zijn al 36 maanden aan het vechten. Dat is heel erg lang. Zij zijn onderhand uitgeput en moeten snel worden afgelost. En eenheden die zware verliezen hebben geleden moeten worden aangevuld."

"Het grootste discussiepunt in Oekraïne is momenteel dan ook de mobilisatie van meer troepen en de vraag hoeveel dwang daarbij kan worden gebruikt. Dat is een heel lastig vraagstuk. Kun je bijvoorbeeld verwachten dat iemand zich meldt voor dienst onder een commandant van wie bekend is dat hij niet bepaald zuinig is op de levens van zijn manschappen? Moet een IT'er met een geweer richting een vijandelijke loopgraaf als dat totaal niet aansluit bij zijn vaardigheden?"

Maak binnen 1 minuut een gratis account aan en krijg toegang tot extra artikelen.

Gelieve een geldig e-mailadres in te geven.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next