Het gebeurt nogal eens dat er chronologische fouten in films sluipen. Dan zie je midden in een woedende Romeinse horde ineens een horloge glinsteren of een modieus kettinkje om de hals van een middeleeuwse beul. In Django Unchained van Quentin Tarantino draagt Jamie Foxx midden 19de-eeuw een zonnebril die pas een eeuw later op de markt zou komen. Onder filmliefhebbers circuleren lange foutlijsten.
Tegenwoordig zie ik buiten de bioscoop ook de hele tijd chronologische fouten. De huifkar is in Nederland geliefd onder dagjesmensen. Elke keer als er op de bok mensen met smartphones zitten, heb ik de neiging te roepen: ‘Weg die telefoons, dat hoort niet in een huifkar!’ Ik ben nog steeds niet gewend aan ruiters die in het zadel over hun telefoons gebogen zitten. Als paarden zich tegenwoordig ergens in de Nederlandse natuur stapsgewijs voortbewegen, kun je er donder op zeggen dat de ruiters hun sociale media aan het checken zijn. Een tijdje terug zag ik een stoet van zeven paarden met daarop zeven vrouwen met zeven smartphones.
Op dat moment dacht ik: ‘Wat zijn jullie toch stom! Mogen jullie eindelijk in de natuur paardrijden, zitten jullie toch weer op die rottelefoons.’ Ik ben daar milder over gaan denken sinds ik besef dat het beter is dat mensen op een paard hun telefoon pakken dan op een fiets of aan een autostuur. Welbeschouwd is het paard het veiligste vervoermiddel voor telefoonverslaafden. Appende ruiters profiteren in het verkeer altijd van een paar extra ogen. Er zouden zeker minder fietsers op de eerste hulp belanden als appende mensen bij het naderen van een rotonde in plaats van een autostuur teugels in hun hand zouden houden. Paarden kijken wel uit. In Oost-Europese dorpen zie je nog steeds paardenkarren waarin beschonken mannen liggen. Hun paarden kennen de weg naar huis, en rijden altijd veilig.
Source: Volkskrant columns