‘Een roman die niet bomvol schríjver zit, maar bomvol verháál’, schreef ik vorig jaar over De onzichtbaren van Frank Nellen. Woensdag werd bekendgemaakt dat Nellen voor dit boek de Nederlandse Boekhandelsprijs 2024 krijgt toegekend. ‘De onzichtbaren is een monumentale roman over vrijheid en onderdrukking, opstand en meegaandheid en over hoe de grote buitenwereld kleine levens kan vermalen, tegen het decor van de al roestige Sovjet-Unie in de jaren tachtig en het uiteenvallen van het wereldrijk in het decennium erna’, aldus de jury van boekverkopers, die jaarlijks een boek kiezen dat in hun ogen meer aandacht verdient.
De prijs is Nellen van harte gegund, maar het is de vraag of hij nog meer aandacht kan verdienen dan hij al kreeg. Naast een positieve recensie in deze krant waren ook NRC, Trouw, De Telegraaf, Het Parool, De Limburger, De Groene Amsterdammer en Tzum enthousiast. Het boek werd uitvoerig besproken in de literaire podcasts BoekenFM en De Nieuwe Contrabas, behaalde de longlist van de Libris Literatuurprijs en werd geroemd door collega-schrijvers zoals Leon de Winter, die Nellen ‘een zeldzaam talent’ noemde. Nellen had het, kortom, ook wel gered zonder de landelijke advertentie- en promotiecampagne die hij met deze prijs wint. Terwijl het toch de missie van de boekhandelaren is om boeken die het anders níét zouden redden een kontje te geven.
Over de auteur
Bo van Houwelingen is sinds 2015 literair recensent voor de Volkskrant. Ze schrijft met name over nieuwe Nederlandse fictie.
Begin dit jaar gebeurde iets soortgelijks: Daan Heerma van Voss won met zijn laatste roman, Geen vaarwel vandaag, de BNG Literatuurprijs, een aanmoedigingsprijs die jaarlijks wordt toegekend aan een Nederlandse auteur van 40 jaar of jonger die nog niet is doorgebroken. Maar Heerma van Voss is een veelgevraagd schrijver die in zo’n beetje alle Nederlandse dagbladen en tijdschriften weleens wat publiceert. Zijn oeuvre omvat inmiddels tien boeken, waarvan er een paar ook zijn verschenen in Zweden, China, Spanje, Argentinië, Ecuador, Mexico, Uruguay, Colombia, Peru, Polen, Rusland, Litouwen, Duitsland en Engeland. Hoeveel verder kan een schrijver nog doorbreken?
Het probleem waar jury’s van dit soort stimuleringsprijzen tegenaan lopen, is dat het beste boek meestal niet het boek is dat de meeste aandacht nodig heeft. Want écht goede boeken, is mijn ervaring, worden eigenlijk toch altijd wel gezien en geprezen (al is een extra zetje in de rug natuurlijk nooit weg). Het alternatief is een prijs die terecht genegeerde boeken alsnog in het zonnetje zet. En nu maar hopen dat ik niemand op ideeën breng.
Source: Volkskrant