Home

‘Het onderwijs is gebaat bij een lage drempel en een fors hogere lat. Docenten moeten na hun studie verplicht worden bijgeschoold’

Het is een wat wrange constatering, maar de meeste studenten die Theo Witte heeft opgeleid om het vak Nederlands te onderwijzen, zijn na hun studie niet competent genoeg om zelfstandig les te geven. Dat is niet hun eigen schuld, benadrukt hij. ‘Maar studenten worden tegenwoordig vooral via stages opgeleid en komen tijd tekort om boeken te lezen of colleges te volgen.’

Scholen zijn op hun beurt opportunistischer geworden: studenten krijgen direct een of meerdere klassen voor hun rekening. Met een lerarentekort van om en nabij de 10 procent is dit geen onlogische keuze, maar de gevolgen zijn volgens Witte rampzalig: de kwaliteit en status van het beroep worden verder uitgehold. Ook de leerprestaties van leerlingen lijden eronder. De laatste publicatie van het Pisa-rapport was hiervan het schrikbarende bewijs: eenderde van de Nederlandse 15-jarigen dreigt het onderwijs laaggeletterd te verlaten.

Intussen lukt het de overheid en schoolbesturen maar niet om de problemen op te lossen. Elk jaar verschijnen er nieuwe beleidsnota’s en onderzoeksrapporten. Er worden miljarden uitgetrokken om de werkdruk te verlagen en zij-instromers makkelijker in het onderwijs te laten meedraaien. ‘Allemaal los zand’, zegt Witte in zijn door boekenkasten omgeven werkkamer op de eerste verdieping van zijn jarentwintigwoning in Groningen. ‘Het ontbreekt aan visie en een plan voor de komende tien à vijftien jaar.’

In een poging zo veel mogelijk mensen voor de klas te krijgen, zet de overheid alle sluizen open. Witte verwijst naar een rapport uit 2020, waarin de Onderwijsinspectie constateert dat er voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs maar liefst 33 bevoegdheden en 384 routes zijn. Al die opleidingen, die in Nederland grote autonomie genieten, doen het net even anders. Ze hebben hun eigen accenten en vrijstellingsregelingen. De inspectie waarschuwt dat de kwaliteit van het onderwijs door dit onoverzichtelijke aanbod verder onder druk komt te staan.

Om het tij te keren, moet de beroepscultuur volgens Witte grondig op de schop. Hij heeft hier concrete ideeën over, variërend van het realiseren van vakverenigingen tot het invoeren van een beroepsregister en verplichte bijscholing. Dit alles dient hetzelfde doel: het onderwijs professionaliseren en aantrekkelijker maken, zodat minder leraren opbranden of gedemotiveerd uitstromen.

Zijn ideeën heeft Witte uitgewerkt in een elf pagina’s lang artikel, dat is gepubliceerd op de website van het Red Team Onderwijs. Later dit jaar zal het, samen met andere bijdragen van leden uit het team, in boekvorm verschijnen. Het Red-team, waar Witte voorzitter van is, bestaat uit kritische experts uit alle gelederen van het onderwijs die politici, beleidsmakers en schoolbesturen gevraagd en ongevraagd adviseren. Onder meer het masterplan van voormalig Onderwijsminister Dennis Wiersma om met meer overheidsregie de basisvaardigheden weer op peil te brengen, was geïnspireerd op een manifest van het Red-team.

Dat Theo Witte ondanks zijn pensionering nog zo begaan is met de kwaliteit van het onderwijs, heeft mogelijk te maken met zijn eigen hobbelig verlopen schoolpad. Als telg uit een katholiek nest op Texel verruilde hij op het laatste moment de priesteropleiding voor de LTS (het huidige vmbo), waar hij zich zo stierlijk verveelde dat hij voortijdig afhaakte om te gaan ‘freewheelen’. Hij werkte als dj in verschillende discotheken op Texel. De roemruchte Beatboerderij Sarasani was er een van.

Via de avondschool behaalde Witte alsnog de benodigde diploma’s om Nederlands te studeren, een studie die goed aansloot bij zijn grootste hobby: lezen. De ‘geweldige’ docenten op de avondopleiding en de daaropvolgende universiteit wisten Witte voor het eerst te boeien. Ze maakten van hem een gedreven leraar en vakdidacticus, die zich zijn hele carrière bleef inzetten om jongeren aan het lezen te krijgen.

Witte is de grondlegger van de door scholen veelgebruikte website lezenvoordelijst.nl en promoveerde in 2008 op zijn onderzoek naar de literaire ontwikkeling van leerlingen. Maar het grootste deel van zijn carrière besteedde Witte aan onderzoek en het opleiden van studenten tot leraar Nederlands, aan de lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen.

‘De aandacht in de opleidingen is de laatste vijftig jaar verschoven van het opdoen van gedegen vakkennis en pedagogisch-didactische kennis naar het reflecterend leren op school, onder begeleiding van een opleider of coach. Daardoor verlaten beginnende docenten de studie met tekortkomingen, waarvan ze zelf maar moeten zien hoe ze die wegwerken.’

