Home

Ziekenhuizen en focusklinieken vechten om de krenten in de patiëntenpap

In steeds meer ziekenhuizen worden zogenaamde ‘eigenmerk klinieken’ opgezet. Dat zijn simpel gezegd fasttrack-routes in een bestaand ziekenhuis, bedoeld voor onderzoek en behandeling van fitte patiënten met niet-spoedeisende klachten. Denk aan een dertiger met knieklachten of een vitale oudere met staar. Dergelijke laagcomplexe planbare zorg is in de afgelopen jaren steeds meer verschoven naar zelfstandige behandelcentra (zbc’s, ook wel focusklinieken genoemd), zoals de Bergman Clinics en de Xpert Clinics.

Verschillende ziekenhuizen binden nu de concurrentiestrijd aan om zo de planbare zorg ‘aan boord’ te houden. Een ontwikkeling die enerzijds goed te verklaren is, maar anderzijds ook verwart. Terug naar de dertiger met knieklachten en de fitte oudere met staar. Bij een doorverwijzing van de huisarts hebben zij de keuze om naar een ziekenhuis of focuskliniek te gaan. Focusklinieken zijn commerciële instellingen, vaak in handen van private equity, die zich richten op laagcomplexe zorg. Onderzoek van consultancybureau Gupta toont aan dat de ruim 1 miljoen patiënten die er worden behandeld kunnen rekenen op kwalitatief goede, toegankelijke, efficiënte en betaalbare zorg. Dat is goed nieuws voor patiënten én premiebetalers.

Toch is er ook kritiek. Sommigen focusklinieken zijn zo groot geworden dat er bij contractonderhandelingen met de zorgverzekeraar een ongelijkwaardige situatie dreigt te ontstaan. Ook lijkt de drang om efficiënt te werken af en toe door te slaan. Zo krijgen artsen in sommige focusklinieken een financiële beloning wanneer zij een extra patiënt op de operatielijst zetten. Huisartsen klagen dat (niet-rendabele) zorg, die nodig is voorafgaand aan of na een ingreep, geregeld zonder overleg op hen wordt afgeschoven. En ziekenhuizen klagen dat niet alle focusklinieken hun spoedzorg buiten kantoortijden goed hebben georganiseerd.

In het huidige financieringssysteem is het leveren van planbare zorg aan relatief gezonde patiënten het meest rendabel. Het zijn de krenten uit de patiëntenpap die de kurk vormen waarop de ziekenhuizen drijven. En waarmee de ‘bleeders’ worden gecompenseerd. Denk bij bleeders aan zorgvoorzieningen die een ziekenhuis moet hebben, maar die meer geld kosten dan opleveren. Zoals een compleet bemande intensive care of een kraamafdeling met tijdelijk lege bedden.

Ook ‘het goede gesprek’, waarna wordt afgezien van een ingreep, is een bleeder. Eerder schreef ik over het Bernhoven-ziekenhuis, de grondlegger op het gebied van passende zorg, dat door zo doelmatig te werken in de financiële problemen kwam en toch ook maar ging focussen op de laagcomplexe, hoogvolume zbc-zorg.

Zoals gezegd kun je je afvragen of je schaarse ziekenhuisvoorzieningen moet inzetten voor laagcomplexe zorg. En of ziekenhuizen in staat zullen zijn om naast het leveren van complexe zorg en spoedzorg ook de laagcomplexe zorg op een efficiënte en kosteneffectieve manier te organiseren. Want na een eerste poli-afspraak moet alsnog worden gewacht op een vrije plek in de operatiekamer of de CT-scanner. Of geef je de vitalere patiënten dan voorrang? Is dat ethisch te verantwoorden?

Toch is de realiteit dat zonder de planbare zorg ziekenhuizen niet meer in staat zullen zijn integrale zorg te verlenen. Om de begroting sluitend te maken. Vakgroepen zullen anders krimpen, waardoor er gaten in de dienstroosters vallen, er geen volwaardige opleidingen voor dokters meer kunnen worden aangeboden en het risico bestaat dat de volumenormen (het minimale aantal patiënten met een bepaalde aandoening die ziekenhuizen moeten behandelen om kwaliteit te kunnen waarborgen) niet meer worden gehaald. Zonder laagcomplexe zorg kunnen ziekenhuizen dus op termijn geen spoedzorg, geen hoogcomplexe zorg of überhaupt nog zorg verlenen. Dan gaan ze omvallen, één voor één.

Is de concurrentiestrijd tussen perifere ziekenhuizen en focusklinieken een gevolg van de manier waarop de zorg is gefinancierd? Of meer een patstelling, ontstaan uit een diepgewortelde neiging tot zelfbehoud en het onvermogen voorbij eigen belangen te kijken? Eén ding lijkt zeker: échte samenwerking tussen focusklinieken en ziekenhuizen zal, ondanks alle toverwoorden in het IZA, zoals ‘samenwerking’ en ‘zorgtransformatie’, vooralsnog een utopie blijven.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next