‘Het is geen slecht idee om de drempel te verlagen, maar dan moet tegelijkertijd de lat omhoog. De examens die nu op de opleidingen worden afgenomen zijn te licht. Bovendien zijn onlangs de toelatingseisen nog verlaagd, waardoor je een zwakkere aanvoer krijgt, met name vanuit het mbo. Daarmee wil ik niet zeggen dat er geen goede mensen tussen zitten. Ik ben zelf een stapelaar. Maar ik zou het zelf destijds verschrikkelijk hebben gevonden als ze voor mij de lat wat lager hadden gelegd: juist met zo’n achtergrond wil je serieus worden genomen.’

‘Dat is heel lastig, omdat er onvoldoende harde eisen worden gesteld en het huidige financieringsstelsel perverse prikkels kent. De opleidingen doen er alles aan om studenten te behouden, want hoe meer studenten staan ingeschreven en een diploma behalen, hoe meer geld een opleiding krijgt. Ik heb het zelf meegemaakt. Als ik als docent constateerde dat iemand niet het juiste niveau had, dan kreeg ik gedoe met de leiding. Die komt dan met argumenten als: er is al zo veel in de student geïnvesteerd en iedere gemotiveerde student verdient een tweede kans. Een onvoldoende wordt dan alsnog een voldoende.’

‘De meest essentiële beroepsgroepen voor onze samenleving, zoals artsen, verpleegkundigen en advocaten, eisen dat hun leden zich registreren en voortdurend blijven bijscholen door het volgen van gecertificeerde cursussen. Het is eigenlijk heel gek dat leerkrachten daartoe niet verplicht zijn. Een belangrijk voordeel van verplichte bijscholing is dat alle docenten van een vak dezelfde kennisbasis opbouwen. Dat versterkt niet alleen het gemeenschapsgevoel binnen en buiten de school, maar vergroot ook de kwaliteit van het onderwijs. Er zijn nu te veel docenten die kunnen vasthouden aan achterhaalde en voor het leerproces soms schadelijke ideeën. In de geneeskunde en tal van andere beroepen is dit ondenkbaar.’

‘Dat is het duivelse dilemma dat precies de huidige crisis blootlegt: scholen hebben geen keuze. Kwantiteit gaat voor kwaliteit. Beleidsmakers moeten zich ervan bewust zijn dat de noodoplossingen die nu worden geboden voor het lerarentekort op de langere termijn zullen leiden tot grote kwaliteitsproblemen.’

‘Omdat het nu voor docenten niet mogelijk is om carrière te maken in het lesgeven. Docenten die carrière willen maken, worden teamleider of coördinator. De schoolleiding bepaalt of iemand voor een hogere schaal in aanmerking komt. Dit leidt in de praktijk tot soms bizarre situaties.

‘Ik heb een keer meegemaakt dat een school met een groot tekort aan wiskundedocenten een docent via de universiteit binnenhaalde. Hij werd meteen in de allerhoogste schaal geplaatst, terwijl zijn collega’s die al twintig jaar voor de klas stonden in een lagere schaal zaten. Het huidige stelsel zorgt er ook voor dat docenten terughoudend zijn in het geven van kritiek op de schoolleiding of het schoolbestuur, omdat dit gevolgen kan hebben voor hun promotie. Dat is natuurlijk hartstikke ongezond voor een professionele organisatie.’

‘Er is ontzettend veel kennis in Nederland, maar al die leraren, opleiders, methodemakers, toetsontwikkelaars, wetenschappers en vakdidactici weten elkaar nu niet te vinden. Ze leven in hun eigen cocon en beconcurreren elkaar soms. Via goed georganiseerde vakverenigingen wordt theoretische en praktische kennis gebundeld. Docenten krijgen meer zeggenschap over hun vakgebied. Samen met vakexperts kunnen ze beslissen over belangrijke zaken, zoals het curriculum, de examens en de scholing en bijscholing van docenten.’

‘Je kunt ruzie krijgen over pedagogische en didactische benaderingen, maar de doelen van een schoolvak en wat we weten over wat wel en niet werkt is voor alle scholen en docenten hetzelfde. Dat heeft niets te maken met een visie. Overigens is een beetje discussie heel gezond voor een professionele organisatie.’

‘Dat plan was haalbaar. Het was zelfs al goedgekeurd door de bonden en door de Eerste Kamer. Maar vervolgens werd het overhaast ingevoerd, waardoor het stuitte op enkele startproblemen. In plaats van die problemen op te lossen, koos het kabinet-Rutte voor de weg van de minste weerstand en trok de stekker eruit. Daardoor zijn we terug bij af. Het BIG-registratiesysteem voor de zorg laat zien dat een dergelijk systeem goed werkt en heel transparant is voor iemand die bijvoorbeeld carrière wil maken.’

‘Dat is een argument dat ik vaker hoor, maar ik vind het een dooddoener. Want het doel van de registratie is niet om docenten extra te belasten met bureaucratie, maar om de status en professionaliteit van leraren te verhogen. En dat is nu precies wat het onderwijs heel hard nodig heeft.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Antwoord op al uw vragen

Updates, wijzigingen en klachten

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2024 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next